Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 69, blz. 7784-7785
BTW-Revue, nr. 151, blz. 468
Nihil-aangiften BTW door curatoren van faillissementen
VRAAG
De curator van een faillissement is verplicht de aangiften van BTW in te dienen voor de BTW-plichtigen waarover hij de curatele heeft. Volgens BTW-aanschrijving nr. 26 van 31 augustus 1978 is er reeds in een uitzondering voorzien op het normale regime, met name doordat de curatoren ontslaan worden van de maandelijkse en trimestriële aangiftes.
In de feiten is het zo dat de afwikkeling van heel wat faillissementen meerdere jaren duurt omwille van allerlei aanslepende procedures. In die tussenperiode worden geen BTW-plichtige handelingen gesteld. Desalniettemin verlangt de administratie van de BTW dat de curatoren jaarlijks een nihil aangifte indienen. Dit brengt heel wat administratief werk mee waar eigenlijk niemand beter van wordt.
Zou het niet beter zijn voor bedrijven waar een curator is aangesteld én waarin geen BTW-plichtige handelingen meer gebeuren, een regeling uit te werken waar na het faillissement nog maar één aangifte moet gebeuren, met name bij de afsluiting van het faillissement?
Uiteindelijk was dat ook de logica van onder meer de ontheffing van de verplichting maandelijkse en trimestriële aangiften te doen.
ANTWOORD
Ik heb de eer het geachte lid het volgende mede te delen.
De curator van een gefailleerde belastingplichtige is ontslagen van de indiening van periodieke BTW-aangiften als bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek. Hij moet evenwel binnen een maand na de sluiting van het faillissement of, wanneer de handelingen van vereffening van het faillissement niet geëindigd zijn na afloop van het kalenderjaar volgend op dat in de loop waarvan het vonnis van faillietverklaring werd uitgesproken, uiterlijk op 31 januari van het volgende jaar, op het controlekantoor waaronder de gefailleerde ressorteert, een verzamelaangifte indienen. Wanneer de handelingen van vereffening meer dan een jaar in beslag nemen moet een nieuwe verzamelaangifte worden ingediend voor elk volledig kalenderjaar, telkens uiterlijk op 31 januari daaropvolgend. Een laatste verzamelaangifte moet worden ingediend binnen een maand na het sluiten van de vereffening, voor de handelingen van het laatste jaar (zie aanschrijving nr. 26 van 31 augustus 1978 met betrekking tot de regeling op het stuk van het faillissement, het akkoord en het beslag).
De curator is tevens gehouden om binnen een maand na de sluiting van het faillissement op het controlekantoor waaronder de gefailleerde ressorteert een aangifte van stopzetting van werkzaamheid in te dienen (zie hogergenoemde aanschrijving en artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 5, derde lid, en 25ter, § 1, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde).
Om, zoals het geachte lid terecht stelt, de indiening van meerdere nihil-verzamelaangiften te voorkomen, aanvaardt de administratie in afwijking van het bepaalde in het voorgaande lid, dat de genoemde aangifte van stopzetting van werkzaamheid reeds wordt ingediend op het tijdstip waarop vaststaat dat de failliete massa geen handelingen meer kan verrichten waarvoor zij schuldenares van de BTW tegenover de Staat kan worden. In het geval deze administratieve tolerantie wordt toegepast, moet de laatste verzamelaangifte worden ingediend binnen de maand na indiening van de aangifte van stopzetting van werkzaamheid.