ANTWOORD
Krachtens artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek, wordt in principe als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
Diensten die bestaan in het verschaffen van advies of de verhuur van lichamelijke roerende goederen met uitzondering van ieder vervoermiddel worden krachtens artikel 21, § 3, 7°, d en h, van hetzelfde wetboek, evenwel geacht plaats te vinden op de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waardoor de dienst is verricht of, bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst is verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap is gevestigd doch buiten het land van de dienstverrichter en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit.
Wanneer derhalve de genoemde diensten, in de door het geachte lid beoogde veronderstelling, worden verricht voor de rechtstreekse behoeften van een in België gevestigd informatiekantoor, dat voor de toepassing van artikel 21 van het hogergenoemd wetboek, wordt beschouwd als een vaste inrichting, vinden deze diensten plaats in België krachtens § 3, 7°, d en h, van dit artikel en is de buitenlandse belastingplichtige overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, a, van het genoemde wetboek de schuldenaar van de over deze handelingen verschuldigde belasting.
Voor de toepassing van artikel 55 van het BTW-Wetboek echter wordt de buitenlandse belastingplichtige, ontvanger van de hogergenoemde diensten, niet geacht in België te zijn gevestigd. In dit opzicht wordt verwezen naar het antwoord op de vraag nr. 157 van 20 maart 1991 van de heer senator de Clippele (zie Vragen en Antwoorden, Senaat 1990-1991, nr. 27, blz. 1183, BTW-Revue nr. 95, blz. 270-272).
Niettegenstaande het voorafgaande, volgt uit de combinatie van hogergenoemd artikel 55 en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingsplichtigen, dat deze belastingplichtige echter niet gehouden is tot het aanstellen van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België.
Voor de betaling van de verschuldigde belasting is overigens, enerzijds, artikel 5 van het hogergenoemd koninklijk besluit nr. 31 in het onderhavige geval niet van toepassing, en is de buitenlandse belastingplichtige, ontvanger van de dienst, anderzijds, niet gehouden tot het indienen van een periodieke BTW-aangifte, gezien hij niet beschikt over een aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande.
De buitenlandse belastingplichtige, ontvanger van de dienst, moet derhalve de verschuldigde belasting voldoen door het indienen van de bijzondere BTW-aangifte als bedoeld in artikel 53ter van het BTW-Wetboek.
Deze aangifte moet worden ingediend bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Zaveltoren, S. Stevensstraat 7, 1000 Brussel.
In dit kader dient de buitenlandse belastingplichtige schuldenaar vooraf de cel "Controle" van het voornoemd kantoor te contacteren, die hem een BTW-identificatienummer als bedoeld in artikel 50, § 2, van het BTW-Wetboek zal toekennen.
Deze belastingplichtige zal bovendien zijn recht op aftrek van de belasting mogen uitoefenen, door bij de cel "Teruggave" van het hogergenoemd kantoor, een aanvraag om terugbetaling in te dienen op grond van, naargelang van het geval, hetzij de achtste EEG-richtlijn, hetzij de dertiende EEG-richtlijn.
Overeenkomstig artikel 5, § 1, 9°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, dient de factuur die de betreffende handelingen vaststelt in het onderhavige geval de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2" in de plaats van de vermelding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting, te bevatten.