Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 9, blz. 1011-1012
Parkeerterreinen
VRAAG
1. Mag een gemeente die een terrein exploiteert waar tegen betaling kan worden geparkeerd de BTW op de kosten voor de aanleg van dat parkeerterrein aftrekken?
2. Mag een gemeente die een openbare plaats inricht als terrein waar tegen betaling kan worden geparkeerd door er parkeermeters te plaatsen, de BTW op de kosten voor de inrichting van die plaats aftrekken?
ANTWOORD
(20.11.2003)
Artikel 6, § 1, van het BTW-Wetboek bepaalt dat de Staat, de gemeenschappen en de gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen niet als belastingplichtige worden aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.
Artikel 6, § 2, van datzelfde Wetboek voorziet dat de Koning ze voor deze werkzaamheden of handelingen evenwel als belastingplichtige aanmerkt, voor zover een behandeling als niet- belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.
In uitvoering van deze laatste bepaling stelt artikel 1, 2°, eerste streepje, van het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde, dat de diensten en de regieën van de gemeenten als belastingplichtige worden aangemerkt ten aanzien van de exploitatie van een parkeergelegenheid.
Een gemeente die een betaalparking exploiteert onder dezelfde juridische omstandigheden als de uitbaters van een privé-betaalparking - dit is normaal het geval indien de parkings behoren tot het privaat domein van die gemeente - kan de belasting geheven van de kosten van de inrichting van die parking in aftrek brengen.
Wanneer daarentegen een gemeente door middel van parkeermeters of parkeerautomaten het betalend parkeren op de openbare weg - en meer algemeen, op haar openbaar domein - organiseert en reglementeert, handelt zij in het kader van het specifieke juridische regime voor openbare instellingen, dat wil zeggen als publieke overheid en heeft zij overeenkomstig artikel 6, § 1, voormeld, van het BTW-Wetboek niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.
Derhalve kan, in de verondersteling gemaakt door het geachte lid, de gemeente de BTW geheven van de kosten van de inrichting van een openbare plaats tot parkeerplaatsen niet in aftrek brengen.