Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 18.01.2018 (F.16.0032.N)
WF 710-15-11/009110
[Gunstig voor de administratie]
Belastingplichtige – aanvang belastingplicht – aftrek van voorbelasting – uitgaande handelingen – economische activiteit - vrijstellingen – vrijstelling financiële handelingen
Wettelijke bepalingen
Art. 4, § 1 W.Btw,
Art. 44, § 3, 10° W.Btw,
Art. 45, § 1 W.Btw
Samenvatting
1.Feiten
De eiser is een NV, opgericht voor de realisatie van een bouwproject samen met een overheidsinstelling. De samenwerking is mank gelopen waardoor uiteindelijk nooit uitvoering werd gegeven aan het project. Doordat de geplande werken nooit aangevangen zijn, is er nooit omzet geboekt. De eiser diende wel btw-aangiften, waarin btw in aftrek werd genomen.
Na diverse controles werden processen-verbaal opgesteld, waarin werd gesteld dat btw diende te worden teruggestort ingevolge onrechtmatig genoten aftrek wegens gebrek aan het stellen van uitgaande handelingen als bedoeld in art. 45, § 1 WBTW, bij gebrek aan bedoeling dergelijke handelingen te stellen en bij gebrek aan hoedanigheid van belastingplichtige. Tegen de daaropvolgende dwangbevelen werd verzet aangetekend bij de eerste rechter.
2.Procedure in eerste aanleg en voor hof van beroep
Zowel in eerste aanleg als voor het hof van beroep wordt geoordeeld dat het standpunt van de administratie (verweerder) bijgetreden wordt dat het onbetwistbaar is dat de eiser vanaf 2 oktober 1996 geen enkele intentie meer had om nog activiteiten te ontplooien in de zin van artikel 4 WBTW. De belastingplichtige heeft op die datum in de daar vermelde procedure voor de rechtbank van koophandel een tegenvordering gesteld die nog uitsluitend erop gericht was om een zo hoog mogelijke vergoeding voor haar aandelen te bekomen.
Anders dan wat de eiser voorhoudt, kan het stellen van de handelingen die nodig waren om tot een volwaardige vergoeding voor haar aandelen te komen, evenmin beschouwd worden als 'activiteiten van afhandeling van haar economische activiteit.
3.Middel voor het Hof van Cassatie
De eiser laat in het enig middel gelden dat het bestreden arrest de artikelen 4, § 1; art. 45, § 1 en art. 44, § 3, 10° WBTW schendt omdat aan eiser geweigerd wordt de hoedanigheid van btw-belastingplichtige en het recht op aftrek toe te kennen voor betreffende periode.
4.Beslissing van het Hof
De appelrechters oordelen dat de eiseres geen recht op aftrek heeft van de voorbelasting die verband houdt met goederen of diensten geleverd met het oog op de verzilvering van de participatie, omdat niet blijkt dat in de bijkomende vergoeding, die de eiser ontvangen heeft in het kader van de dading, de kosten zijn opgenomen waarvoor de eiseres het recht op aftrek vordert.
Het middel dat niet opkomt tegen deze zelfstandige niet-bekritiseerde reden, is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.
Opmerking
Het middel voert aan dat uit de door het arrest vastgestelde feiten blijkt dat eiser de intentie had om omzet te realiseren. Het middel vergt aldus een onderzoek van de feiten, waartoe het Hof niet bevoegd is. Het middel dat niet tot cassatie kan leiden is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 18.01.2018 (F.16.0032.N)
E. nv, met zetel te …, …, eiseres, vertegenwoordigd door mr. M. L., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te …, …, waar de eiseres woonplaats kiest,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, voor wie optreedt de administratie btw, registratie en domeinen, btw ontvangkantoor Gent 1, met kantoren te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6/107, verweerders, vertegenwoordigd door mr. G. d. F., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te …, …, waar de verweerders woonplaats kiezen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 september 2015.
Advocaat-generaal met opdracht J. V. d. F. heeft op 2 oktober 2017 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Raadsheer K. M. heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht J. V. d. F. heeft geconcludeerd.
II.CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III.BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
De appelrechters verwerpen de aftrek van de voorbelasting voor de periode na 2 oktober 1996 niet alleen omdat de eiseres nooit een economische activiteit heeft uitgeoefend.
Zij oordelen ook dat het recht op aftrek van de btw die op het betrekken van goederen of diensten drukt, veronderstelt dat de voor de verwerving gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de belaste handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat en dat zelfs als aangenomen wordt dat er sprake was van een intentie tot economische activiteit, die buiten de wil van de eiseres niet kon worden gematerialiseerd, dan nog uit niets blijkt dat de kosten waarvoor de eiseres recht op aftrek vraagt, werden opgenomen in de bijkomende vergoeding die de eiseres ontvangen heeft in het kader van de dading.
De appelrechters oordelen aldus tevens dat de eiseres geen recht op aftrek heeft van de voorbelasting die verband houdt met goederen of diensten geleverd met het oog op de verzilvering van de participatie; omdat niet blijkt dat in de bijkomende vergoeding, die de eiseres ontvangen heeft in het kader van de dading, de kosten zijn opgenomen waarvoor de eiseres het recht op aftrek vordert.
Het middel dat niet opkomt tegen deze zelfstandige niet-bekritiseerde reden, is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op … euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter A. S., als voorzitter, en de raadsheren G. J., F. V. V., B. W. en K. M., en in openbare rechtszitting van 18 januari 2018 uitgesproken door sectievoorzitter- A. S., in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht J. V. d. F., met bijstand van griffier V. V. d. S.
Ondertekeningen
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.