ANTWOORD
1. De verbruiklening is een contract waarbij de ene partij een zekere hoeveelheid zaken die door het gebruik teniet gaan aan de andere partij afgeeft, onder verplichting voor deze om aan de eerstgenoemde even zoveel van gelijke soort en hoedanigheid terug te geven (artikel 1892 van het Burgerlijk Wetboek).
Uit kracht van deze lening wordt de lener eigenaar van de geleende zaak (artikel 1893 van het Burgerlijk Wetboek).
In essentie heeft de verbruiklening betrekking op zaken die door het eerste gebruik tenietgaan.
Aangezien de verbruiklening derhalve twee wederzijdse overdrachten van goederen inhoudt, wordt zij voor de toepassing van de BTW aangemerkt als een ruil die slaat op twee leveringen die volgens de gewone regels aan de belasting zijn onderworpen.
Aangezien elke levering als tegenprestatie geldt van de andere, is het dus terecht dat artikel 10, § 3, van het BTW-Wetboek de afgifte van een goed als verbruiklening en de teruggaaf ingevolge een zodanige lening als een levering van goederen onder bezwarende titel aanmerkt.
Deze bepaling is derhalve in overeenstemming met de zesde richtlijn van de Raad van de Europese gemeenschappen van 17 mei 1977 waarin het principe van het belasten van de leveringen van goederen onder bezwarende titel door een belastingplichtige wordt bepaald (zie inzonderheid de artikelen 2 en 5 van deze richtlijn).
Bovengenoemde analyse laat bovendien toe de contracten die economisch dezelfde uitwerking hebben aan dezelfde fiscale regeling te onderwerpen, bijvoorbeeld in het geval waarbij de partijen zogenaamde verbruikleningen verrichten die in feite wederzijdse leveringen betreffen die min of meer gelijktijdig maar op verschillende plaatsen plaatsvinden.
2. Vermits de verbruiklening in België overeenkomstig artikel 10, § 3, van het BTW-Wetboek beschouwd wordt als een levering onder bezwarende titel, wordt de ontvangst van een goed in het kader van een verbruiklening op grond van artikel 25bis, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek, aangemerkt als een intracommunautaire verwerving. Bijgevolg is deze verwerving belastbaar in België indien de verbruiklening werd toegestaan door een belastingplichtige op wie de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen niet van toepassing is indien de verwerving plaatsvindt in ons land en indien ze bovendien verricht wordt door een als zodanig handelende belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen.
In dezelfde gedachtengang, zal de handeling die bestaat in het toestaan van een verbruiklening in andere lidstaten eveneens aangemerkt worden als een levering van goederen. In dat geval zal het, wanneer die lening toegestaan wordt aan een Belgische belastingplichtige, voor degene die de goederen aan zijn medecontractant ter beschikking stelt om een vrijgestelde intracommunautaire levering gaan die, overeenkomstig artikel 22, zesde lid, b), van de zesde richtlijn, op zijn intracommunautaire opgave moeten worden vermeld.
De zaken liggen evenwel anders indien de lidstaat van vertrek, op grond van een andere juridische grondslag die tot een andere interpretatie van de zesde richtlijn zou leiden, zou besluiten dat deze handeling niet dient beschouwd te worden als twee wederzijdse leveringen. Deze handeling dient alsdan in de lidstaat van vertrek, op grond van artikel 28bis, vijfde lid, b), van de zesde richtlijn, beschouwd te worden als een overbrenging, handeling gelijkgesteld met een intracommunautaire levering van goederen, hetgeen de verzender van de goederen eveneens zal verplichten deze handeling op te nemen in zijn intracommunautaire opgave van goederen.
De door het geacht lid uiteengezette situatie zal zich evenwel slechts voordoen wanneer de lidstaat van vertrek deze handeling als een niet-overbrenging zou beschouwen. Inderdaad bestaat dan de mogelijkheid dat geen enkele vermelding op de intracommunautaire opgave zou voorkomen. Een dergelijke interpretatie is echter moeilijk verzoenbaar met de desbetreffende bepalingen van de zesde richtlijn.
Wat ook de eigenlijke interpretatie van de lidstaat van vertrek moge zijn, de handeling zal in ieder geval in België aanleiding geven tot een belastbare intracommunautaire verwerving.
Tot slot wijs ik er het geacht lid op dat tot op heden, mijn administratie nog niet werd geconfronteerd met gevallen van geschillen voortvloeiend uit een verschillende interpretatie tussen de lidstaten van het begrip verbruiklening.