Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 5 maart 2001 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 5 maart 2001

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 5 maart 2001Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2001-03-05-2a3b

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
5 maart 2001

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

36 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 05.03.2001

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

BESCHIKKING gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf maart tweeduizendeneen, door de BR. 3 kamer, in openbare zitting van de BESLAGRECHTER in de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

de heer B. F., beslagrechter,

mevrouw D. J., griffier.

In zake : AR nr. 99/3764/A

1. V. J., kapper, en zijn echtgenote,

2. V. D. K. T., zonder gekend beroep,

- beiden wonende te …, …;

- keuze van woonst gedaan hebbend op het kantoor van gerechtsdeurwaarder G. L., kantoor houdende te …, …;

eisende partijen,

verschijnend bij Meester S. L., advocaat, kantoor houdende te …, …;

tegen :

BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, Sector BTW, in de persoon van de ONTVANGER VAN HET DERDE BTW-KANTOOR ANTWERPEN, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei, 4 bus 4;

verwerende partij,

verschijnend bij Meester J. P., loco Meester M. V. B., advocaat, kantoor houdende te …, …;


Gezien de stukken van het dossier van de rechtspleging zoals zij voorkomen op de inventaris ervan, ondermeer :

- de dagvaarding, betekend door het ambt van G. L., gerechtsdeurwaarder met standplaats te …, op 15 juni 1999;

- de besluiten van partijen;

- het eensluidend afschrift van de tussenbeschikking van de beslagrechter d.d. 15 januari 2001;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in rechtszaken;

Gehoord partijen in hun middelen en besluiten, na heropening der debatten, ter zitting van 19 februari 2001;

Gezien de door partijen neergelegde stukken en conclusies;

Gezien de tussenbeschikking d.d. 15.1.2001;


Overwegende dat met het dwangbevel d.d. 19.1.1986, dat conform art. 85 wetboek van de BTW, per aangetekende post ter kennis werd gegeven aan eisende partijen, de verjaring werd gestuit van de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten, van de administratieve geldboeten en van het toebehoren;

Overwegende dat voormeld art. 85, par. 1, laatste alinea (" ... de afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag") een wettelijk vermoeden heeft ingesteld dat het dwangbevel aan eisende partijen opgestuurd bij aangetekend schrijven verzonden op 19.1.1996 hen op 20.1.1996 ter kennis kwam, zijnde één dag voor de verjaring die zou zijn ingetreden op 21.1.1996;

Overwegende dat verwerende partij dan ook terecht krachtens voormeld dwangbevel, conform art. 85bis, par. 1 Wetboek van BTW, bij aangetekend schrijven d.d. 1.6.1999 (op dezelfde datum aangetekend aangezegd aan eisende partijen) uitvoerend beslag onder derden kon leggen bij het ontvangkantoor der directe belastingen te Boom;

Overwegende dat eisende partijen geen andere relevante argumenten aanbrengt;

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

Wij, beslagrechter;

Tegensprekelijk rechtdoende.

Verklaren de door eisende partijen gestelde vordering ontvankelijk doch ongegrond en wijzen hen ervan af.

Veroordelen eisende partijen tot de kosten van het geding.

Vereffenen deze in hoofde van de eisende partijen op 3.221 BEF (dagvaardingskosten) en 4.300 BEF (rechtsplegingsvergoeding) en in hoofde van de verwerende partij op 4.300 BEF (rechtsplegingsvergoeding).

D. J. B. F.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 851 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8