Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 127, blz. 15977
VZW - BTW-vrijstelling - Vertrouwensbeginsel - Behoorlijk bestuur
VRAAG
Op mijn schriftelijke vraag nr. 264 van 13 maart 2000 antwoordde de minister (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1999-2000, nr. 28, blz. 3328) dat VZW's BTW verschuldigd zijn voor volgende handelingen:
1. het ter beschikking stellen van ruimte aan de steiger;
2. het uit het water halen van boten;
3. het opbergen van boten in een winterloods;
4. het terug te water laten van boten.
De jachtclubs in de Nieuwpoortse haven zijn officieel VZW's, maar verdienen aardig wat geld met de verhuring van ligplaatsen en andere diensten. Hierdoor komen ze in concurrentie met een aantal private bedrijven die dezelfde diensten op commerciële basis leveren.
Volgens een artikel in Knack van 29 augustus 2001 ging de Bijzondere Belastinginspectie niet steeds over tot de inning van achterstallige BTW.
Op welke wettelijke basis werd deze BTW kwijtgescholden?
ANTWOORD
In het antwoord op de parlementaire vraag nr. 264 van 13 maart 2000 van het geachte lid heb ik bevestigd dat de kwestieuze handelingen onderworpen zijn aan de BTW en niet kunnen genieten van de vrijstelling bedoeld in artikel 44 van het BTW-Wetboek.
De Bijzondere Belastinginspectie (BBI) had bijgevolg overwogen om bij een aantal verenigingen de BTW te eisen op de in het verleden verrichte handelingen.
De BBI heeft uiteindelijk beslist om van die eis af te zien, vermits de retroactieve toepassing van de nieuwe beoordeling van de omstandigheden waarin de VZW's hun prestaties verrichten tegenstrijdig zou geweest zijn met de gebinselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek het rechtszekerheidsbeginsel en het eraan verbonden gerechtvaardigd vertrouwen.
De administratie heeft hierbij rekening gehouden met de constante rechtspraak, die voor iedere belastingplichtige het recht op rechtszekerheid erkent, hetgeen inhoudt dat de burger moet kunnen vertrouwen op de gerechtvaardigde verwachtingen die de administratie bij de belastingplichtige heeft opgewekt. (cf. Cass., 27 maart 1992). In casu had de administratie aan de belastingplichtigen op een ondubbelzinnige wijze laten weten dat de kwestieuze handelingen van BTW waren vrijgesteld.
Mijns inziens is de administratie van de BBI bij de behandeling van deze dossiers met de nodige omzichtigheid en dosis "gezond verstand" te werk gegaan. Het is immers geenszins de opdracht van de administratie om ten allen prijze te taxeren. Integendeel, in het kader van het streven naar een nieuwe administratieve cultuur met een ruimere responsabilisering van de fiscale ambtenaar staan een optimale kwaliteit van de taxaties, hun verdedigbaarheid en de zorg voor de effectieve inning van de geëiste bedragen voorop.
In het artikel dat is verschenen in het weekblad Knack van 29 augustus 2001 citeert de journalist één passage uit de brief van 10 juli 2001 van de directeurgeneraal van de BBI aan de raadsman van één van de beoogde verenigingen, haalt deze volledig uit de context en laat daarenboven de motivering weg. Indien de journalist in zijn artikel blijk had gegeven van de nodige objectiviteit had één en ander waarschijnlijk geen aanleiding gegeven tot deze vraag.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
1Rechtspraak
1België
1Hof van beroep te Antwerpen15.12.2009