Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 5/113 d.d. 17.05.2013, blz 159
Btw-eenheid - Compensatieregel - Duidelijkheid van administratieve richtlijnen
Ik verwijs naar uw antwoord van 12 maart 2013 op mijn schriftelijke vraag nr. 259 van 7 maart 2013 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2012-2013, nr. 105, blz. 159). Met mijn voormelde vraag beoogde ik een principiële kwestie en geen individueel geval. Uw antwoord baart mij dermate zorgen over de duidelijkheid in communicatie door uw administratie naar de belastingplichtige dat het mij noodzaakt om op de geschetste problematiek terug te komen.
Duidelijkheid in communicatie is, mijns inziens, een zeer essentieel recht van de belastingplichtige. Onduidelijke regels en verkeerde communicatie vallen enkel de wetgever en de administratie ten laste. Het komt mij voor dat in casu de belastingplichtige zwaar en onterecht gesanctioneerd dreigt te worden in een situatie waar geen enkele wetsbepaling werd overtreden.
De essentie van de problematiek blijkt duidelijk uit mijn eerdere schriftelijke vraag en hoeft hier mijns inziens niet opnieuw geschetst te worden.
1. Ik citeer vooreerst een stuk uit uw voormeld antwoord, meer bepaald een passage uit het derde lid: "Deze houdt in dat beide herzieningen in dezelfde btw-aangifte van de btw-eenheid mogen worden opgenomen. De herziening in het voordeel van de Schatkist moet worden opgenomen in rooster 61. De herziening in het voordeel van de belastingplichtige moet in rooster 62".
a) Naar mijn mening is dit de eerste keer dat deze richtlijnen extern gecommuniceerd worden, namelijk (i) dat beide herzieningen in de aangifte moeten opgenomen worden, (ii) één bedrag in rooster 61 en (iii) één bedrag in rooster 62.
Kan u dit bevestigen?
Indien u van mening bent dat dit reeds eerder door de administratie extern werd gecommuniceerd, waar kan de belastingplichtige dit dan consulteren?
In antwoord op een mondelinge parlementaire vraag van de heer Devlies (Vraag nr. 14787, Integraal Verslag, Kamer, 2006-2007, commissie voor de Financiën, 28 maart 2007, CRIV 51 COM 1259, blz. 16) heeft de toenmalige staatssecretaris Hervé Jamar gesteld dat zou worden voorzien in een maatregel die toelaat deze "herzieningen te compenseren". Dit antwoord is zeer duidelijk: beide herzieningen worden met elkaar gecompenseerd. Staat de eis om de individuele herzieningen op te nemen in zowel rooster 61 als rooster 62 hier dan niet haaks op voormelde stelling? Is er op zijn minst gesteld dan geen onduidelijke communicatie naar de belastingplichtige geweest?
Kan u bevestigen dat de stelling zoals vermeld in het aangehaalde citaat niet blijkt uit artikel 10, §3 van het koninklijk besluit nr. 3?
Indien u mij dit niet kan bevestigen, kan u uw visie dan uitvoerig motiveren en mij duidelijk meedelen welk aspect van deze wetsbepaling de belastingplichtige in de gegeven omstandigheden overtreden heeft?
c) Getoetst aan de circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T.111.702) van 9 november 2007, (rubriek 6.3.2.):
Deze rubriek beschrijft de uitvoeringsmodaliteiten van het hierboven aangestipte artikel 10, §3 van het koninklijk besluit nr. 3. De inventaris vermeldt, per lid, voor elk bedrijfsmiddel, onder andere (1) het bedrag van de verschuldigde belasting, (2) het bedrag van de afgetrokken belasting, (3) het bedrag van de herziening te verrichten door de btw-eenheid en (4) het resultaat van de verrekening.
Het uiteindelijke resultaat wordt opgenomen door de btw-eenheid - in het geval van vorming van een eenheid -
in de eerste periodieke aangifte in te dienen door de eenheid. Kan u samen met mij bevestigen dat de stelling zoals vermeld in het aangehaalde citaat niet blijkt uit rubriek 6.3.2. van de circulaire nr. AOIF 42/2007?
Indien u mij dit niet kan bevestigen, kan u uw visie dan uitvoerig motiveren en mij duidelijk meedelen welk aspect van deze uitvoeringsmodaliteit de belastingplichtige in de gegeven omstandigheden overtreden heeft?
Waarom wordt er tot twee keer toe verwezen naar het resultaat van de verrekening en is er nergens sprake dat de samenstellende componenten vóór compensatie (de positieve en de negatieve herziening) individueel in de btw-aangifte moeten opgenomen worden (rooster 61 en 62)?
Was een duidelijke communicatie naar de belastingplichtige dan niet wenselijk?
2. Gezien er in casu geen enkele wetsbepaling werd overtreden (herzieningen werden correct verrekend), bevestigt u dat bijgevolg geen enkele boete kan opgelegd worden?
3. Voor het niet opnemen van een herziening in het voordeel van de Schatkist wordt - volgens uw antwoord - een
boete opgelegd op grond van het koninklijk besluit nr. 41, tabel G, rubriek V. Het betreft een boete wegens het niet opnemen van "belastbare handelingen" in de btw-aangifte. Mijns inziens, zijn de belastbare handelingen duidelijk omschreven in het Btw-Wetboek, namelijk levering van goederen, dienstverrichtingen, intracommunautaire verwervingen en invoeren. Op belastbare handelingen drukt potentieel opeisbare btw. Herzieningen ressorteren hier niet onder, getuige ook de tekst van artikel 53, §1, 2° a) en b) van het Btw-Wetboek. Inbreuken ten aanzien van herzieningen zijn, naar mijn mening, bedoeld onder tabel G, rubriek IV van het bedoelde koninklijk besluit nr. 41.
Kan u uw stelling dienaangaande corrigeren?
ANTWOORD
( de heer minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
1. a) en b) De herziening van artikel 10, § 1, 1e lid, 5°, van het koninklijk besluit nr. 3, in het voordeel van de Schatkist, moet worden opgenomen in rooster 61 van de btw-aangifte. De herziening van artikel 10, § 2, tweede streepje, van het koninklijk besluit nr. 3, in het voordeel van de belastingplichtige, moet in rooster 62 van de btw-aangifte worden opgenomen. Deze twee bepalingen moeten onder de gestelde voorwaarden worden toegepast. Krachtens artikel 10, § 3, van het koninklijk besluit nr. 3, mogen de beide herzieningen in dezelfde btw-aangifte van de btw-eenheid worden opgenomen. In die zin worden beide herzieningen met elkaar gecompenseerd.
c) De administratie heeft dit standpunt inderdaad niet expliciet opgenomen in de circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T. 111.702) van 9 november 2007, aangezien de wettelijke bepalingen voldoende duidelijk werden geacht.
De administratie bereidt momenteel een circulaire voor omtrent de verplichtingen van btw-eenheden bedoeld in artikel 4, § 2, van het Btw-Wetboek. Om verdere discussie te vermijden heb ik haar de opdracht gegeven om dit aspect hier eveneens in op te nemen.
2. en 3. De boete die van toepassing is, is inderdaad deze bedoeld in koninklijk besluit nr. 41, Tabel G, IV. Indien de betrokken belastingplichtige de herzieningen correct heeft berekend en het juiste saldo, in plaats van de componenten afzonderlijk te vermelden in de roosters 61 en 62, opgenomen heeft in de btw-aangifte, kan de belastingplichtige een verzoekschrift tot kwijtschelding van de boete indienen, waarbij de administratie bij haar beoordeling rekening zal houden met de omstandigheden.