Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 83 d.d. 01.10.2012, blz. 311
Tarief
Levering van goederen
Verstrekken van spijzen en dranken
VRAAG
Volgens een arrest van het Europees Hof van Justitie van 10 maart 2011 (gevoegde zaken C-497/09, C-499/09 , C501/09 , C-502/09, Manfred Bog) moet de verkoop van dranken en voedingsmiddelen worden aangezien als een levering van een goed. Het Europees Hof stelt dat om uit te maken of de verstrekking van voor onmiddellijke consumptie bereide spijzen of maaltijden, als een levering van een goed gekwalificeerd moet worden dan wel als een dienstverrichting, alle omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen om daaruit de kenmerkende aspecten naar voren te halen en de overheersende onderdelen ervan te bepalen (HvJ 2 mei 1996, C-231/94, Faaborg-Gelting Linien). Het overheersende onderdeel moet worden bepaald vanuit het oogpunt van de modale consument. Indien de dienstaspecten slechts onbeduidende, bijkomende prestaties omvatten die het overheersende karakter van de hoofdprestatie, namelijk dat van een levering van goederen, niet kunnen wijzigen, dient de handeling als een levering van een goed te worden aangemerkt
1. Dient in tegenstelling tot eerdere interpretatie van uw administratie (rondzendbrief nr. 14/1973, randnrs. 11, 25-27) op basis van dit arrest de verkoop van dranken en voedingswaren via een automaat niet worden aangezien als een levering van een goed, ook al verbruikt de consument de goederen ter plaatse ?
2. Aangezien het Europees Hof de werking van het arrest-Manfred Bog niet beperkt in de tijd, bent u het ermee eens dat deze interpretatie altijd geacht wordt de enige juridisch juiste interpretatie te zijn geweest ? Met andere woorden: de belastingplichtigen kunnen zich op deze interpretatie ook beroepen voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 10 maart 2011.
3. a) Bent u het ermee eens dat voor het verleden bijgevolg een regularisatie mogelijk is ? Ter illustratie verwijs ik naar de Aanschrijving nr. 8 van 27 augustus 1997 (randnummers 22 tot 25) voor een gelijkaardig geval.
b) Kunt u meedelen hoe ver in de tijd de belastingplichtige aldus de ten onrechte betaalde btw (verschil tussen het verlaagd btw-tarief en het normale btw-tarief) kan terugvorderen ?
c) Indien u van mening bent dat er met betrekking tot het verleden geen recht op teruggaaf kan uitgeoefend worden, kan u omstandig argumenteren op welke gronden u zich steunt ?
ANTWOORD
(van de heer Vanackere Vice-Eersteminister en Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
Het geachte lid wenst te vernemen of het verstrekken van spijzen en dranken, in voormelde omstandigheden en in het licht van het door haar genoemde arrest-Manfred Bog van 10 maart 2011, moet worden aangemerkt als een eenvoudige levering in de zin van artikel 10 van het Btw-Wetboek. Verder wenst zij te vernemen of, in bevestigend geval, de belasting kan worden teruggegeven ten belope van het verschil tussen de verschuldigde btw voldaan met toepassing van het btw-tarief van 12% of 21% en het btw-bedrag berekend tegen het verlaagd btw-tarief van 6%. Overeenkomstig het eerder gepubliceerde standpunt van de administratie zijn ter plaatse verbruikte spijzen en dranken die worden verstrekt door middel van door een belastingplichtige geëxploiteerde automaten welke geplaatst zijn in een gesloten, voor het verbruik ter plaatse (zittend of staand) ingerichte en eventueel verwarmde ruimte van de belastingplichtige, het voorwerp van een restaurantdienst. (zie inzonderheid punt 2 van het antwoord op de vraag nr. 519 van de heer Brotcorne van 15 juni 2009, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2008-2009, nr. 070, blz. 31). De administratie is immers van oordeel dat hier door de terbeschikkingstelling van een gesloten, voor het verbruik ter plaatse (zittend of staand) ingerichte en eventueel verwarmde ruimte van de belastingplichtige, het dienstenaspect de overhand heeft en men zodoende te maken heeft met een restaurantdienst in de mate dat de door middel van de automaten verstrekte waren ter plaatse worden genuttigd. Bijgevolg dient er geen btw, betaald in het verleden, te worden geregulariseerd. De exploitant van het lokaal kan echter wel, tot voldoening van de administratie, aantonen dat een gedeelte van de door de automaat geleverde goederen wordt meegenomen door de klanten en deze handelingen bijgevolg als leveringen van goederen worden aangemerkt. Teneinde in de toekomst verdere discussies in dat verband te vermijden, aanvaardt de administratie evenwel voortaan dat de door middel van automaten verstrekte spijzen en dranken voor de toepassing van de btw-tarieven zonder onderscheid geacht worden het voorwerp te zijn van een eenvoudige levering, ongeacht dus de plaats waar de automaten zich bevinden.