Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 151, blz. 16.213
Aan liefdadigheidsinstellingen geschonken goederen - Opeisbaarheid van de BTW
VRAAG
In uw antwoord op vraag nr. 894 van 24 november 1994 van de heer Wintgens (Vragen en Antwoorden, Senaat, 1994-1995, nr. 141, blz. 7398) verklaart u dat goederen die volkomen gratis aan liefdadige instellingen worden gegeven, in de BTW vallen omdat ze met een belastbare levering worden gelijkgesteld. Alleen wanneer die goederen door de liefdadigheidsinstelling uit de Europese Unie worden uitgevoerd, zijn ze van de BTW vrijgesteld, zoals alle andere goederen waarop artikel 42, § 3, 8°, van het BTW-wetboek van toepassing is. Uit uw antwoord volgt dus dat BTW-plichtige bedrijven of personen die voedingsmiddelen of roerende goederen aan verenigingen zoals de "restos du coeur" schenken, daar ook nog BTW op moeten betalen.
Bevestigt u die conclusie?
ANTWOORD
Ik kan het geacht lid bevestigen dat in het geval dat hij beoogt, de BTW wel degelijk opeisbaar is krachtens artikel 12, § 1, 2°, van het BTW-wetboek, voor zover uiteraard de voorwaarden voor vrijstelling inzake uitvoer als bedoeld in artikel 42, § 3, 8°, van het voornoemde wetboek, niet zijn vervuld.
Overeenkomstig artikel 51, § 1, 1, van voornoemd wetboek, is de betrokken belastingplichtige schuldenaar van de opeisbare belasting die hij volgens de gewone regels aan de Schatkist moet voldoen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.