Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 19.04.2011
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Hof van beroep te Gent - 5e kamer
Nr. 2009/AR/3225
in de zaak van :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12,
appellant,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. G. loco mr. V. A. E., advocaat te …, …
tegen :
W. C. (W.) BVBA,
met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,
geïntimeerde,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. W. B. loco mr. D. A., advocaat te …, … loco mr. D. S. M., advocaat te …, … en loco mr. D. L., advocaat te …, …,
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 18 december 2009 werd door de Belgische Staat hoger beroep aangetekend tegen het vonnis uitgesproken op 21 oktober 2009 door de zesde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent waarbij de fiscale vordering er toe strekkende de aanslagen in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 1995 (kohierartikel 966271), 1996 (kohierartikel 966281), 1997 (kohierartikel 966291), 1998 (kohierartikel 065842) en 1999 (kohierartikel 812400580) te vernietigen volledig werd ingewilligd.
Het hoger beroep strekt er toe het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te doen verklaren. Dienvolgens het bestreden vonnis te vernietigen wat betreft de gegrondverklaring van de door de geïntimeerde gevorderde vernietiging van de aanslagen betreffende de aanslagjaren 1995 (kohierartikel 966271), 1996 (kohierartikel 966281), 1997 (kohierartikel 966291) en 1998 (kohierartikel 065842), dit alles met veroordeling van de geïntimeerde in de kosten van de beide aanleggen, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
De geïntimeerde vordert het hoger beroep van de appellant ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren.
Dienvolgens het bestreden vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent d.d. 21 oktober 2009 (AR. 02/2723/ A) te bevestigen en vervolgens te zeggen voor recht :
MET BETREKKING TOT DE AANSLAGJAREN 1995 EN 1996
a. In hoofdorde
De beslissing d.d. 22 april 2004 van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie der Directe Belastingen, Gent Taxatie, met refertenummers 0604000413, 06040100256 en 06040100486, teniet te doen en dienvolgens de betwiste aanslagen, gekend onder de kohierartikelen 966271 (aanslagjaar 1995) en 966281 (stuk tekst onleesbaar) ………………….. betwiste aanslagen zoals deze ter kohiere werden gebracht onder de artikelen 966271 en 966281 voor zover nodig deze te vernietigen, met inbegrip van alle verhogingen, boeten en kosten;
b. In eerste ondergeschikte orde
De beslissing d.d. 22 april 2004 van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie der Directe Belastingen, Gent Taxatie, met refertenummers 0604000413, 06040100256 en 06040100486, teniet te doen en dienvolgens de betwiste aanslagen, gekend onder de kohierartikelen 966271 (aanslagjaar 1995) en 966281 (aanslagjaar 1996) te vernietigen wegens schending van de controle -en aanslagtermijnen;
Dienvolgens geïntimeerde volledige ontheffing te verlenen van de betwiste aanslagen zoals deze ten kohiere werden gebracht onder de artikelen 966271 en 966281 voor zover nodig deze te vernietigen, met inbegrip van alle verhogingen, boeten en kosten;
c) In tweede ondergeschikte orde
De beslissing d.d. 22 april 2004 van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie der Directe Belastingen, Gent Taxatie, met refertenummers 0604000413, 06040100256 en 06040100486, teniet te doen en dienvolgens de betwiste aanslagen, gekend onder de kohierartikelen 966271 (aanslagjaar 1995) en 966281 (aanslagjaar 1996) te vernietigen wegens schending van de Wet Openbaarheid van Bestuur.
Dienvolgens geïntimeerde de volledige ontheffing te verlenen van de betwiste aanslagen zoals deze ten kohiere werden gebracht onder de artikelen 966271 en 966281.
Voor zover nodig deze te vernietigen, met inbegrip van alle verhogingen, boeten en kosten.
d) In derde ondergeschikte orde
Bovenvermelde beslissing d.d. 22 april 2004 van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie der Directe Belastingen, Gent Taxatie, met refertenummers 0604000413, 06040100256 en 06040100486, teniet te doen en dienvolgens de betwiste aanslagen, gekend onder de kohierartikelen 966271 (aanslagjaar 1995) en 966281 (aanslagjaar 1996) te ontheffen, aangezien de aanslagen geheime commissielonen niet bewezen is.
Dienvolgens geïntimeerde de overeenkomstige ontheffing te verlenen van de betwiste aanslagen zoals deze ten kohiere werden gebracht onder de artikelen 966271 en 966281 voor zover nodig deze te vernietigen, met inbegrip van alle verhogingen, boeten en kosten;
MET BETREKKING TOT DE AANSLAGJAREN 1997 EN 1998
a. In hoofdorde
Bovenvermelde beslissing d.d. 22 april 2004 van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie der Directe Belastingen, Gent Taxatie, met refertenummers 0604000413, 06040100256 en 06040100486, teniet te doen en dienvolgens de betwiste aanslagen, gekend onder de kohierartikelen 966291 (aanslagjaar 1997) en 065842 (aanslagjaar 1998) te vernietigen wegens de gebreken in het gevoerde onderzoek;
Dienvolgens geïntimeerde volledige ontheffing te verlenen van de betwiste aanslagen zoals deze ten kohiere werden gebracht onder de artikelen 966291 en 065842 voor zover nodig deze te vernietigen, met inbegrip van alle verhogingen, boeten en kosten;
b. In eerste ondergeschikte orde
Bovenvermelde beslissing d.d. 22 april 2004 van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie der Directe Belastingen, Gent Taxatie, met refertenummers 0604000413, 06040100256 en 06040100486, teniet te doen en dienvolgens de betwiste aanslagen, gekend onder de kohierartikelen 966291 (aanslagjaar 1997) en 065842 (aanslagjaar 1998) te vernietigen wegens schending van de Wet Openbaarheid van Bestuur.
Dienvolgens geïntimeerde volledige ontheffing te verlenen van de betwiste aanslagen zoals deze ten kohiere werden gebracht onder de artikelen 966291 en 065842 voor zover nodig deze te vernietigen, met inbegrip van alle verhogingen, boeten en kosten;
c. In tweede ondergeschikte orde
De beslissing d.d. 22 april 2004 van de heer Gewestelijk Directeur van de Administratie der Directe Belastingen, Gent Taxatie, met refertenummers 0604000413, 06040100256 en 06040100486, teniet te doen en dienvolgens de betwiste aanslagen, gekend onder de kohierartikelen 966291 (aanslagjaar 1997) en 065842 (aanslagjaar 1998) te ontheffen, aangezien de aanslagen geheime commissielonen niet bewezen zijn.
Dienvolgens geïntimeerde de overeenkomstige ontheffing te verlenen van de betwiste aanslagen zoals deze ten kohiere werden gebracht onder de artikelen 966291 en 065842 voor zover nodig deze te vernietigen, met inbegrip van alle verhogingen, boeten (stuk tekst niet leesbaar) ………..waarde van het geschil (500.000 tot 1.000.000 EUR) : … EUR, vermeerderd met de interesten tot op de datum van inleiding van het geschil, en voor zover nodig, tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde belastingen, verhogingen en nalatigheidsintresten met inbegrip van de daarop, overeenkomstig artikel 418 WIB/1992, verschuldigde moratoriumintresten, alsmede tot terugbetaling van de ten onrechte aan geïntimeerde aangerekende en door haar betaalde vervolgingskosten.
Feitelijke gegevens
De NV G. België werd opgericht op 12 augustus 1992 met als doelstelling het nationaal en internationaal goederenvervoer. Per beslissing van de algemene vergadering van 3 december 1997 werden zowel de naam als het doel van de vennootschap gewijzigd in twee vennootschappen nl. de oprichting van de geïntimeerde wiens sector zich situeert op het vlak van het containervervoer, terwijl het transport van planten werd toevertrouwd aan de nieuwe NV G. België.
Op 8 maart 1999 verzocht het Federaal Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid om medewerking van de informaticacel van de BBI - Gewestelijke directie Gent om gegevens af te halen en kopie te maken van de software die zich op de computer van deze belastingplichtigen bevond. Dit onderzoek ging door op 18 maart 1999 en uit het verslag van 28 oktober 1999, dat op de administratie toekwam op 19 november 1999 moet blijken dat tijdens de inkomstenjaren 1994 tot 1998 niet aangegeven lonen werden uitbetaald aan de personeelsleden en waarvoor geen fiches 281.10 en opgaven 325.10 werden opgemaakt.
Het is precies deze onderzoeksdaad die door de geïntimeerde werd ingeroepen om tot de nietigheid van de betwiste aanslagen te besluiten omdat de BBl-ambtenaar een hem op grond van artikel 61 W.BTW verleende onderzoeksbevoegdheid heeft uitgevoerd naar aanleiding van de bijstand aan de sociale inspectie en met het oog op het verschaffen van gegevens die de sociale inspectie op grond van de aan deze diensten verleende bevoegdheden niet zou kunnen worden verkregen. Dit bleek evenzeer uit het proces-verbaal van de sociale inspectie daar de sociale inbreuken werden vastgesteld op grond van de informaticagegevens die door de BBl-ambtenaar met dat primaire oogmerk werden gekopieerd. De doelgebondenheid van de fiscale controle, die haar grondslag vindt in het fiscaal legaliteitsbeginsel, verhindert dat de aanslagen kunnen worden gevestigd op grond van gegevens die op onregelmatige wijze zijn verkregen.
De betwiste aanslagen zijn uiteindelijk gevestigd na berichten van wijziging van aangifte, gevolgd door een bezwaarprocedure die bij directoriale beslissing van 22 april 2002 werd afgewezen. Voor de eerste rechter werden de gebreken in het gevoerde onderzoek ingeroepen, de schending van de aanslag- en controletermijnen, de Wet openbaarheid van Bestuur en voor wat het aanslagjaar 1999 aangaat "de verkeerde belastingplichtige".
Volgens het bestreden vonnis werd het principe van de doelgebondenheid van de fiscale onderzoeksbevoegdheid ingeroepen en werd beslist dat deze onderzoeksbevoegdheid werd miskend door wetens en willens de bevoegdheden niet aan te wenden "om de juiste heffing van de belasting" na te gaan. Het is tegen dit vonnis dat door de Belgische Staat hoger beroep werd aangetekend.
Beoordeling
De geïntimeerde betwist de wettigheid van de tussenkomst van de informaticacel van de BBI en laat gelden dat de gedane vaststellingen niet op wettige wijze werden bekomen zodat er sprake is van machtsafwending en schending van het principe van de doelgebondenheid van de fiscale controle.
De Belgische Staat stelt daar tegenover dat de fiscale ambtenaren in opdracht en voor rekening van de sociale inspecteurs die niet over deze technische expertise beschikken, computergegevens mogen kopiëren of anders gezegd : een computerspecialist van de BBI mag de sociale inspecteurs vergezellen om de computergegevens waarop zij aasden, in beslag te laten nemen. De Belgische Staat verwijst naar de Arbeidsinspectiewet van 16 november 1972 en gaat er vanuit dat alles wat niet verboden is door de wet of een algemeen rechtsbeginsel toegelaten is, waaruit de Belgische Staat afleidt dat sociale inspecteurs gerechtigd zijn zich te laten bijstaan door deskundigen. De appellant houdt derhalve staande dat de BBI-ambtenaar geen fiscaal onderzoek voerde doch dat het onderzoek geleid werd door de sociale inspectie zodat ook art. 8 van het E.V.R.M. niet kon geschonden worden.
De kern van de zaak is te weten of hier een fiscaal onderzoek dan wel een sociaal onderzoek werd gevoerd. In het door de geïntimeerde overgelegd advies van de advocaat-generaal gegeven op 23 juni 2010 wordt gesteld dat de bevoegdheid voor een sociale inspecteur om de bijstand te vragen van een ambtenaar van de BBI tot uitvoering van hun eigen bevoegdheden geen steun vindt in de arbeidsinspectiewet.
Met de geïntimeerde moet worden aangenomen dat de BBI-ambtenaar tijdens het plaatsbezoek gebruik heeft gemaakt van zijn onderzoeksbevoegdheden van het BTW-Wetboek. In het proces-verbaal van kopijname van informaticagegevens (stuk 7 doss. geïnt.) wordt uitdrukkelijk melding gemaakt van artikel 61 van het BTW-Wetboek. Er wordt overigens niet betwist dat de heer D. van de BBI een kopie heeft gemaakt van de software die zich op de bedrijfscomputer van de geïntimeerde bevond, terwijl het tevens vaststaat dat deze gegevens nadien door de BBI-inspectie werden overgemaakt aan de sociale inspectie. Bezwaarlijk kan worden betwist dat dit een onderzoeksdaad is.
Een onderzoeksbevoegdheid wordt steeds met een welbepaald oogmerk toegekend en zij kan niet van dat doel worden afgewend. Het doelgebonden karakter van de fiscale controle impliceert dat een fiscaal ambtenaar bij een fiscaal onderzoek steeds rekening moet houden met de wettelijke finaliteit van zijn onderzoeksbevoegdheid.
Uit de doelgebondenheid van het fiscaal onderzoek volgt tevens dat de controlerende ambtenaar, als dusdanig niet gerechtigd is om zijn fiscale onderzoeksmacht, op eigen initiatief of op verzoek van een collega, ten dienste te stellen van een andere administratie of een andere belasting dan die waarvoor de administratie waartoe hij behoort, bevoegd is.
De beperking dat de door een fiscale wetgeving toegekende bevoegdheden slechts mogen gebruikt worden om de belastingen te controleren die het voorwerp zijn van die wetgeving, is zeer strikt.
Op basis van de objectieve feitelijke gegevens zoals hierboven omschreven, moet vastgesteld worden dat de BBl-ambtenaar een hem op grond van artikel 61 W.BTW verleende onderzoeksbevoegdheid heeft aangewend naar aanleiding van de bijstand aan de Sociale Inspectie en met het oog op het verschaffen van gegevens van de bedrijfscomputer van geïntimeerde.
Het doorspelen van deze gegevens ingewonnen op basis van haar onderzoeksbevoegdheden in het kader van het BTW-Wetboek aan de Administratie der directe belastingen en de Sociale Inspectie, terwijl er geen enkel bewijs voorligt dat de BBI regelmatig belast was met een onderzoek naar de toepassing van de BTW-wetgeving, leidt tot nietigheid van het onderzoek en dus van de op grond van dit onderzoek gevestigde aanslagen.
Te dezen werd het principe van de doelgebondenheid van de fiscale controle miskend door wetens en willens deze bevoegdheden niet aan te wenden om de juiste heffing van de belasting na te gaan doch wel met schending van artikel 61 W.BTW. Aangezien de betwiste aanslagen zijn gebaseerd op onrechtmatig bekomen bewijs moeten de voorliggende aanslagen in hun geheel worden vernietigd. Evenmin overtuigend is de omstandigheid dat de appellant zich beroept op een samenwerkingsprotocol afgesloten op 30 juli 1993 tussen de sociale inspectie en de BBI. Overigens wijst de geïntimeerde er terecht op dat de samenwerking tussen de verschillende overheidsinstanties niet het voorwerp uitmaakt van de betwisting.
De aanwending van art. 61 BTW/Wet of het gebruik maken van een bepaalde onderzoeksbevoegdheid voor een ander doel dan datgene waarvoor de bevoegdheid is verleend moet als machtsafwending worden beschouwd. Aangezien dit het geval is bij de geïntimeerde moeten de daarop gebaseerde aanslagen worden vernietigd. De andere grieven moeten in deze omstandigheden niet langer onderzocht.
Wat de rechtsplegingsvergoeding aangaat situeert de waarde van de vordering zich tussen de 500.000,01 EUR en 1.000.000,00 EUR zodat deze … EUR bedraagt. Gelet op het ongelijk van de Belgische Staat dient deze verwezen te worden in de kosten.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
HET HOF, recht doende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Verklaart het hoger beroep toelaatbaar doch wijst het af als ongegrond.
Bevestigt het bestreden vonnis.
Veroordeelt de appellant in de kosten van het hoger beroep begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van de geïntimeerde.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op NEGENTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN ELF.
Aanwezig de Heren :
A. D. M., Kamervoorzitter, Voorzitter,
G. T. en D. V., Raadsheren,
M. V., griffier.
M. V. D. V. G. T. A. D. M.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.