Staat. Publiekrechtelijke lichamen. Intercommunales. Vrijgestelde werkzaamheden. Belastingplicht · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

254 28 juni 1991

Zoeken

Staat. Publiekrechtelijke lichamen. Intercommunales. Vrijgestelde werkzaamheden. Belastingplicht

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/254-staat-publiekrechtelijke-lichamen-intercommunales-vrijgestelde-bec8

Nummer
254
Datum
28 juni 1991

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Staat - Publiekrechtelijke lichamen - Intercommunales - Vrijgestelde werkzaamheden - Belastingplicht

VRAAG

De BTW wordt niet toegepast op het kijk- en luistergeld, daar ze niet op een belasting wordt toegepast.

Onlogisch genoeg wordt ze geheven op de voorafbetaalde retributie van de intercommunale watermaatschappij.

Wat denkt u over die ongerijmde maatregel en over het onderscheid, inzake BTW, tussen televisie en water?

ANTWOORD

Zoals het Hof van cassatie in haar arrest van 19 juni 1972 (Pas.,1972,1, 952-954) heeft geoordeeld, is de heffing met betrekking tot radio- en televisie-ontvangtoestellen geen belasting maar een retributie voor het gebruik van een openbare dienst.

Evenwel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, nr. 5, van de Zesde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 Z. Revue nr. 30,blz. 263.

betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting, worden de Staat en de andere publiekrechtelijke lichamen niet als BTW-belastingplichtigen aangemerkt voor die werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, zelfs niet indien zij naar aanleiding van die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen, voor zover evenwel hun behandeling als niet-belastingplichtige geen aanleiding geeft tot concurrentievervalsing van enige betekenis. Op grond van hetzelfde artikel 4, nr.5, kunnen in onderhavig geval als werkzaamheden van publiekrechtelijke lichamen worden beschouwd die welke zijn vrijgesteld uit hoofde van de artikelen 13 of 28 van dezelfde richtlijn.

Welnu artikel 13 verleent onder punt A, 1, q, vrijstelling voor de niet-commerciële activiteiten van openbare radio- en televisieorganisaties.

Artikel 6 van het BTW-Wetboek dat artikel 4, nr. 5, van de bovengenoemde Zesde Richtlijn in Belgisch recht omzet, verleent in lid 2 aan de Koning de macht om de openbare lichamen, waaronder de Staat, als BTW-belastingplichtlgen aan te merken wanneer ze geregeld de economische werkzaamheid van een producent, een handelaar of een dienstverrichter uitoefenen. In dit verband zal het het geachte Lid duidelijk zijn dat rekening houdend met hetgeen voorafgaat, het koninklijk besluit nr. 26, dat de uitvoering regelt van genoemd artikel 6, lid 2, vanzelfsprekend de hoedanigheid van belastingplichtige niet kan verlenen aan de Staat ten aanzien van de activiteit die door de heffing met betrekking tot de radio- en televisie-ontvangtoestellen wordt gedekt, aangezien de niet-belastingplicht niet tot concurrentievervalsing leidt.

Tenslotte, benevens hetgeen hiervoor werd gezegd, voorziet artikel 4, nr. 5, van de bovengenoemde Zesde Richtlijn, hoe dan ook in de onderwerping aan de belastingplicht van ae publiekrechtelijke lichamen voor de in bijlage D van deze richtlijnen genoemde werkzaamheden - waaronder de levering van water, gas, elektriciteit en stoom - voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn. Om die reden worden dcze openbare lichamen door bovengenoemd koninklijk besluit nr. 26 met betrekking tot deze handelingen aan de belastingplicht onderworpen. Wat de intercommunales betreft, de door hen ten behoeve van de verbruikers gestelde handelingen zijn aan de BTW onderworpen wanneer deze handelingen betrekking hebben op activiteiten waarvoor de gemeenten op grond van het koninklijk besluit nr. 26, als BTW-belastingplichtige worden aangemerkt. Bijgevolg worden de door de intercommunales aan de verbruikers aangerekende bedragen voor de levering van water terecht aan de BTW onderworpen.

Aangehaalde teksten

3