Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 04.11.2005 (C.04.0367.F)
Bewijs - Vervoer - Bewijskrachtige documenten
Wettelijke bepalingen
Artt. 39bis, 1° en 40, W.BTW
Artt. 1 t.e.m. 3, BTW K.B. nr. 52
Samenvatting
De opsomming in art. 3, K.B. nr 52 van 29 dec. 1992 van de noodzakelijke bewijskrachtige documenten waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt, dient slechts als voorbeeld zodat andere documenten niet uitgesloten zijn voor zover ze te allen tijde in het bezit van de verkoper zijn en aan de bevoegde ambtenaar kunnen worden getoond.
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 04.11.2005
(C.04.0367.F)
BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën, Mr. A.D.B., advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
T. J., Mr. L.S., advocaat bij het Hof van Cassatie.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 december 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen.
II. Rechtspleging voor het Hof
Afdelingsvoorzitter Claude Parmentier heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.
III. Middel
Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.
Geschonden wetsbepalingen
- artikel 149 van de Grondwet;
- artikel 39bis, 1°, van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;
- de artikelen 1 tot 3 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992, genomen ter uitvoering van de artikelen 39bis en 40, ,§ 1, 1°, b, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde;
- de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek.
Aangevochten beslissingen
Met bevestiging van het vonnis van de eerste rechter vernietigt het arrest het litigieuze dwangbevel dat op 28 april 2000 door het tweede BTW-ontvangkantoor van Charleroi tegen verweerder is uitgevaardigd en gegrond is op het feit dat verweerder op 20 januari 1997 bij een vennootschap Amoco met zetel te Luxemburg een lot banden heeft gekocht tegen de prijs van 760.000 BEF zonder toepassing van de BTW (intracommunautaire verkoop, artikelen 39bis en 40, ,§1, 1°, b, van het BTW-Wetboek.) terwijl hij onmogelijk het bewijs kan leveren dat de goederen daadwerkelijk binnen de Gemeenschap zijn uitgevoerd.
De aangevochten redenen van de beslissing zijn de volgende:
" om de echtheid te betwisten van de intracommunautaire levering van de door (verweerder) doorverkochte goederen, voert de Belgische Staat geen enkel argument aan dat de eerste rechter nog niet op gepaste en volledige wijze, met oordeelkundige redenen die het hof (van beroep) overneemt, heeft beantwoord".
In zijn vonnis van 28 maart 2002 had de Rechtbank van Eerste Aanleg te Bergen geoordeeld:
" dat (eiser) staande houdt dat de wederverkoop aan de BTW moet worden onderworpen op grond dat (verweerder) het bewijs van de intracommunautaire levering niet geleverd heeft door een vervoerdocument, een contract, een betalingsbewijs of een ander document dat de werkelijkheid van de intracommunautaire levering aantoont.
dat de rechtbank, in deze omstandigheden van de zaak, erop wijst :
- dat een contante betaling, waarbij dus een van een derde afkomstig betalingsdocument ontbreekt, algemeen gezien en behoudens bijzondere gevallen, geen werkzame grief kan opleveren;
- dat een 'cash' betaling in se niet verdacht is; dat het zelfs de uiting is van een gezonde commerciële exploitatie die gerechtvaardigd is om het mogelijke risico van het faillissement van de koper na de levering te vermijden;
- dat er evenmin sprake is van een vervoerdocument wanneer, zoals hier, de Luxemburgse koper zelf de in België aangekochte goederen komt ophalen;
- dat een contract in de zin van een instrumentum niet door de handelsgebruiken wordt voorgeschreven en in deze zaak evenmin gerechtvaardigd is;
- dat de diensten van (eiser) niet preciseren welk ander door een reglement opgelegd document (verweerder) voor die verrichting had moeten opmaken of ontvangen;
- dat (verweerder) een attest overlegt afkomstig van de Luxemburgse koper die de goederen naar zijn bedrijf in Luxemburg heeft verzonden;
dat, gelet op die gegevens, ervan uit moet worden gegaan dat (verweerder) geen andere gegevens kon voorleggen dan die welke hij had voorgelegd om de intracommunautaire levering te bewijzen;
Dat zulks des te meer het geval is daar het administratief onderzoek zich niet met die Luxemburgse klant heeft ingelaten, zodat er geen enkel gegeven wordt voorgelegd over zijn gebrek aan 'fiscaal fatsoen'".
Grieven
1. Eerste onderdeel
Artikel 39bis van het BTW-Wetboek bepaalt
"Van de belasting zijn vrijgesteld :
1° de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, ,§2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen, voor zover die leveringen van goederen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, ,§4".
Ter uitvoering van dat artikel, bepaalt het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 :
"Artikel 1 : De in artikel 39bis van het Wetboek bedoelde vrijstellingen zijn afhankelijk van het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap.
Artikel 2 : De in artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek bedoelde vrijstelling is bovendien afhankelijk van het bewijs dat de levering geschiedt voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lidstaat.
Artikel 3 : De verkoper moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt ; hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken.
Door of vanwege de Minister van Financiën kan eveneens het uitreiken van andere stukken worden voorgeschreven, inzonderheid indien de goederen door de koper of voor zijn rekening worden meegenomen."
De in die bepalingen vermelde voorwaarden voor vrijstelling van de belastingen moeten strikt worden nageleefd aangezien ze ertoe strekken fraude te voorkomen.
Bijgevolg vermocht de rechter niet van de bepalingen af te wijken en verweerder een recht op vrijstelling van de belasting toe te kennen ondanks het ontbreken van documenten, op grond dat de verkochte banden cash zijn betaald en de goederen door de koper zijn opgehaald, voor welke verrichting gewoonlijk geen documenten worden opgesteld Het doet eveneens niet ter zake dat verweerder naderhand een "attest" van de Luxemburgse koper heeft kunnen overleggen.
Indien verweerder de vrijstelling waarin artikel 39bis, 1°, van het BTW-Wetboek, voorziet, had willen genieten, had hij al bij de verkoop en op de dag van de controle bij hem op 2 maart 1999, dus meer dan twee jaar na de verkoop van de banden, in het bezit moeten zijn van documenten waaruit bleek dat de goederen wel degelijk naar een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap waren verzonden of vervoerd (zie artikel 3 van het vorenaangehaalde koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992).
Hieruit volgt dat het arrest, door te beslissen dat verweerder ondanks de afwezigheid van die documenten de echtheid van een intracommunautaire verkoop heeft bewezen en dat hij vrijstelling van de belasting op die verkoop kan genieten, de in de aanhef van het middel aangewezen bepalingen schendt, en meer bepaald artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 en met uitzondering van artikel 149 van de Grondwet van de artikelen 1319, 1320 et 1322 van het Burgerlijk Wetboek.
IV. Beslissing van het Hof
1. Eerste onderdeel
Overwegende dat, luidens artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek, van de belasting zijn vrijgesteld de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, ,§2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen, voor zover die leveringen van goederen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, ,§4 ;
Dat het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992, genomen ter uitvoering van de artikelen 39bis en 40, ,§1, 1°, b, van het BTW-Wetboek, betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, in artikel 1 ervan bepaalt dat in artikel 39bis van het Wetboek bedoelde vrijstellingen afhankelijk zijn van het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap en, in artikel 3, dat de verkoper te allen tijde in het bezit moet zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; dat hij ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren moet overleggen en dat die stukken onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken zijn ;
Overwegende dat die bepalingen de noodzakelijke bewijskrachtige documenten weliswaar slechts als voorbeeld vermelden en niet uitsluiten dat de verkoper de echtheid van de verzending of het vervoer aantoont aan de hand van andere documenten dan die welke daar zijn vermeld, maar dat die documenten te allen tijde in het bezit van de verkoper moeten zijn en aan de bevoegde ambtenaar moeten kunnen worden getoond ;
Overwegende dat het arrest, met overneming van de gronden van de eerste rechter, vaststelt dat verweerder een lot banden heeft verkocht aan de vennootschap naar Luxemburgs recht Amoco en dat hij "een attest afkomstig van de Luxemburgse koper die de goederen naar een bedrijf in Luxemburg heeft verzonden" overlegt ;
Dat het arrest, dat niet vaststelt dat het door verweerder overgelegde document niet in het bezit was op het tijdstip dat bij hem een controle werd uitgevoerd door ambtenaren van de BTW-administratie, zijn beslissing dat verweerder de vrijstelling van de belasting op de litigieuze verkoop kan genieten, niet naar recht verantwoordt ;
Dat het onderdeel gegrond is ;
En overwegende dat er geen grond bestaat tot onderzoek van het tweede onderdeel dat niet tot ruimere cassatie kan leiden ;
(…)
DIE REDENEN,
Beschikkend gedeelte
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit het dwangbevel vernietigt dat op 28 april 2000 door de BTW-administratie ten laste van verweerder werd uitgevaardigd betreffende de verkoop van goederen aan de vennootschap naar Luxemburgs recht Amoco, en het uitspraak doet over de kosten ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ;
Verwijst de zaak de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter …
Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter …
Ondertekeningen
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
4Rechtspraak
7België
7Hof van CassatieF.08.0088.F04.06.2009
Vrijstellingen, Uitvoer, Invoer, Intracommunautaire leveringen en verwervingen, internationaal vervoer
Hof van beroep te Antwerpen21.12.2010
Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, strafbepaling, vervolging
Hof van beroep te Antwerpen07.09.2010