Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1984-1985 blz. 3010
Maatstaf van heffing - Minimummaatstaf van heffing - Nieuw gebouw - Bouwwerken - Gebouw - Boete - Catalogusprijs - Nieuwbouw - Meerwaarde - Werk in onroerende staat - Normale bouwwaarde - Controlemaatregel - Bouwsector - Schattingsprocedure - Normale waarde - Verhaal - Controle bouwwaarde
VRAAG
Na het vaststellen van het kadastraal inkomen van een nieuwe woning moet de bouwheer bij de BTW-controle de facturen betreffende de bouwwerken indienen en eventueel opgave doen van de werken die hij zelf heeft verricht. Geruime tijd nadien ontvangt hij een aangetekend schrijven, waarbij hem wordt medegedeeld dat de *normale oprichtingsprijs+ van het gebouw werd vastgesteld op x fr. Omdat deze prijs hoger ligt dan het bedrag van de facturen en het eigen werk, wordt geconcludeerd dat de bouwheer y fr. als BTW verschuldigd is en wordt er bijgevoegd dat hij op grond van artikel 70, ' 5, van het BTW-Wetboek een geldboete verschuldigd is, gelijk aan het bedrag van die belasting. Deze boete wordt verminderd tot 10 % van de verschuldigde extra-BTW wanneer het bedrag binnen de maand na ontvangst van de aanslag betaald wordt.
1. Waarom moet het eigenhandig bouwen van een woning belast worden ? Moet men dan ook niet belasting heffen op het zelf onderhouden van een auto ? Iemand die zijn wagen door een garagehouder laat onderhouden, betaalt toch ook BTW ?
2. Bestaat er hier geen correlatie met het recente BTW-arrest van het Europees Hof van Justitie, waarbij ons land veroordeeld werd omdat de BTW op nieuwe wagens werd geheven op de catalogusprijs en niet op de werkelijke betaalde prijs ? Vergelijkend zou men kunnen zeggen dat de BTW-controleur zelf de *catalogusprijs+ van een nieuwe woning vaststelt en die als aanslagbasis hanteert.
3. Geeft de huidige praktijk geen aanleiding tot willekeur ?
In de bouwwereld is men het er immers algemeen over eens dat niemand op 10 % na de waarde van een nieuwbouw kan schatten, omdat de kwaliteit en dus de prijs van de gebruikte materialen en de uitvoeringsprijs zeer uiteenlopend zijn (verschillen van 20 tot 30 % zijn zeer courant). Over welke wettelijke formule beschikt de BTW-controleur voor het vaststellen van de *normale waarde+ ?
4. Hoe is het te verklaren dat hardnekkige bouwheren door voet bij stuk te houden er vaak in slagen de aangerekende meerwaarde en bijgevolg de BTW drastisch te verlagen ?
5. Welke bedragen worden jaarlijks op deze wijze gerecupereerd ? Gaarne een opgave van 1979 tot heden.
ANTWOORD
1. Wat het door de bouwheer zelf verrichte werk betreft, verwijs ik het geacht Lid naar het antwoord op de vraag nr. 132 van 20 januari 1983 (1) van de heer Volksvertegenwoordiger Verberckmoes (z. bulletin van Vragen en Antwoorden,nr. 14, van 8 februari 1983, Kamer, zitting 1982-1983, blz. 921).
2. Het antwoord luidt ontkennend.
3. In het kader van de controleopdracht waarmede de administratie is belast, zijn interne richtlijnen uitgewerkt voor het vaststellen van de normale bouwwaarde, waarvan de toepassing kan uitmonden in een voorstel tot minnelijke afwikkeling van het dossier.
Die richtlijnen werden opgesteld met inachtneming van de prijzen die in de bouwsector toepasselijk zijn, de geplaatste of verwerkte materialen en de aard van de constructie.
Indien de bouwheer het niet eens is met de schatting van de bevoegde hoofdcontroleur, heeft hij het recht zijn bezwaren aan de administratie kenbaar te maken.
Indien een akkoord tussen de bouwheer en de administratie onmogelijk blijkt, hebben zowel de bouwheer als de administratie het recht om de schattingsprocedure, bedoeld in artikel 59, ' 2 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 15 van 3 juni 1970 in te stellen. In dat geval geldt de door de deskundige(n) bepaalde normale waarde als minimummaatstaf van heffing van de belasting.
De bovengenoemde verhaalmogelijkheden waarborgen voldoende de rechten van de bouwheer.
4. De administratie stelt de normale bouwwaarde vast op grond van de door de bouwheer ingediende aangifte en voorgelegde facturen, plannen en bestekken.
Verminderingen van het oorspronkelijk vastgestelde tekort zijn meestal het gevolg van het feit dat de administratie ten gevolge van besprekingen met de bouwheer in kennis wordt gesteld van elementen die niet blijken uit de bovengenoemde stukken.
5. Ingevolge de controle bouwwaarde ingevorderde BTW in :
1979 : 434.125.000 fr.
1980 : 507.066.000 fr.
1981 : 430.994.000 fr.
1982 : 347.483.000 fr.
1983 : 374.442.000 fr.
1984 : 345.576.000 fr.
(1) Z. Revue nr. 57,blz.173, nr. 17, art. 64, ' 4, BTW-Wetboek