Vr. en Antw., Kamer
Bezwaarschriften inzake BTW
VRAAG
Wil de Minister zo vriendelijk zijn de volgende vraag te beantwoorden:
Wanneer een belastingplichtige bij de gewestelijke directie van de BTW een klacht indient in geval van - geschil met de beambten die de regularisatiestaat hebben opgemaakt, dan worden diezelfde beambten door het Bestuur van de BTW aangewezen om het dossier te onderzoeken en verslag uit te brengen.
Bent U niet van oordeel dat in zo'n geval de beambten waarvan wij geen ogenblik de eerlijkheid in twijfel willen trekken, tegelijk rechter en partij zijn?
Is het niet wenselijk dat het Bestuur van de BTW een dienst geschillen opricht zoals bij het Bestuur der directe belastingen opdat de beambten die de regularisatiestaat opstelden niet meer met het onderzoek van het dossier bij klacht zouden worden belast?
ANTWOORD
De vrees van het geacht Lid dat de ambtenaren rechter in eigen zaak zouden kunnen zijn in de bezwaarschriften inzake BTW is niet gegrond.
Inderdaad, wanneer een belastingplichtige meent niet te kunnen akkoord gaan met de hem door de controleagenten toegezonden regularisatie-opgave, staat het hem altijd vrij de gewestelijke directie of de Centrale administratie in het bezit te stellen van zijn bezwaarschrift. In dit geval zal zijn dossier onderzocht worden door de dienst geschillen van de instantie waar het bezwaarschrift ingediend werd.
Indien hij van oordeel is niet te kunnen instemmen met de door de administratie genomen beslissing, kan hij zich wenden tot de rechtbank. Overigens kan hij zich rechtstreeks richten tot de rechtbank zonder vooraf een bezwaarschrift bij de gewestelijke directeur of bij de Centrale administratie te hebben ingediend.
De gerechtelijke procedure valt onder het gemeen recht, dit wil zeggen onder de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek zowel wat de bevoegdheid van de gerechtelijke instanties als wat de procedurevorm betreft.