Fiche van de FOD Financiën
Aftrek
Herziening
Bedrijfsmiddelen
Samenvatting
Een onderneming had belangrijke kosten gedaan voor het renoveren de uitbreiding van een bedrijfsgebouw, de aanleg en de afsluiting van een parking, schilderwerken en het plaatsen van sanitaire-, elektrische- en verwarmingsinstallaties. De B.T.W. geheven van deze kosten werd volledig en onmiddellijk in aftrek gebracht. Na de werken werd de naakte eigendom van de gebouwen en de terreinen overgedragen aan een andere vennootschap. Derhalve werd het onroerend goed, waarop de in aftrek gebrachte B.T.W. betrekking had, gesplitst in twee B.T.W.-goederen, nl. een zakelijk recht van vruchtgebruik en een zakelijk recht van naakte eigendom. Niettegenstaande het vruchtgebruik nog steeds wordt aangewend voor de economische activiteit van de onderneming die de B.T.W. in aftrek is gebracht, is de B.T.W.-administratie en het Hof van oordeel dat het afstaan van de blote eigendom met zich meebrengt dat het bedrijfsmiddel ophield in de onderneming te bestaan en dat er bijgevolg een herziening van de reeds in aftrek gebrachte B.T.W. diende te gebeuren overeenkomstig artikel 10, 4° van het K.B. nr. 3 van 10 december 1969.
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
19° Kamer
Alleenrechtsprekend Kamervoorzitter: Dhr. M. Vercruysse
Griffier: Dhr. C. Sonneville
Partij: Stevens Koeltechniek N.V. t. De Belgische Staat
Rolnr. : 1998/AR/560
Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 6 maart 1998 stelt de appellant tijdig en in regelmatige vorm hoger beroep in tegen het vonnis van 9 januari 1998 van de vierde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Ieper dat de vordering door de geïntimeerde gesteld bij dagvaarding betekend op 8 april 1997 ontvankelijk en gegrond verklaard en hem veroordeelt om aan de geïntimeerde 1.029.134 F te betalen, vermeerderd met de wettelijke interesten vanaf de dagvaarding tot aan de volledige betaling en hem tevens veroordeelt tot de kosten van het geding.
Bij voormelde dagvaarding tekende de geïntimeerde verzet aan tegen de correctieopgave betreffende een op 22 april 1996 aangevangen controle in verband met de toepassing van de wetgeving en de reglementering betreffende de BTW waarin inbreuken werden vastgesteld op de in art. 10 van het KB nr. 3 van 10 december 1969 opgelegde verplichting tot het herzien van de aftrek van de BTW geheven op bedrijfsmiddelen.
Het voorwerp van de vordering en het standpunt van de partijen worden juist uiteengezet in het bestreden vonnis. Het Hof verwijst naar deze uiteenzetting.
De betwisting behelst geen vraag van interpretatie die het stellen van een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie nodig maakt.
Dat de geïntimeerde op grond van art. 45 § 1 van het BTW-wetboek het geheel van de BTW geheven op de haar geleverde goederen en verleende diensten voor de verbouwing, verbetering en uitrusting van het onroerend goed, gebouwen en terreinen, ab initio in aftrek kon brengen omdat die goederen en diensten gebruikt werden voor belaste handelingen staat buiten betwisting.
Volgens de gegevens vermeld in de correctieopgave en het proces-verbaal van de hoofdcontroleur van de BTW (p. 4 tot 8) gaat het om werken voor het renoveren en de uitbreiding van een bedrijfsgebouw, de aanleg en de afsluiting van een parking, schilderwerken, en het plaatsen van sanitaire-, electrische- en verwarmingsinstallaties uitgevoerd in de periode 90 - 93.
De overdracht van de naakte eigendom van de gebouwen en de terreinen aan de N.V. Hercha- patrimoniumvennootschap, bij akte inbreng van notaris Donck te Reninge van 28 december 1993, houdt in dat het onroerend goed waarop de in aftrek gebrachte uitgaven betrekking hadden gesplitst wordt in twee BTW-goederen, nl. een zakelijk recht van vruchtgebruik en een zakelijk recht van naakte eigendom.
Gelet op hun aard komen de investeringen zowel te goede aan de waarde van het vruchtgebruik als van de naakte eigendom. Het gaat inderdaad om duurzame bestedingen die ook de waarde van de naakte eigendom op een positieve wijze beïnvloeden.
De vervreemding van de naakte eigendom houdt in dat dit BTW- goed onttrokken wordt aan de onderneming en niet langer gebruikt wordt voor belaste handelingen.
Zulks betekent dat de uitgaven die hier aan de orde zijn, in de mate dat zij hun weerslag hebben op de waarde van de naakte eigendom, niet langer kunnen worden beschouwd als zijnde gedaan voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting.
In die mate is er geen sprake van BTW die voor aftrek in aanmerking komt omdat hij werd betaald op leveringen en diensten gebruikt buiten het kader van de economische activiteiten van de geïntimeerde.
Dat het door de geïntimeerde voorbehouden vruchtgebruik verder de aanwending toeliet van die investering neemt niet weg dat de blote eigendom van het bedrijfsmiddel ingevolge de op 28 december 1993 gedane inbreng ophield in de onderneming van de geïntimeerde te bestaan.
Art. 10, 4° van het KB nr. 3 van 10 december 1969 verantwoordt de herziening van de aftrek in functie van de waarde van de naakte eigendom.
Beschikkend gedeelte
Op deze gronden,
het Hof, rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken,
Ontvangt het hoger beroep en verklaart het gegrond.
Bevestigt het bestreden vonnis inzoverre het de vordering van de geïntimeerde ontvankelijk verklaart,
Doet het voor het overige teniet en, opnieuw wijzende,
Verklaart de vordering van de geïntimeerde ongegrond.
Veroordeelt de geïntimeerde tot de kosten van de beide instanties.
Begroot ze aan de zijde van de appellant, volgens opgave, op 12.300 F + 16.400 F wegens rechtsplegingsvergoeding.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.