Ontleding van drinkwater door een stedelijk laboratorium · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

74 10 februari 1971

Zoeken

Ontleding van drinkwater door een stedelijk laboratorium

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/74-ontleding-drinkwater-stedelijk-laboratorium-vandamme-89ce

Nummer
74
Datum
10 februari 1971

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Ontleding van drinkwater door een stedelijk laboratorium

VRAAG

Is het juist dat een stedelijk laboratorium op een ontleding, bijvoorbeeld van drinkwater, geen BTW moet betalen, terwijl voor een zelfde ontleding verricht door een privé-scheikundige een BTW van 18% moet worden betaald?

Indien waar, is dergelijke discriminatie te rechtvaardigen?

ANTWOORD

Het koninklijk besluit nr. 26, van 2 december 1970, dat genomen werd ter uitvoering van artikel 6 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, houdt een beperkende opsomming in van de gevallen waarin, ten aanzien van de door hen geleverde goederen en verstrekte diensten, de Staat, de provinciën, de gemeenten en de openbare instellingen als belastingplichtige worden aangemerkt.

Om te voorkomen dat de toepassing van de BTW op de diensten van alle aard die door de openbare organismen worden verstrekt, bij deze organismen tot een zeer ingewikkelde administratie zou aanleiding geven, werd geoordeeld dat de gelijkstelling met een belastingplichtige alleen te verantwoorden was in de gevallen waarin een ernstige verstoring van de concurrentie te vrezen was. Een zelfde opzet kenmerkt overigens de regeling die ter zake in onze buurlanden geldt.

De door het geacht Lid bedoelde diensten zijn niet genoemd in voornoemd koninklijk besluit, waaruit volgt dat de BTW inderdaad niet verschuldigd is wanneer ze door een openbaar organisme werden verleend. Daaruit mag echter niet een ernstige verstoring van de concurrentie ten nadele van de privé-sector worden afgeleid.

Indien de diensten door de privé-sector worden verstrekt aan een persoon die zelf de hoedanigheid van belastingplichtige heeft, dan is de verschuldigde BTW voor deze persoon inderdaad ingevolge het "inhaaleffect" geen element van de kostprijs.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 61 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … voor de met het zegel gelijkgestelde belasting; 3° of deze grondige verstoring in de concurrentieverhoudingen ten nadele van de privé-sector geen reden te meer is om de "Société intercommunale de Voirie" te Luik aan de BTW te onderwerpen? (Zie antwoord op vraag nr. 74 van 10 februari 1971 van Volksvertegenwoordiger Vandamme, Vragen en Antwoorden, Kamer 1970-1971, nr. 20. blz. 895). ANTWOORD De aanschrijving van 5 oktober 1971, nr. 148, waar op het stuk van de BTW de regeling wordt bepaald welke geldt voor intercommunale verenigingen, is … »

De "Société intercommunale de Voirie" te Luik en de BTWParlementaire vraag07.06.1972

Bekijk het document