Werk in onroerende staat. Minimummaatstaf van heffing. Sociale woning. Onroerend goed. Nieuwe · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

63 31 januari 1975

Zoeken

Werk in onroerende staat. Minimummaatstaf van heffing. Sociale woning. Onroerend goed. NieuweWerk in onroerende staat. Minimummaatstaf van heffing. Sociale woning. Onroerend goed. Nieuwe woning. Normale waarde. Controlemaatregel

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/63-werk-in-onroerende-staat-minimummaatstaf-517b

Nummer
63
Datum
31 januari 1975

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1974-1975 blz. 773

Werk in onroerende staat - Minimummaatstaf van heffing - Sociale woning - Onroerend goed - Nieuwe woning - Normale waarde - Controlemaatregel

VRAAG

1. Kan de geachte Minister mij mededelen of een hoofdcontroleur een willekeurig bedrag mag toevoegen aan de faktuurwaarde van een sociale woning of is hij gehouden aan de berekening die voorgeschreven is in de BTW-Instructie B 57 van 1 januari 1974 ?

2. Wat is de te volgen procedure indien iemand niet akkoord is met de door de hoofdcontroleur voorgestelde waarde van een sociale woning ? Heeft de eigenaar een verhaal indien de voorgeschreven procedure door de hoofdcontroleur fout is; zo ja, welk ?

ANTWOORD

Uit de vraag blijkt dat het hier gaat om de oprichting van een nieuwe woning voor rekening van de eigenaar.

Ingevolge de artikelen 32, tweede lid, en 36, § 1, b), van het BTW-Wetboek mag de maatstaf van heffing van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen niet lager zijn dan de normale waarde van dat werk. Door normale waarde dient te worden verstaan de prijs die hier te lande voor dat werk kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen.

De evengenoemde artikelen 32 en 36 worden toegepast op om het even welk pas opgericht gebouw.

Ten einde de hoofdcontroleurs behulpzaam te zijn bij de uitvoering van die controletaak heeft de administratie hen interne richtlijnen gegeven waarmee die normale oprichtingsprijs kan worden vastgesteld. Het spreekt vanzelf dat die richtlijnen door de betrokken ambtenaren moeten worden nageleefd.

Wanneer de eigenaar-oprichter van een woning het niet eens is met de door de hoofdcontroleur vastgestelde waarde kan de eigenaar zijn eigen zienswijze en argumenten in een onderhoud met de hoofdcontroleur of zijn afgevaardigde verdedigen.

In geval de administratie die zienswijze uiteindelijk niet zou aanvaarden, kan bij toepassing van artikel 59, § 2, van het BTW-Wetboek, zowel de hoofdcontroleur als de eigenaar een deskundige schatting vorderen. De schattingsprocedure wordt geregeld bij koninklijk besluit nr. 15, van 3 juni 1970 Belgisch Staatsblad van 5 juni 1970).

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 321 voorkomen
WBTW art. 361 voorkomen
WBTW art. 591 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … - Bouw van sleutelklare woning - Bouwdossier VRAAG De toepassing van de BTW op bouwwerken brengt heel wat klachten mee van de eigenaars die toeslagen moeten betalen op aanslagen die hoger zijn dan de betaalde prijs. Uit parlementaire vragen, onder meer vraag nr. 63 van de heer senator Blanquart, van 31 januari 1975 (1), verschenen in het Bulletin van Vragen en Antwoorden van de Senaat, nr. 21, blz. 773, blijkt dat het Bestuur van Financiën aan de controleurs richtlijnen heeft gegeven met het oog op het bepalen van de normale waarde van een gebouw. Graag vernam ik van … »

Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. MaatstafParlementaire vraag22.10.1975

Bekijk het document