Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 28, blz. 3328
VZW's - Watersport
VRAAG
Ondanks het feit dat VZW's sinds 1 januari 1993 principieel BTW-belastingplichtig zijn, blijft er her en der over concrete gevallen onduidelijkheid bestaan.
Meestal worden deze VZW's nochtans vrijgesteld van deze belasting. Anderzijds volstaat het dat, en dit onafhankelijk van hun statuut van vrijgestelde belastingplichtige, een VZW goederen levert of diensten presteert die bepaald zijn in het wetboek, zelfs zonder enig winstoogmerk, opdat zij toch aan de BTW onderworpen zijn voor deze activiteiten (bijvoorbeeld een ziekenhuis dat brilmonturen verkoopt is hiervoor BTW-plichtig).
Aldus zijn sommige verenigingen gedeeltelijk BTW-plichtig omdat zij deze handelingen verrichten. Daarbij komt nog dat het BTW-plichtig zijn niets verandert aan het fiscaal statuut van de VZW zelf: zij blijft aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting onderworpen, naargelang zij al dan niet winstgevende activiteiten uitoefent.
Concreet rijst het probleem met betrekking tot VZW's die tot doel hebben de watersport te bevorderen.
In hoofdzaak spitsen deze VZW's zich toe op het geven van zeilcursussen, cursussen voor het behalen van brevetten "jachtman", "beperkt stuurbrevet", enz.
Bijkomend stellen zij een steiger ter beschikking van hun leden (booteigenaars), die dan voor de gehuurde beschikbare ruimte een vergoeding betalen. Eventueel staan deze VZW's ook in voor het uit het water halen van de boten en het opbergen van het betrokken materiaal tijdens de winterperiode. Na de winter zorgen de VZW's eventueel voor het terug te water laten.
Wanneer de omzet die deze VZW's halen uit deze handelingen meer dan 250.000 BEF bedraagt dan rijzen toch een aantal vragen:
1. Zijn deze VZW's BTW-plichtig voor het geven van bovenvermelde cursussen ?
2. Zijn deze VZW's BTW-plichtig voor het ter beschikking stellen van ruimte aan de steiger?
3. Zijn deze VZW's BTW-plichtig voor het uit het water halen van de boten?
4. Zijn deze VZW'S BTW-plichtig voor het opbergen van de boten in een winterloods?
5. Zijn deze VZW's BTW-plichtig voor het terug te water laten van boten?
ANTWOORD
Artikel 44, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek stelt de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen vrij wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan.
Artikel 44, § 2, 3°, van voormeld wetboek bedoelt dus in de eerste plaats alle inrichtingen waar een werkzaamheid wordt uitgeoefend die van die aard is dat ze lichamelijke ontplooiing bevordert. Onder exploitant van een sportinrichting wordt verstaan inzonderheid iedere sportvereniging die haar leden in de mogelijkheid stelt een bepaalde sport te beoefenen door de terbeschikkingstelling van uitrustingen, het geven van leiding, enz., ongeacht of die vereniging daartoe al dan niet over een vaste infrastructuur beschikt.
De vrijstelling kan, voor zover uiteraard aan de andere gestelde voorwaarden is voldaan, van toepassing zijn op een watersportvereniging die aan haar leden de mogelijkheid geeft om de zeilsport of de waterskisport te beoefenen en daartoe hun opleiding verzekert (bijvoorbeeld zeillessen, cursussen voor het behalen van brevetten).
De vrijstelling gaat evenwel niet zo ver dat zij ook betrekking kan hebben op het ter beschikking stellen van ligplaatsen en van de infrastructuur voor motorjachten met inbegrip van berging. Bijgevolg is de vrijstelling niet van toepassing voor de diensten bedoeld in uw vragen 2, 3, 4 en 5. Met betrekking tot deze handelingen dienen bedoelde VZW's steeds als BTW-belastingplichtige met recht op aftrek te worden aangemerkt.
Op grond van artikel 56, § 2, van voormeld wetboek kan elke belastingplichtige waarvan de Jaaromzet (BTW exclusief) niet meer bedraagt dan 225.000 BEF belastingvrijstelling genieten voor de leveringen van goederen en de diensten die hij verricht. Bij de bepaling van voormeld jaarlijks omzetcijfer dient geen rekening te worden gehouden met de krachtens artikel 44, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek vrijgestelde handelingen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
2Rechtspraak
1België
1Hof van beroep te Antwerpen15.12.2009