De "Société intercommunale de Voirie" te Luik en de BTW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

117 7 juni 1972

Zoeken

De "Société intercommunale de Voirie" te Luik en de BTW

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/117-societe-intercommunale-voirie-luik-btw-acce

Nummer
117
Datum
7 juni 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

De "Société intercommunale de Voirie" te Luik en de BTW

VRAAG

Bij verscheidene aanbestedingen van gemeentewerken heeft de "Société intercommunale de Voirie" te Luik het bestek met betrekking tot de BTW aangevuld en vermeld dat zij niet aan de BTW onderworpen is. Ter rechtvaardiging van haar standpunt steunt de Intercommunale Vereniging op de omzendbrief nr. 148 van 5 oktober 1971 uitgaande van de Administratie van de BTW.

Gaarne vernam ik:

1° of U zich verenigt met de interpretatie die de Intercommunale Vereniging en de controle te Luik aan voormelde omzendbrief geven;

2° of de omzendbrief niet ten doel heeft - met name onder punt 3 - te wijzen op het verschil tussen de administratieve beheerslasten en de prijs van de dienstverleningen ter uitvoering van contracten gesloten tussen de gemeente en de Intercommunale Vereniging. Dat onderscheid was t.a.v. de Intercommunale Vereniging reeds gemaakt voor de met het zegel gelijkgestelde belasting;

3° of deze grondige verstoring in de concurrentieverhoudingen ten nadele van de privé-sector geen reden te meer is om de "Société intercommunale de Voirie" te Luik aan de BTW te onderwerpen? (Zie antwoord op vraag nr. 74 van 10 februari 1971 van Volksvertegenwoordiger Vandamme, Vragen en Antwoorden, Kamer 1970-1971, nr. 20. blz. 895).

ANTWOORD

De aanschrijving van 5 oktober 1971, nr. 148, waar op het stuk van de BTW de regeling wordt bepaald welke geldt voor intercommunale verenigingen, is gesteund op de overweging dat de gemeenten, door hun toetreding tot een intercommunale vereniging, in het raam van de statutaire bepalingen afstand doen ten voordele van die vereniging van hun beheersrechten met betrekking tot de opdrachten waarvan zij de lasten droegen. Volgens die opvatting. welke rechtstreeks afgeleid is uit de wet van 1 maart 1922 met betrekking tot intercommunale verenigingen, stellen deze laatste zich, tegen betaling van een geldelijke bijdrage in de beheerskosten, in de plaats van de gemeenten voor de uitvoering van genoemde opdrachten. Aangezien deze bijdrage niet de prijs is van een werkaannemingscontract is ze dientengevolge niet aan de BTW onderworpen,

De toepassing van deze regeling is derhalve niet verantwoord in het door het geacht Lid bedoelde geval, waarin de gemeenten, niettegenstaande hun toetreding tot de "Intercommunale de Voirie", verkiezen vrij te blijven in de keuze van aannemers en voor de uitvoering van een bepaald werk een beroep doen op aanbestedingen waarbij de intercommunale vereniging net als de privé aannemers tot schrijving wordt uitgenodigd. In dit geval vindt de uitvoering van het werk, wanneer het aan de intercommunale is toegewezen, onbetwistbaar zijn oorzaak in een aan de BTW onderworpen aannemingscontract.

De "Intercommunale de Voirie de Liége" is derhalve BTW-belastingplichtige in de mate waarin zij, naar aanleiding van een aanbesteding, een werk uitvoert voor rekening van toegetreden gemeenten.

De nodige onderrichtingen worden gegeven om de draagwijdte van bovengenoemde aanschrijving in die zin te preciseren.