Vr. en Antw., Kamer, nr. 66, 1996-1997, blz. 8810
Aftrek BTW - Herziening van de oorspronkelijk verrichte aftrek.
VRAAG
Heeft een BTW-plichtige die de BTW op een goed bij de aankoop ervan niet volledig in mindering heeft gebracht omdat hij het goed gedeeltelijk voor privé-gebruik en gedeeltelijk voor zijn beroepswerkzaamheid wilde bestemmen, het recht de BTW-aftrek in zijn voordeel te herzien wanneer hij het goed achteraf toch volledig voor belaste werkzaamheden bestemt ?
ANTWOORD
Overeenkomstig de artikelen 5, 1° en 8, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, genomen ter uitvoering van de artikelen 12, § 1, en 45 tot 49 van het BTW-wetboek is de belastingplichtige zowel wat de investeringsgoederen als de andere goederen betreft, gehouden tot de herziening van de oorspronkelijke verrichte aftrek wanneer die meer of minder bedraagt dan die welke hij mocht verrichten op het tijdstip waarop de formaliteiten vervuld waren waaraan de uitoefening van het recht op aftrek onderworpen is.
Bovendien bepaalt artikel 9, § 1, van voornoemd koninklijk besluit, dat ten aanzien van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen de oorspronkelijk verrichte aftrek onderworpen is aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht op aftrek ontstaat. Dat tijdvak bedraagt vijftien jaar (tien jaar vóór l januari 1996) voor de belasting geheven van handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting of de verkrijging, met voldoening van de belasting van een gebouw of tot de verkrijging met voldoening van de belasting van een in artikel 9, tweede lid, 2°, van het BTW-wetboek bedoeld zakelijk recht op een gebouw.
Algemeen kan in dit verband worden gesteld dat als bedrijfsmiddelen worden aangemerkt, de lichamelijke goederen andere dan de zakelijke rechten bedoeld in artikel 9, tweede lid, 2°, van het BTW-wetboek, wanneer ze bestemd zijn om op duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrumenten of exploitatiemiddelen.
Wanneer derhalve gedurende het herzieningstijdvak de belastingplichtige een bedrijfsmiddel geheel of gedeeltelijk aanwendt ter verwezenlijking van handelingen die recht op aftrek verlenen in een andere verhouding dan die welke als grondslag heeft gediend voor de oorspronkelijk verrichte aftrek, heeft deze wijziging van bestemming de herziening van die oorspronkelijk verrichte aftrek tot gevolg en geeft aanleiding tot ofwel een terugstorting van de teveel in aftrek gebrachte belasting of een bijkomende aftrek (zie artikel 10, 1°, van voornoemd koninklijk besluit).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.