Procesverloop
2 stappen · 1 jaar 3 maanden- Bestreden beslissingRechtbank van eerste aanleg te Gent26.01.2011
- Weergegeven beslissingHof van beroep te Gent15.05.2012
Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 15.05.2012
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Hof van beroep te Gent, 5e kamer – terechtzitting van 15-05-2012
Nr. 2011/AR/1156
in de zaak van :
M. & M. NV, met maatschappelijke zetel te … (…), …; ingeschreven in de kruispuntbank: van ondernemingen onder het nummer …,
appellante,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. J. in eigen naam en loco mr. V. S., beiden advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, Algemene administratie van de inning en de invordering, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor Sint-Niklaas, wiens kantoren gevestigd zijn te 9100 SINT-NIKLAAS, Driekoningenstraat 4 bus 2,
geïntimeerde,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. V. G. loco mr. V. P., advocaat te …, …
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
1. Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 30.12.2008 bestreed de appellante het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd door D. D. B., rekenplichtige van het BTWontvangkantoor Sint-Niklaas, op 20.10.2008, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door T. W., e.a. inspecteur a.i. van de BTW-controle Beveren, aangewezen door de directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, op 21.10.2008.
In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de appellante : een bedrag van … EUR aan BTW + een bedrag van … EUR als geldboete ingevolge artikel 70, § 1 BTW-wetboek + een geldboete van … EUR ingevolge artikel 70, § 4 BTW-wetboek + een bedrag van … EUR als verlopen intresten krachtens artikel 91, § 1, 1° BTW-wetboek, berekend tot 20.10.2008, vermeerderd met de intrest krachtens artikel 91, § 1, 1° BTWwetboek van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de niet-tijdig betaalde BTW vanaf 21.10.2008, de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de betekening of kennisgeving van het dwangbevel ingevolge artikel 91, § 4 BTW-wetboek, de vervolgingskosten.
Voor de eerste rechter vorderde de appellante :
"
In hoofdorde
De vordering van de Belgische Staat ongegrond te verklaren in de mate dat zij betrekking heeft op de bedragen die reeds in de periodieke aangifte werden aangegeven en bijgevolg het dwangbevel d.d. 20 oktober 2008, ter kennis gebracht aan [de appellante] op 5 november 2008, te vernietigen en bijgevolg de beslagen sommen vrij te geven.
In eerste subsidiaire orde
[De appellante] toe te staan het recht op teruggaaf van BTW op grond van artikel 77, § 1, 7° W.BTW uit te oefenen.
In tweede subsidiaire orde
De opgelegde BTW-boete kwijt te schelden, minstens te herleiden tot een passend bedrag.".
Bij vonnis van 26.1.2011 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde kamer, werd de vordering van de appellante ontvankelijk en in die mate gegrond verklaard dat de geldboete ingevolge een inbreuk op artikel 70, § 1 BTWwetboek werd herleid tot … EUR. Voor het overige werd het dwangbevel bevestigd en werd de appellante veroordeeld tot de kosten van het geding.
Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Gent op 14.4.2011 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.
Het blijkt niet dat dit vonnis werd betekend of dat de appellante er in zou hebben berust.
Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.
Het hoger beroep strekt ertoe :
"
In hoofdorde
Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 26 januari 2011 geheel te hervormen en zodoende de vordering van de Belgische Staat ongegrond te verklaren in de mate dat zij betrekking heeft op de bedragen die reeds in de periodieke aangifte werden aangegeven en bovendien het dwangbevel d.d. 20 oktober 2008, ter kennis gebracht aan appellante op 5 november 2008, geheel te vernietigen en bijgevolg de beslagen sommen vrij te geven.
In subsidiaire orde
Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 26 januari 2011 te hervormen en de vordering van de Belgische Staat ongegrond te verklaren en zodoende het recht op teruggaaf van appellante te erkennen en bovendien het dwangbevel d.d. 20 oktober 2008, ter kennis gebracht aan appellante op 5 november 2008, te vernietigen en bijgevolg de beslagen sommen vrij te geven.
De Belgische Staat tevens te veroordelen tot terugbetaling van alle ten onrechte betaalde. belastingen, verhogingen en nalatigheidsintresten met inbegrip van de daarop verschuldigde moratoriumintresten, alsmede tot terugbetaling van de ten onrechte aan appellante aangerekende en door haar betaalde vervolgingskosten."
De geïntimeerde van zijn kant vordert dat de vordering van de appellante onontvankelijk, minstens ongegrond zou worden verklaard, en de appellante ervan zou worden afgewezen.
2. De door de geïntimeerde met het dwangbevel gevorderde BTW vindt haar oorsprong in ·de volgende inbreuken :
a) Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten
die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé-doeleinden of andere
doeleinden dan die van de economische activiteit : … EUR
b) Omzetverhoging ingevolge verkeerde totalisatie of verkeerde overdracht
van de boekhouding naar de aangiften (… EUR - … EUR
reeds betaalde BTW via de ingediende BTW-aangiftes : … EUR
c) Inbreuk op artikel 39bis BTW-wetboek (niet-aangetoonde vrijstelling
wegens intracommunautaire levering naar Spanje) : … EUR
Door de geïntimeerde getotaliseerd als : … EUR
Door de appellante wordt enkel betwisting gevoerd over de BTW vermeld onder b) hierboven.
3. De appellante vulde op haar BTW-aangifte voor het kwartaal 4/2006 de volgende bedragen naast de volgende codes in (zie de aangifte zich bevindend in het stukkenbundel van de geïntimeerde) :
| Code | Legende | Bedrag (EUR) |
| 03 | Uitgaande handelingen waarvoor de BTW verschuldigd is door de aangever aan het tarief van 21 % (omzet) | … |
| 82 | Bedrag van de inkomende handelingen rekening houdend met de ontvangen creditnota’s en andere verbeteringen – diensten en diverse goederen | … |
| 54 | Verschuldigde belasting – BTW op de handelingen aangegeven in de roosters 01, 02 en 03 | … |
| 49 | Bedrag van de uitgereikte creditnota’s en de negatieve verbeteringen | Niets vermeld |
| 59 | Aftrekbare BTW | … |
| 64 | Aftrekbare belasting : te recupereren BTW op uitgereikte creditnota’s | Niets vermeld |
| 72 | Sommen verschuldigd door de Staat (59 min 54) | … |
Door de controlerende ambtenaar werd gedetailleerd nazicht gedaan van het verkoopdagboek 2005-2006 van de appellante, en hij stelde vast dat volgende uitgaande facturaties werden verricht door de appellante voor door haar verrichte managementdiensten aan de volgende klanten :
| Klant | Belastbare basis (EUR) | BTW (EUR) |
| C. D. | … | … |
| C. D. | … | … |
| E. BVBA | … | … |
| C. D. M. NV | … | … |
| I. NV | … | … |
| T. R. | … | … |
| WS C. GVC | … | … |
| Totalen : | … | … |
Dit leidt tot de vaststelling dat de appellante nagelaten heeft volgende vermeldingen te doen in de BTW-aangifte :
| Code | Legende | Bedrag (EUR) |
| 03 | Uitgaande handelingen waarvoor de BTW verschuldigd is door de aangever aan het tarief van 21 % (omzet) | … |
| 54 | Verschuldigde belasting – BTW op de handelingen aangegeven in de roosters 01, 02 en 03 | … |
De door de appellante in haar BTW-aangifte aangegeven omzet en door haar verschuldigde BTW zijn derhalve manifest onjuist, en een schending van artikel 53, § 1, 2° BTW-wetboek (zie ook het artikel 22.4 van de Zesde Richtlijn nr. 77/388/EG Raad 17.5.1977). Hierbij moet worden vastgesteld dat de BTWaangifte een essentieel controlemiddel is voor de BTW-administratie.
Te dezen blijkt niet alleen de aangifte niet correct te zijn·ingevuld, maar bovendien is de boekhouding van de appellante niet als regelmatig en betrouwbaar te beschouwen.
Uit het voorliggend uittreksel uit het verkoopdagboek (stuk 11 van de appellante) is op te maken dat hetzelfde factuurnummer gebruikt wordt voor verschillende verrichtingen voor verschillende klanten (factuurnummer …, of nog nr. … voor een factuur en een creditnota), de volgorde van de nummeringen van de facturen niet steeds klopt (zo is er bvb. een factuur nr. … d.d. 8.4.2005, maar zijn er facturen …-…-… met een hoger nummer maar met een datum die voorafgaat aan die van factuur nr. …), factuurnummers ontbreken (…, …, …, …).
Dat de onregelmatigheid van de boekhouding van de appellante zou te wijten zijn aan een computercrash wordt door de appellante niet aangetoond, en is ook niet van aard afbreuk te doen aan het feit dat de boekhouding niet regelmatig en betrouwbaar is.
De administratie laat in conclusie ook opmerken (onder meer p. 6 van de conclusie neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Gent op 7.9.2011) dat gegevens omtrent betalingen van facturen en terugbetalingen van creditnota's die normaal uit het financieel dagboek van de appellante moeten blijken, ontbreken, en de appellante weerlegt dit niet.
De controlerende ambtenaar stelde ook vast (p. 3 van het proces-verbaal) dat het bedrag van de facturen :
* C. D. NV : … EUR + … EUR BTW
* EMBC BVBA : … EUR + … EUR BTW
* C. D. M. NV : … EUR + … EUR BTW
volledig werden gecrediteerd, en hiermee geen rekening kan worden gehouden gezien de belasting niet aan de Staat werd afgedragen.
Waar de appellante voorhoudt· dat de BTW die de administratie met het bestreden dwangbevel vordert reeds door haar werd voldaan, levert zij hiervan op geen enkele wijze het bewijs. De verwijzing door de appellante naar de boekhouding is gezien de onregelmatigheid ervan niet toereikend om dit bewijs te leveren.
De appellante voert in ondergeschikte orde aan dat zij, in toepassing van artikel 77, § 1, 7° BTW-wetboek en het neutraliteitsbeginsel inzake van BTW, gerechtigd is op teruggaaf van de BTW voor de hierboven aangehaalde verrichtingen voor C. D. NV, EMBC BVBA en C. D. M. NV, nl. voor een totaal bedrag van … EUR + … EUR + … EUR = … EUR. Volgens de appellante gaat het om vorderingen die als verloren moeten worden beschouwd ingevolge het faillissement van de betrokken klanten.
De appellante toont met de door haar voorgelegde uittreksels uit het Belgisch Staatsblad (stuk 13 van de appellante) aan dat failliet werden verklaard :
• C. D. NV : bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde d.d. 18.7.2007 (d.i. nà de onderzochte periode);
• C. D. M. NV : bij vonnis van 19.10.2005 van de rechtbank van koophandel te Dendermonde.
Hiermee is nog niet bewezen dat de schuldvorderingen van de appellante op C. D. NV, EMBC BVBA en C. D. M. NV verloren zijn gegaan, en wanneer juist.
De vordering tot teruggaaf dient dan ook te worden afgewezen.
4. De vordering is waardeerbaar:, en valt in de schijf 40.000,01 EUR - 60.000,00 EUR. Er is derhalve een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd van … EUR.
Beschikkend gedeelte
OP DEZE GRONDEN,
HET HOF, rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Ontvangt het hoger beroep, doch verklaart het ongegrond; Bevestigt het bestreden vonnis;
Veroordeelt de appellante tot de kosten van het hoger beroep, in hun geheel begroot als volgt :
- aan de zijde van de appellante : op … EUR;
- aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op VIJFTIEN MEI TWEEDUIZEND EN TWAALF.
Aanwezig de Heren :
A. D. M., Kamervoorzitter, Voorzitter,
G. T. en D. V., Raadsheren,
M. V., griffier.
M. V. D. V. G. T. A. D. M.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.