Schuldenaar van de BTW. Hoofdelijkheid in voldoening van de belasting. Facturering · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

299 23 februari 1996

Zoeken

Schuldenaar van de BTW. Hoofdelijkheid in voldoening van de belasting. Facturering

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/299-schuldenaar-btw-hoofdelijkheid-in-voldoening-d07f

Nummer
299
Datum
23 februari 1996

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, nr. 33, 1995-1996, blz. 4119-4121

BTW-Revue nr. 122, blz. 543

Schuldenaar van de BTW - Hoofdelijkheid in voldoening van de belasting - Facturering

VRAAG

Handelaars kopen soms goederen bij personen van wie, na onderzoek door de administratie, blijkt dat zij de Schatkist geen BTW betaalden. Uw administratie eist die BTW naar verluidt terug van de eerlijke koper, die de effectieve eigenaar is van de goederen en die de leverancier de prijs inclusief BTW betaalde.

1. Gaat het om het officieel standpunt van uw administratie of om de ijver van plaatselijke controleurs ?

2. Op welk rechtsargument is die praktijk gebaseerd ?

3. Hoe kan de eerlijke koper vermijden het slachtoffer te worden van een oneerlijk medecontractant met hij slechts occasionele betrekkingen heeft en die hij niet geacht is te kennen ?

ANTWOORD

Krachtens artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-wetboek is de belasting, in principe, verschuldigd door de belastingplichtige die in België een belastbare levering van goederen of een belastbare dienst verricht.

Wanneer de persoon die overeenkomstig de hogervermelde regel schuldenaar is van de belasting een niet in België gevestigde belastingplichtige is, die hier te lande geen aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, moet de medecontractant van deze persoon, in naam en plaats van zijn leverancier, de belasting die verschuldigd is over de aan hem verrichte leveringen van goederen en de aan hem verstrekte diensten voldoen (zie artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen).

Anderzijds is de medecontractant van de persoon die overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-wetboek schuldenaar van de belasting is, met deze tegenover de Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting in de volgende omstandigheden (zie artikel 51bis, § 1, 1° en 3°, van hetzelfde wetboek) :

•wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk niet werd uitgereikt;

•wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk een onjuiste vermelding bevat ten aanzien van de naam, het adres of het BTW-identificatienummer van de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten of de prijs of het toebehoren ervan;

•wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk het bedrag van de over de handeling verschuldigde belasting niet of onjuist vermeldt.

Wanneer echter die medecontractant bewijst dat hij aan zijn leverancier, wiens identiteit hij aantoont, de prijs en de bijhorende belasting of een deel daarvan heeft betaald, is hij, bij toepassing van artikel 51bis, § 2, van het voormelde wetboek, in die mate van de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen.

Overigens moet de belastingplichtige medecontractant die goederen en diensten heeft ontvangen, om rechtmatig zijn recht op aftrek van de BTW die hierover werd geheven, uit te oefenen, in het bezit zijn van facturen opgemaakt overeenkomstig artikel 5, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 (zie artikel 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969), dit wil zeggen dat de facturen verplicht een zeker aantal vermeldingen moeten bevatten zoals de identificatiegegevens van de betrokken partijen, de gegevens die toelaten de handeling te determineren, de maatstaf van heffing, het bedrag van de verschuldigde belasting en het tarief van deze belasting, het inschrijvingsnummer in het boek voor uitgaande facturen van de leverancier, enz.

Wanneer de factuur onregelmatig of onvolledig is wat de bepalingen van bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 betreft, weigert de Administratie in principe de aftrek van de belasting.

Voor de toepassing van bovengenoemde bepalingen wordt evenwel een soepele houding aangenomen en beslist de Administratie geval per geval rekening houdend met alle juridische en feitelijke gegevens.

Daar het geacht lid blijkbaar een concreet geval beoogt, kan hij het steeds onderwerpen aan de beoordeling van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen die het met de nodige aandacht zal onderzoeken.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 512 voorkomens
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
KB nr. 3 art. 31 voorkomen
WBTW art. 51bis1 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … aantoont en bewijst hem de prijs en de bijbehorende belasting of een deel daarvan te hebben betaald, is in die mate van de hoofdelijkheid, voor wat betreft de verplichting tot voldoening van de belasting, ontslagen (zie artikel 51bis, § 2, Btw-Wetboek en de schriftelijke parlementaire vraag van de heer Volksvertegenwoordiger Fournaux van 23.02.1996 ). c. Toepassingsgebied Niet elke onregelmatigheid van de factuur laat de administratie toe om zich te beroepen op de door de wet bepaalde hoofdelijkheid om de ontweken belasting te vorderen van de koper of de afnemer van de diensten. Bijgevolg speelt de … »

Regeling voor de voldoening van de belasting (30.06.2021)Administratieve commentaar05.05.2022

Bekijk het document