Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 27.03.2015
(F.13.0009.N)
A. nv, met zetel te … , eiseres, vertegenwoordigd door mr. P.W., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … waar de eiseres woonplaats kiest,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de rekenplichtige van het Btw-ontvangkantoor te Oostende, met kantoor te 8400 Oostende, Vrijhaven-straat 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 27 maart 2012.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 4 november 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
1. Krachtens artikel 1, 1°, KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven wordt de belasting over de toegevoegde waarde geheven tegen een tarief van 6 procent voor de goederen en diensten aangewezen in tabel A van de bijlage bij dit besluit.
Krachtens tabel A, rubriek XXXI, § 1, van de bijlage bij dit besluit wordt het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in § 3 onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden vervuld zijn:
- de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;
- de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;
- de handelingen moeten worden verricht aan een woning, waarvan de eerste in-gebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van verschuldigdheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22 van het wetboek;
- de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker door een persoon die, op het tijdstip van het sluiten van het aannemingscontract, geregistreerd is als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 WIB92;
- de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, mel-ding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen, behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of het klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betref-fende de vaststelling van het tarief.
Krachtens tabel A, rubriek XXXI, § 3, 1°, van de bijlage bij dit besluit worden het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed beoogd.
2. Hieruit volgt dat op een handeling die bestaat in de verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed het verminderd btw-tarief van 6 procent van tabel A, ru-briek XXXI van het KB nr. 20 van 20 juli 1970 van toepassing is, zonder dat wordt vereist dat het gaat om de verbouwing van een onroerend goed dat reeds de bestemming had van privé-woning.
Hieruit volgt tevens dat aan de voorwaarde van de aanpassing van het gebouw aan de bestemming van privé-woning slechts moet voldaan zijn na de uitvoering van de werken en dat het niet vereist is dat het gebouw of ieder deel van het gebouw reeds deze bestemming had voor de uitvoering der werken. Bijgevolg kan het verlaagd tarief van toepassing zijn op de omvorming van een woning met schuur in een privé-woning op voorwaarde dat het gaat om een verbouwing en niet om een nieuwbouw.
3. De appelrechters oordelen dat:
- de tekst van het voormeld cijfer XXXI, § 1, 1°, van Tabel A er dan ook geen twijfel laat over bestaan dat het moet gaan om handelingen aan een bestaande woning, en het voor de toepassing van deze bepaling niet voldoende is dat om het even welk gebouw tot woning omgebouwd wordt;
- dit leidt tot het besluit dat voor de beoordeling van de vraag of het gaat om een omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geen rekening kan worden gehouden met het schuurgedeelte, zijnde een deel dat oorspronkelijk niet bestemd was voor bewoning.
4. De appelrechters die mede op die gronden oordelen dat het btw-tarief van 21 procent terecht werd toegepast, schenden artikel 1 KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten van die tarieven juncto rubriek XXXI van de tabel A, van de bijlage bij dit besluit.
Het middel is gegrond.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit … in openbare rechtszitting van 27 maart 2015 uitgesproken door afdelingsvoorzitter E.D., in aanwezigheid van advocaat-generaal D.T., met bijstand van griffier K.B..
Ondertekeningen