1. Aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn tevens onderworpen:
a) de intracommunautaire verwervingen van goederen onder bezwarende titel in het binnenland door een belastingplichtige die als zodanig optreedt, of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon, wanneer de verkoper een belastingplichtige is die als zodanig optreedt en noch onder de in artikel 24 bedoelde vrijstellingsregeling, noch onder het bepaalde in artikel 8, lid 1, onder a), tweede zin, of in artikel 28 ter, B, lid 1, valt.
In afwijking van de eerste alinea zijn de intracommunautaire verwervingen van goederen door een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon onder de bij lid 1 bis vastgestelde voorwaarden, niet aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen.
De Lid-Staten verlenen de belastingplichtigen en de niet-belastingplichtige rechtspersonen die voor de toepassing van de tweede alinea in aanmerking komen, het recht om voor de in de eerste alinea omschreven algemene regeling te kiezen. De Lid-Staten stellen de nadere regels vast met betrekking tot deze keuze die in ieder geval voor een periode van twee kalenderjaren geldt;
b) de intracommunautaire verwervingen van nieuwe vervoermiddelen onder bezwarende titel in het binnenland door belastingplichtigen of niet-belastingplichtige rechtspersonen die in aanmerking komen voor de afwijking onder a), tweede alinea, of door enige andere niet-belastingplichtige.
c) de intracommunautaire verwervingen van accijnsprodukten onder bezwarende titel in het binnenland door een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die in aanmerking komt voor de afwijking onder a), tweede alinea, uit hoofde waarvan de accijnsrechten in het binnenland verschuldigd zijn krachtens Richtlijn 92/12/EEG ( 8 ).
1 bis. De afwijking van lid 1, onder a), tweede alinea, geldt voor:
a) intracommunautaire verwervingen van goederen waarvan de levering krachtens artikel 15, punten 4 tot en met 10, binnen het land zou worden vrijgesteld;
b) intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan die bedoeld onder a):
— door een belastingplichtige ten behoeve van zijn landbouw-, bosbouw- of visserijbedrijf dat onder de forfaitaire regeling van artikel 25 valt, door een belastingplichtige die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor geen recht op aftrek bestaat, of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon,
— binnen de grenzen of ten belope van een totaalbedrag dat in het lopende kalenderjaar niet hoger mag zijn dan een drempel die door de Lid-Staten wordt bepaald, maar die niet lager mag zijn dan de tegenwaarde van 10 000 ecu in nationale valuta,
— en
— mits het totale bedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen in het voorafgaande kalenderjaar de in het tweede streepje bedoelde drempel niet heeft overschreden.
— De drempel die dient als referentiepunt voor de toepassing van bovenstaande bepalingen, is het totale bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is in de Lid-Staat waaruit de goederen zijn verzonden of vervoerd, van de intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsprodukten.;
2. In de zin van dit hoofdstuk:
a) worden als „vervoermiddel” beschouwd voor het personen- of goederenvervoer bestemde schepen met een lengte van meer dan 7,5 meter, luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1550 kg en landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, met uitzondering van schepen en luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 15, punten 5 en 6;
b) worden niet als „nieuwe vervoermiddelen” beschouwd: de onder a) bedoelde vervoermiddelen wanneer tegelijkertijd aan de twee volgende voorwaarden wordt voldaan:
— de levering vindt plaats meer dan drie maanden na de datum waarop het vervoermiddel voor de eerste maal in gebruik is genomen. Deze termijn wordt echter verlengd tot zes maanden voor de onder a) gedefinieerde landvoertuigen,
— het vervoermiddel heeft, als het een landvoertuig betreft, meer dan 6 000 km afgelegd, heeft, als het een boot betreft, meer dan 100 uur gevaren, of heeft, als het een luchtvaartuig betreft, meer dan 40 uur gevlogen.
De Lid-Staten stellen de voorwaarden vast waaronder de bovenstaande gegevens kunnen worden aangetoond.
3. Als „intracommunautaire verwerving” van een goed wordt beschouwd het verkrijgen van de macht om als eigenaar te beschikken over een roerende lichamelijke zaak die door de verkoper of de afnemer, of voor hun rekening, met als bestemming de afnemer is verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat dan die waaruit het goed is verzonden of vervoerd.
Wanneer door een niet-belastingplichtige rechtspersoon verworven goederen uit een derdelands gebied worden verzonden of vervoerd en door deze niet-belastingplichtige rechtspersoon worden ingevoerd in een andere Lid-Staat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer, worden de goederen geacht te zijn verzonden of vervoerd vanuit de Lid-Staat van invoer van de goederen. Deze Lid-Staat verleent aan de importeur als bedoeld in artikel 21, lid 4, teruggaaf van die uit hoofde van de invoer van de goederen betaalde belasting over de toegevoegde waarde, voor zover de importeur aantoont dat op zijn verwerving de belasting over de toegevoegde waarde is geheven in de Lid-Staat van aankomst, van de verzending of het vervoer van de goederen.
4. Als belastingplichtige wordt tevens beschouwd eenieder die incidenteel een nieuw vervoermiddel levert onder de voorwaarden van artikel 2 quater, A.
De Lid-Staat waarbinnen de levering wordt verricht, verleent de belastingplichtige een recht op aftrek dat overeenkomstig de volgende bepalingen wordt vastgesteld:
— het recht op aftrek ontstaat pas en kan pas worden uitgeoefend op het tijdstip van de levering,
— de belastingplichtige mag de belasting over de toegevoegde waarde die in de aankoopprijs is begrepen of die uit hoofde van de invoer of intracommunautaire verwerving van het vervoermiddel is voldaan, aftrekken binnen de grenzen of ten belope van het bedrag van de belasting dat hij verschuldigd zou zijn indien voor de levering geen vrijstelling gold.
De Lid-Staten stellen de nadere regels voor de toepassing van deze bepalingen vast.
5. Met een levering van goederen onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld:
b) de overbrenging door een belastingplichtige van een goed van zijn bedrijf naar een andere Lid-Staat.
Als overgebracht naar een andere Lid-Staat wordt beschouwd elke lichamelijke zaak die door of voor rekening van de belastingplichtige buiten het in artikel 3 bedoelde grondgebied, maar binnen de Gemeenschap wordt verzonden of vervoerd voor bedrijfsdoeleinden, voor zover het daarbij niet om een van de volgende handelingen gaat:
— de levering van dat goed door de belastingplichtige binnen de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer, onder de voorwaarden van artikel 8, lid 1, onder a), tweede zin, en artikel 28 ter, B, lid 1,
— de levering van dat goed door de belastingplichtige onder de voorwaarden van artikel 8, lid 1, onder c),
— de levering van dat goed door de belastingplichtige in het binnenland onder de voorwaarden van artikel 15 of artikel 28 quater, A,
— de verrichting van een dienst voor de belastingplichtige in verband met werkzaamheden betreffende dat goed, die daadwerkelijk worden uitgevoerd in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, voor zover de goederen na bewerking opnieuw verzonden worden naar deze belastingplichtige in de Lid-Staat waarvandaan zij oorspronkelijk verzonden of vervoerd waren.
— het tijdelijke gebruik van dat goed op het grondgebied van de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, ten behoeve van een dienstverrichting door de in de Lid-Staat van vertrek van de verzending of het vervoer van het goed gevestigde belastingplichtige,
— het tijdelijke gebruik van dat goed voor een periode van ten hoogste 24 maanden op het grondgebied van een andere Lid-Staat waar de invoer van hetzelfde goed uit een derde land met het oog op tijdelijk gebruik in aanmerking zou komen voor de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten.
— de levering van gas via het aardgasdistributiesysteem of de levering van elektriciteit onder de in artikel 8, lid 1, onder d) of e), bepaalde voorwaarden.
Wanneer een van de voorwaarden voor de toepassing van bovenstaande bepalingen niet meer wordt vervuld, wordt het goed evenwel beschouwd als overgebracht naar een andere Lid-Staat. In dat geval vindt de overbrenging plaats op het tijdstip waarop de voorwaarde niet meer wordt vervuld.
6. Met een intracommunautaire verwerving van een goed onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld het door een belastingplichtige voor bedrijfsdoeleinden bestemmen van een goed dat door of voor rekening van de belastingplichtige wordt verzonden of vervoerd uit een andere Lid-Staat waar het is vervaardigd, gewonnen, bewerkt, aangekocht, verworven in de zin van lid 1, of door de belastingplichtige in het kader van zijn bedrijf in die andere Lid-Staat wordt ingevoerd.
Met een intracommunautaire verwerving van een goed onder bezwarende titel wordt ook gelijkgesteld de toewijzing door de strijdkrachten van een Staat die partij bij het Noord-Atlantisch Verdrag is, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel, van goederen die zij niet tegen de algemene belastingvoorwaarden van de interne markt van een Lid-Staat hebben verworven, wanneer de invoer van deze goederen niet in aanmerking zou kunnen komen voor de in artikel 14, lid 1, onder g), bedoelde vrijstelling.
7. De Lid-Staten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat als intracommunautaire verwervingen van goederen worden beschouwd de handelingen die, indien zij in het binnenland verricht zouden zijn door een belastingplichtige die als zodanig optreedt, zouden zijn aangemerkt als leveringen van goederen in de zin van lid 5 en van artikel 5.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
39België
6Hof van CassatieF.13.0077.N22.05.2015
Bewijs, Ontvankelijkheid van het bewijs, Regelmatigheid van het bewijs
Hof van beroep te Antwerpen21.12.2010
Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, strafbepaling, vervolging
Hof van beroep te Antwerpen07.09.2010
Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, werkingssfeer, levering van goederen
Europese Unie
33Hof van JustitieC-430/0916.12.2010
Vrijstelling voor leveringen van binnen Unie verzonden of vervoerde goederen
Hof van JustitieC-409/0427.09.2007
Intracommunautaire verwerving, intracommunautaire levering
Conclusie van de advocaat-generaalC-580/1630.11.2017