Vr. en Antw., Senaat
Vraag om inlichtingen - Toegezonden naheffingsopgave
VRAAG
Na een kontrole door de BTW-administratie wordt een verslag opgemaakt met de nieuwe omzetberekening, eventueel opsomming van de gepleegde inbreuken en het bedrag verschuldigde BTW. Dit wordt doorgaans de inregelstelling genoemd.
Kan de geachte Minister mij antwoorden op volgende vragen:
1. Is er wettelijk of reglementair een termijn voorzien voor het verstrekken van antwoord op een toegestuurde vraag om inlichtingen of inregelstelling vanwege de BTW-administratie? Zo ja, welke zijn deze termijnen?
2. Welke procedure moet de BTW-administratie naleven als de belastingplichtige helemaal niet of slechts gedeeltelijk akkoord gaat met de toegezonden inregelstelling?
3. Welke sancties en boeten zijn voorzien bij niet of laattijdige terugzending van de inregelstelling?
4. Bij welke instantie en binnen welke termijn kan belastingplichtige bezwaar aantekenen zo hij niet akkoord gaat met het hem toegestuurde betalingsbericht?
ANTWOORD
Het geachte Lid gelieve hierna het antwoord te vinden op de verschillende punten van zijn vraag.
1. Noch in het BTW-Wetboek noch in de ter uitvoering van dit Wetboek gegeven regelen is een bijzondere termijn gesteld of voorzien waarbinnen moet geantwoord worden op een toegestuurde vraag om inlichtingen of waarbinnen opmerkingen kunnen worden geformuleerd in verband met een toegezonden naheffingsopgave (inregelstelling).
De Administratie van de BTW, registratie en domeinen heeft als regel aangenomen dat een redelijke termijn moet worden gegeven. In de praktijk wordt rekening gehouden met de aard en de omvang van de gevraagde informatie. Voor het verstrekken van antwoord inzake een naheffingsopgave geldt normaal een termijn van twintig dagen.
Anderdeels wordt elke weigering tot het verschaffen van inlichtingen krachtens artikel 61, § 4, van het BTW-Wetboek gestraft met een boete van duizend tot tienduizend frank.
2. Zo de belastingplichtige niet of slechts gedeeltelijk akkoord gaat met de toegezonden naheffingsopgave en de administratie oordeelt dat de overtredingen van de bepalingen van het BTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen bewezen zijn, treft zij de nodige maatregelen om de verschuldigde sommen in te vorderen.
Bij gebrek aan voldoening van de belasting, interesten, administratieve geldboeten en toebehoren, wordt, overeenkomstig artikel 85 van het BTW-Wetboek, door de met invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd dat wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de bevoegde gewestelijke directeur of de door hem aangewezen ambtenaar. Dit dwangbevel wordt aan de belastingplichtige hetzij betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling, hetzij ter kennis gebracht bij een ter post aangetekende brief.
3. Er zijn geen sancties voorzien bij niet of laattijdige terugzending van de naheffingsopgave, maar zoals vermeld onder 2 hiervoor, neemt de administratie de nodige maatregelen om de verschuldigde sommen in te vorderen zo de belastingplichtige de naheffingsopgave niet terugzendt binnen de gestelde termijn.
Tevens wordt normaal slechts vermindering van de opgelopen administratieve geldboeten verleend zo de belastingplichtige de verschuldigde belasting, de interesten en de eventueel verminderde geldboete voldoet binnen een bepaalde termijn.
4. Zoals vermeld onder 1 hiervoor is er geen bijzondere termijn voorzien waarbinnen de belastingplichtige bezwaar kan of moet aantekenen wanneer hij meent niet akkoord te kunnen gaan met de hem toegezonden naheffingsopgave of het hem toegestuurde betalingsbericht.
De te volgen procedure tot regeling van geschillen inzake BTW maakt het voorwerp uit van de artikelen 84 en volgende van het BTW-Wetboek.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de administratieve procedure en de gerechtelijke procedure.
a) De administratieve procedure
De belastingplichtige heeft de mogelijkheid zijn geschil aanhangig te maken zowel bij de plaatselijke controlediensten als bij de gewestelijke directie of de centrale administratie.
Er wordt nochtans opgemerkt dat deze procedure voor de belastingplichtige facultatief is. Geen enkele wetsbepaling legt hem immers de verplichting op het geschil aan de administratie voor te leggen vooraleer hij zich kan wenden tot de rechtbank.
b) De gerechtelijke procedure
De belastingplichtige kan zich ook, rechtstreeks of indien hij van oordeel is niet te kunnen instemmen met de door de administratie genomen beslissing, wenden tot de rechtbank.
De gerechtelijke procedure valt onder het gemeen recht, dit wil zeggen onder de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek, zowel wat de bevoegdheid van de gerechtelijke instanties als wat de procedurevorm betreft (zie ook mijn antwoord op vraag nr. 124, gesteld door de heer Volksvertegenwoordiger Joseph Michel , d.d. 8 februari 1980, bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 4 maart 1980, blz. 1709).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.