Gelding ten opzichte van derden, Later burgerlijk proces · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.13.0070.N 19 juni 2014

Zoeken

Gelding ten opzichte van derden, Later burgerlijk proces

https://juriel.be/nl/rechtspraak/gelding-ten-opzichte-derden-later-cassatie-brussel-2014-06-19-992e

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.13.0070.N
Datum
19 juni 2014

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

35 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 19.06.2014 (F.13.0070.N)

Gelding ten opzichte van derden - Later burgerlijk proces

Samenvatting

Het gezag van gewijsde in strafzaken, zoals dit besloten ligt in artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, staat er niet aan in de weg dat een partij in een later burgerlijk proces, zoals in het kader van een fiscale procedure, de mogelijkheid krijgt om elementen te betwisten die uit het strafproces zijn afgeleid, in zoverre zij niet bij het strafgeding was betrokken of er niet vrij haar belangen heeft kunnen doen gelden; dit geldt ongeacht of artikel 6.1 EVRM van toepassing is.

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 19.06.2014

F.13.0070.N

Volledige tekst

Tekst van de beslissing

Nr. F.13.0070.N

1. R.,

2. A.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. B. M., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te …, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur van de directie Antwerpen II, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. W. v. E., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 september 2012, na verwijzing bij arrest van het Hof van 11 februari 2010.

Advocaat-generaal D. T. heeft op 3 februari 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

RaadsheerB. W. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal D. T. heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Het gezag van gewijsde in strafzaken, zoals dit besloten ligt in artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, staat niet eraan in de weg dat een partij in een later burgerlijk proces de mogelijkheid krijgt om elementen te be-twisten die uit het strafproces zijn afgeleid, in zoverre zij niet bij het strafgeding was betrokken of er niet vrij haar belangen heeft kunnen doen gelden.

Dit geldt ongeacht of artikel 6.1 EVRM van toepassing is.

2. Door te oordelen dat de verweerder geen partij was in het geschil voor de strafrechter zodat het gezag van gewijsde dat verbonden is aan het arrest op straf-gebied niet belet dat hij in het kader van de fiscale procedure betwisting kan voeren omtrent een kwestie die in dat arrest is beslecht, met name de betwisting omtrent het moment van belastbaarheid van welbepaalde inkomsten, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 200,14 euro en voor de verweerder op 409,56 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer …

Rechtspraak

4

België

4

Bekijk alle 4

Bekijk de 4 documenten