Recht op aftrek · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Gent 17 april 2024

Zoeken

Recht op aftrek

https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-goederen-gedeeltelijk-bestemd-rechtbank-gent-2024-04-17-2eeb

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Gent
Datum
17 april 2024

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

113 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van de Rechtbank van Eerste Aanleg Gent d.d. 17.04.2024

WF 709-15-20/053567 en 709-15-22/006260

[ gunstig vonnis ]

Belasting over de toegevoegde waarde – Recht op aftrek - Goederen gedeeltelijk bestemd voor privé- of andere doeleinden dan die van de economische activiteit

Wettelijke bepalingen

Artikel 45, §1 WBTW

Samenvatting van het vonnis

1. Feiten en voorgaande procedure

Eiseres is geregistreerd als btw-belastingplichtige voor de activiteiten van verhuur en lease van sport- en recreatieartikelen, catering en reclamebureaus. Bij vonnis van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde van 8 december 2023 werd het faillissement van eiseres geopend.

Eiseres haar werkelijke hoofdactiviteit bestond uit de verkoop en de verhuur op korte termijn van onderhoudstoestellen van het merk Kärcher, waaronder schrobmachines en hogedrukreinigers.

In juli 2017 ging eiseres een leasingcontract aan voor de leasing van een motorjacht.

De aankoopprijs van dit motorjacht exclusief btw betrof 2.075.000,00 euro.

De huur werd toegestaan voor een onherroepelijke duur van 60 maanden of 5 jaar en voor de volgende respectievelijke huurgelden:

▪ eerste maand: 575.000,00 euro + 120.750,00 euro btw = 695.750,00 euro

▪ 59 maanden: 22.832,54 euro + 4.794,83 euro btw = 27.627,37 euro

Op het einde van de huurperiode had eiseres het recht het motorjacht aan te kopen voor 332.000,00 euro (exclusief btw). Het motorjacht werd te huur aangeboden vanuit de ligplaats Portimão (Portugal).

Ter gelegenheid van de uitgevoerde controles met betrekking tot de kalenderjaren 2017-2018 en 2019-2020 werd vastgesteld dat eiseres het motorjacht in leasing heeft genomen en de btw voor 100% in aftrek had genomen niettegenstaande dat het motorjacht ook privaat gebruikt werd door de zaakvoerders van eiseres en diens familie. Bijgevolg werd het recht op aftrek van de btw geheven op de leasing- en onderhoudskosten van het motorjacht slechts toegestaan in functie van het beroepsmatig gebruik. Eiseres betwiste de door de administratie gehanteerde verdeelsleutel voor het berekenen van de aftrekbare btw.

2. Vonnis

De rechter oordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij recht heeft op een hoger aftrekpercentage dan dat dat werd toegestaan door de administratie. De vermeende exploitatie van het motorjacht stemt niet overeen met de werkelijke realiteit. De betwiste kosten werden overwegend gemaakt in het voordeel van de zaakvoerders van eiseres. Het vermogen van eiseres wordt veeleer gebruikt voor private doeleinden.

Volledige tekst:

Tekst van de beslissing

Rolnr: 22/1516/A

IN DE ZAAK VAN:

MEESTER V.V., advocaat met kantoor te …, en MEESTER M.P., advocaat met kantoor te … in hun hoedanigheid van curatoren over L. BV, KBO-nummer 04…82, met zetel te …, in faling verklaard bij vonnis d.d. 8 december 2023 van de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde;

eisende partij, vertegenwoordigd door meester V.V. in eigen naam en Ioco meester G.J., advocaat met kantoor te …;

TEGEN:

De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, met kantoren te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33/971, in de persoon van de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit:

KMO AALST — EXPERTISE 2, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4,

verwerende partij, voor wie verschijnt mevrouw D.V., attaché bij een fiscaal bestuur;

BESLIST DE RECHTBANK ALS VOLGT:

1. PROCEDURE

De rechtbank hoorde op de openbare terechtzitting van 13 maart 2024 partijen in hun middelen en conclusies. Meester V.V. verklaarde dat de betwiste btw-schulden aangehouden zijn in het faillissement en dat hij huidige procedure wenst verder te zetten. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam zij de zaak in beraad. De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in.

De rechtbank heeft de Nederlandse taal gebruikt in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

2. RELEVANTE FEITEN EN PROCEDURELE VOORGAANDEN

2.1.

Eiseres is geregistreerd als btw-belastingplichtige onder het btw-nummer BE04…82 voor de activiteiten van verhuur en lease van sport- en recreatieartikelen, catering en reclamebureaus.

Op 6 juli 2017 sloot eiseres bij de nv Belfius Lease Services een leasingcontract af met

betrekking tot een motorjacht, de Sunseeker Manhattan 65 'Luma' (hierna 'het

motorjacht'). De aankoopprijs bedroeg 2.075.000 EUR exclusief btw. De leasing werd

toegestaan voor de duur van 60 maanden ais volgt:

- de eerste maand: 575.000 EUR + 120.750 EUR btw = 695.750 EUR

- de voigende 59 maanden: 22.832,54 EUR + 4.794,83 EUR btw = 27.627,37 EUR

met aankoopoptie op het einde van de leasing voor de prijs van 332.000 EUR + btw.

2.2.

Ter gelegenheid van uitgevoerde btw-controles over de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 werd vastgesteld dat het motorjacht privé gebruikt werd door de zaakvoerders van eiseres en hun familie. In navolging hiervan werd het recht op aftrek beperkt in functie van het beroepsmatig gebruik. Kort weergegeven verliep de procedure als volgt:

- Voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018

 Op 9 juli 2020 werd een proces-verbaal opgesteld (na betwiste correctie-opgave) met vermelding van een terug te storten btw ten bedrage van 194.230,54 EUR onder "111. Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé-of andere doeleinden dan die van de economische activiteit (Toepassing artikel 45, §1 van het Btw-Wetboek)". Er werd een verminderde proportionele geldboete van 10% toegepast;

 Op 30 juli 2020 werd een betaalbericht verstuurd naar eiseres;

 Op 24 augustus 2020 werd de schuld opgenomen in het innings- en invorderingsregister, dat uitvoerbaar werd verklaard op 25 augustus 2020 onder schuldnummer 500229039810, en op zelfde datum verzonden werd naar eiseres;

 Op 5 oktober 2020 diende eiseres bezwaar in, dat afgewezen werd bij beslissing van 20 januari 2022.

Voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020

 Op 26 oktober 2021 werd een proces-verbaal opgesteld (na betwiste correctie-opgave) met vermelding van een terug te storten btw van 64.277,37 EUR onder "I. Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van handelingen die de belastingplichtige niet gebruikt voor het verrichten van in artikel 45, §1 van het Btw-Wetboek bedoelde handelingen". Er werd een verminderde proportionele btw-boete opgelegd van 10%;

 Op 4 november 2021 werd een betaalbericht verstuurd naar eiseres;

 Op 6 december 2021 werd de schuld opgenomen in het innings- en invorderingsregister, dat uitvoerbaar werd verklaard op 9 december 2021, onder schuldnummer 500247640164 en op 14 december 2021 verzonden werd naar eiseres;

 Op 24 januari 2022 diende eiseres een bezwaar in, dat afgewezen werd bij beslissing van 10 mei 2022.

2.3.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10 juni 2022 maakte eiseres de zaak aanhangig bij deze rechtbank, waarmee ze huidige procedure opstartte. Het verzoekschrift is gericht tegen de btw-vorderingen, vermeld onder respectievelijk rubriek III van het proces-verbaal van 9 juli 2020 en rubriek I van het proces-verbaal van 26 oktober 2021.

3. VORDERINGEN VAN PARTIJEN

3.1.

Eiseres vordert in Iaatste conclusie:

"De vordering van Eiseres ontvankelijk en gegrond te verklaren.

Dienvolgens de betwiste processen verbaal van regularisatie m.b.t. schuldnummer 500229039810 en schuldnummer 500247640164 te vernietigen, minstens vast te stellen dat de erin opgenomen bedragen niet verschuldigd zijn.

Dienvolgens de terugbetaling te bevelen van alle onterecht betaalde of geïnde sommen, te verhogen met de moratoriuminteresten,

De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, inclusief de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding begroot op 9.800 EUR."

Op de openbare terechtzitting van 13 maart 2024 drong de curator niet aan op een rechtsplegingsvergoeding.

3.2.

Verweerder vordert in Iaatste conclusie:

"De vordering van eiseres ingesteld bij verzoekschrift van 10 juni 2022 ontvankelijk te verklaren doch als ongegrond af te wijzen;

De fiscale schuld gekend onder schuldnummer 500229039810 uit het proces-verbaal van 9 juli 2020 te bevestigen en te zeggen voor recht dat eiseres gehouden is tot betaling van de som van 196.799,58 EURO aan verschuldigde btw, 19.670,00 euro aan administratieve geldboete, te vermeerderen met de intresten op voornoemde bedragen vanaf 21 januari 2019.

De fiscale schuld gekend onder schuldnummer 500247640164 uit het proces-verbaal van 26 oktober 2021 te bevestigen en te zeggen voor recht dat eiseres gehouden is tot betaling van de som van 64.906,74 euro aan verschuldigde btw, 6.490,00 euro aan administratieve geldboete, te vermeerderen met de intresten op voornoemde bedragen vanaf 21 januari 2021.

Eiseres te veroordelen tot de kosten."

4. ONTVANKELIJKHEID

Er is geen betwisting tussen partijen over de ontvankelijkheid van de vordering van eiseres. Ambtshalve ziet de rechtbank geen redenen om de vordering onontvankelijk te verklaren. De vordering van eiseres is ontvankelijk.

5. BEOORDELING TEN GRONDE

5.1.

De betwisting is beperkt tot de vraag in welke mate het motorjacht Luma door eiseres in de betrokken jaren (2017-2018-2019-2020) gebruikt werd voor doeleinden van haar economische activiteit in het Iicht van artikel 45, §1 WBTW (recht op aftrek).

Eiseres voert aan dat de btw-administratie het percentage beroepsmatig gebruik foutief bepaald heeft. In hoofdorde meent eiseres dat de dagen van het kalenderjaar waarop haar bestuurder géén gebruik maakt van het motorjacht aangemerkt moeten worden als beroepsmatig. Het motorjacht wordt immers gedurende het gehele jaar onderhouden en beschikbaar gehouden voor de verhuur aan derden, zodat het privématig gebruik procentueel bepaald moet worden op basis van het aantal dagen privégebruik in functie van een volledig kalenderjaar, aldus eiseres. In subsidiaire orde verdedigt eiseres een berekening van het privégebruik in functie van het charterseizoen. In uiterst subsidiaire orde gaat eiseres akkoord om het privégebruik te bepalen in functie van het aantal dagen professioneel gebruik, maar betwist zij het aantal vaardagen vooropgesteld door de btw-administratie.

De btw-administratie meent dat het recht op aftrek bepaald moet worden in functie van het effectieve gebruik van het motorjacht. Daarbij hanteerde de btw-administratie per jaar een breuk met in de teller het aantal vaardagen voor beroepsmatige doeleinden en in de noemer het totaal aantal vaardagen (beroepsmatig en privégebruik samen).

5.2.

Op grand van artikel 45, §1 WBTW mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is ter zake van de door hem verrichte leveringen en diensten, de voorbelasting geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek brengen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van de in de wet opgesomde handelingen.

Artikel 1, §2 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde bevestigt dat in geen geval voor aftrek in aanmerking komt, de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit. Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten. Die verhouding dient door de belastingplichtige te worden bepaald ander controle van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde.

Uit het bestemmingsprincipe van artikel 45, §1 WBTW volgt dat de belastingplichtige zelf het bewijs moet leveren dat het door hem uitgeoefende recht op aftrek bestaat. Het komt met andere woorden aan eiseres toe om haar recht op btw-aftrek gestand te doen en dus om aan te tonen dat het motorjacht Luma in de betrokken periode gebruikt werd voor de doeleinden van haar economische activiteit. In geen geval bestaat recht op aftrek voor de btw geheven op de goederen en diensten die een belastingplichtige

bestemt voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit.

5.3.

In voorliggend geval oordeelt de rechtbank dat eiseres niet aantoont dat zij recht heeft op een hoger aftrekpercentage dan aanvaard door de btw-administratie. De rechtbank komt met verweerder tot dit besluit op grond van de stukken waarop zij acht kan staan en het geheel van de hiernavolgende overwegingen samen:

- De werkelijke hoofdactiviteit van eiseres in de betrokken jaren bestond vnl. uit de verkoop en de verhuur op korte termijn van Kàrchertoestellen;

- Na de motorjachten 'Azimut' en 'Sunseeker Manhattan 52' is het motorjacht Luma reeds het derde motorjacht dat eiseres doorheen de jaren verworven heeft;

Sinds de inbezitneming bij leasingovereenkomst van het eerste motorjacht 'Azimut' in het jaar 2005 tot en met het jaar 2017 werd geen daadwerkelijke exploitatie van (verhuur van) boten ontwikkeld. In geen enkel kalenderjaar waarin eiseres over een motorjacht beschikte (dit is vanaf 2005) slaagde eiseres erin om een positief resultaat te behalen;

Eiseres getroostte zich weinig inspanningen om een werkelijke exploitatie van het motorjacht Luma te rentabiliseren. Niettegenstaande de leasing van het motorjacht reeds midden 2017 was aangevat, werd pas in 2019 gestart met het voeren van publiciteit, met het oog op de verhuring ervan. Zo is pas in mei 2019 een samenwerking ontstaan met charterbedrijf 'Sunseeker Charters', die het motorjacht vermeldde in één van haar tijdschriften. Ondanks de vaststelling dat al in 2005 het eerste motorjacht werd verworven, en het derde motorjacht Luma reeds vier jaar in leasing werd verworven, heeft eiseres pas in 2021 een eigen website Iaten ontwikkelen. Het gebrek aan publiciteit was precies één van de beweegredenen om het recht op aftrek van de btw op de kosten betreffende het vorige motorjacht 'Sunseeker Manhattan 52' niet toe te staan bij arrest van het Hof van Beroep te Gent van 18 juni 2019 (stuk 3 van verweerder). Van een onderneming die een economisch rendabele activiteit beoogt en hiervoor een zeer aanzienlijke investering doet, mag worden verwacht dat zij vooraf aan alle opstartformaliteiten tracht te voldoen zodat er geen problemen opduiken bij de werkelijke aanvang;

- Ondanks de knowhow waarover eiseres sedert het eerste motorjacht 'Azimut' in 2005 ongetwijfeld moet hebben beschikt, werd het motorjacht Luma over een periode van 4 jaar (2018-2021) slechts 33,5 dagen verhuurd. Daar tegenover staat een hoger privégebruik of gebruik voor andere doeleinden van 44 dagen over een periode van 3 jaar (2018-2020, voor 2021 zijn onvoldoende gegevens bekend). Eiseres toont niet aan dat motorjacht Luma doorlopend en gedurende het volledige jaar ter beschikking werd gesteld van potentiële huurders. Daartoe is het reservatiesysteem niet transparant. Een potentiële huurder kan op de boekingswebsite niet onmiddellijk zien wanneer het motorjacht beschikbaar is voor reservatie. Deze dient daartoe eerst een reservatieverzoek in te vullen en te versturen via de website;

Het financieel plan dat eiseres voorlegt, is beperkt tot het kalenderjaar 2020. Opmerkelijk is dat daarin geen aandacht wordt besteed aan de eerste aanbetaling van 575.000 EUR bij aanvang van de Ieaseovereenkomst op 6 juli 2017. Indien de verhuurprijs per dag ca. 5.500 EUR bedraagt, impliceert dit dat — los van de kosten die het bezit en het gebruik van het motorjacht veroorzaken — over de leasingtermijn 410 verhuringen zouden moeten plaatsvinden of om en bij de 80 dagen per jaar. Rekening houdende met de overige kosten, ligt het aantal noodzakelijke verhuurdagen nog hoger om tot een rendabele exploitatie te komen;

De activiteit is nog steeds verlieslatend waardoor de vermeende exploitatie van het motorjacht niet overeenstemt met de economische realiteit. Uit niets blijkt dat eiseres de intentie had om er een effectieve economische werkzaamheid van te maken die erop gericht is om op duurzame wijze opbrengsten te genereren. Er is geen representatieve omzet, noch een gerealiseerde winst, maar wel grote en jaarlijks terugkerende verliezen. De betwiste kosten werden overwegend in het voordeel van de zaakvoerders gemaakt; het vermogen van eiseres wordt veeleer gebruikt voor private doeleinden van haar zaakvoerders en hun familie;

Eiseres heeft de btw op de leasing- en onderhoudskosten met betrekking tot het motorjacht Luma volledig in aftrek gebracht. Indien een belastingplichtige vooraf weet dat bepaalde goederen en/of diensten worden gebruikt voor andere handelingen dan deze genoemd in artikel 45, §1 WBTW, mag hij geen recht op aftrek uitoefenen. Het recht op aftrek werd door de btw-administratie toch zeer beperkt toegestaan omdat er in de gecontroleerde periode sprake was van een zekere commerciële verhuur aan derden, ook al was deze zeer gering;

De btw-administratie heeft de mate van het recht op aftrek bepaald aan de hand van een breuk met in de teller het totaal aantal dagen beroepsmatig gebruik en in de noemer het totaal aantal dagen waarop het motorjacht gebruikt wordt, zijnde het totaal aantal dagen van verhuur aan derden vermeerderd met het totaal aantal dagen van het privégebruik of van het gebruik voor andere doeleinden dan de economische activiteit. Deze zienswijze is, zoals verweerder opmerkt, in overeenstemming met het arrest van het Europees Hof van Justitie van 26 september 1996, zaak C-230/94, R. Enkler (stuk 33 van verweerder). Aan de hand van de uitgaande facturen, het Iogboek en de voorgelegde inlichtingen en/of documenten van eiseres, werd het effectieve gebruik van het motorjacht Luma in kaart gebracht voor de jaren 2017 tot en met 2020. Hieruit blijkt dat voor het jaar 2017 geen opbrengsten met betrekking tot het motorjacht Luma werden verkregen. Voor het jaar 2018 werden in totaal 10,5 vaardagen weerhouden waarvan 0,5 vaardag voor beroepsmatige doeleinden en 10 vaardagen voor privé- of andere doeleinden, wat neerkomt op een recht op aftrek van 0,5/10 of 4,76%. Voor het jaar 2019 werden in totaal 28 vaardagen weerhouden, waarvan 8 vaardagen voor beroepsmatige doeleinden en 20 vaardagen voor privé- of andere doeleinden, wat neerkomt op een recht op aftrek van 8/28 of 28,58%. De controlerende ambtenaar rekende vanaf dan in dagen (en niet meer in halve dagen). Voor het jaar 2020 werden in totaal 21 vaardagen weerhouden, waarvan 7 vaardagen voor beroepsmatige doeleinden en 14 vaardagen voor privé- en andere doeleinden, wat neerkomt op een recht op aftrek van 7/21 of 33,33%. Deze verdeelsleutels zijn niet willekeurig bepaald, maar gebaseerd op objectieve vaststellingen. Gezien het overheersend en in verhouding zwaar doorwegend privégebruik van het motorjacht, dat bovendien ook gespreid is over het charterseizoen, kan niet aanvaard worden dat de dagen waarop het motorjacht niet verhuurd wordt, ais beroepsmatig moeten worden beschouwd. De bewijslast dat eiseres recht heeft op een hoger aftrekpercentage, komt haar toe. Eiseres faalt in deze bewijslast.

5.4.

Ten slotte betwist eiseres de opgelegde belastingverhogingen van 10%. Zij meent dat de boetes ten oprechte werden opgelegd bij gebrek aan ten onrechte in aftrek gebrachte btw.

De rechtbank heeft hierboven vastgesteld (zie randnummer 5.3) dat er in hoofde van eiseres voor de betrokken jaren wel degelijk sprake is van een overtreding van de btw-wetgeving.

Er is geen reden cm de opgelegde boetes kwijt te schelden, te verminderen of te bekleden met de gunst van een uitstel. De opgelegde geldboetes worden bevestigd.

5.5.

De vordering van eiseres is ongegrond.

6. DE GERECHTSKOSTEN

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de gerechtskosten van het geschil in deze aanleg dragen.

Eiseres moet conform artikel 1022 juncto 1018, 6° van het Gerechtelijk Wetboek, naast haar eigen kosten, de gedingkosten van verweerder dragen. Vermits de Belgische Staat niet vertegenwoordigd wordt door een advocaat, heeft deze geen recht op een rechtsplegingsvergoeding. Aangezien ook geen ander gerechtskosten verschuldigd zijn, is het in dit geval overbodig om de gedingkosten vast te stellen.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK, RECHT DOENDE OP TEGENSPRAAK,

Verwerpt alle meeromvattende en strijdige conclusies als niet ter zake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, maar wijst deze af als ongegrond.

Stelt vast dat er geen kosten van het geding te begroten zijn.

Aldus gewezen in openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op woensdag zeventien april tweeduizend vierentwintig, waar aanwezig waren:

- mevrouw H. V., rechter, voorzitter van deze kamer, bijgestaan door:

- mevrouw E. H., griffier.

Nota van de FOD Financiën

Opmerkingen of Commentaar

In 2009 kocht eiseres ook al eens een motorjacht waarbij de btw ook volledig in aftrek werd genomen. In het jaar 2013 vond een fiscale controle plaats met betrekking tot de periode 1 januari 2010 tot 31 december 2011 waarbij door de controlerende ambtenaar werd vastgesteld dat eiseres niet bewees dat het motorjacht gebruikt werd voor het verrichten van belastbare handelingen in de zin van artikel 45, §1 van het Btw-Wetboek. In het eindvonnis van 8 januari 2018 heeft de Rechtbank van eerste aanleg Gent het standpunt van de administratie bevestigd. Bij arrest werd dit vonnis door het hof van beroep Gent bevestigd.

In 2017 vond andermaal een fiscale controle plaats met betrekking tot de periode 1 januari 2014 tot 31 december 2015 waarbij de administratie het recht op aftrek niet terecht achtte aangezien niet werd aangetoond dat het motorjacht gebruikt werd voor het verrichten van belastbare handelingen in de zin van artikel 45, §1 van het Btw-Wetboek. Bij vonnis werd dit door de Rechtbank van eerste aanleg Gent andermaal bevestigd.

Aangehaalde teksten

3

Vergelijkbare beslissingen

8