Verplichtingen. facturen. voertuig. recht op aftrek. europese richtlijnen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

14 14 december 2011

Zoeken

Verplichtingen. facturen. voertuig. recht op aftrek. europese richtlijnen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/14-verplichtingen-facturen-voertuig-recht-aftrek-317a

Nummer
14
Datum
14 december 2011

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

30 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 49 d.d. 17.01.2012, blz. 30

Verplichtingen

Facturen

Voertuig

Recht op aftrek

Europese richtlijnen

VRAAG

(van mevrouw Wouters)

Overeenkomstig artikel 226 van de Richtlijn 2006/112/EG zijn sinds 1 januari 2008 in regel enkel nog alleen de in die bepaling opgenomen vermeldingen verplicht op de factuur.

1. Beantwoordt artikel 5, § 1, 7°, koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde aan voormelde richtlijn aangezien nog steeds voor de levering van (nieuwe) motorvoertuigen het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte, het carrosseriemodel, het chassisnummer en voor werken aan die voertuigen de nummerplaat van het voertuig moeten worden vermeld op de factuur?

2. Rekening houdend met het arrest van het Hof van Justitie van 15 juli 2010, C-368/09, Pannon, r.o. 41, kan uw administratie de uitoefening van het recht op aftrek van de btw afhankelijk stellen van de bijkomende vermeldingen van artikel 5, § 1, 7°, van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde die niet uitdrukkelijk voorkomen in artikel 226 van de Richtlijn 2006/112/EG?

3. Kan uw administratie nog steeds een administratieve geldboete opleggen in het geval de factuur niet de bijkomende vermeldingen van artikel 5, § 1, 7°, van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bevat die niet voorkomen in artikel 226 van de Richtlijn 2006/112/EG?

4. Dringt een aanpassing van artikel 5, § 1, 7°, van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waardezich niet op?

5. Is uw administratie bevoegd om in het kader van een btw-controle vast te stellen dat bij werken aan een "personenvoertuig" het chassisnummer en de kilometerstand niet vermeld worden op de factuur zoals voorgeschreven bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 september 2004 betreffende de inwerkingtreding van de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen en betreffende de documenten opgemaakt door een vakman naar aanleiding van werken aan een voertuig?

6. a) Indien een ambtenaar van uw administratie een inbreuk vaststelt op de voormelde wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen en het voormelde koninklijk besluit van 30 september 2004 betreffende de inwerkingtreding van de voormelde wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen en betreffende de documenten opgemaakt door een vakman naar aanleiding van werken aan een voertuig, wordt dit meegedeeld aan de door de minister bevoegd voor economische zaken aangestelde ambtenaren bevoegd om de in voornoemde wet bedoelde inbreuken op te sporen en vast te stellen?

b) Welke interne richtlijnen gelden hieromtrent?

c) Gebeurt de informatie-uitwisseling spontaan of enkel op verzoek van de economische inspectie? d) Gebeurt de informatie-uitwisseling automatisch?

7. a) Indien een ambtenaar van uw administratie een inbreuk vaststelt op artikel 5 van de voormelde wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen en betreffende de documenten opgemaakt door een vakman naar aanleiding van werken aan een voertuig en het ter uitvoering ervan genomen voormelde koninklijk besluit van 30 september 2004 betreffende de inwerkingtreding van de voormelde wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen en betreffende de documenten opgemaakt door een vakman naar aanleiding van werken aan een voertuig (verplichte vermelding van de kilometerstand en het chassisnummer op de factuur), welke worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar, wordt door uw ambtenaren aan de procureur des Konings van dit wanbedrijf dadelijk bericht gegeven?

b) Controleren de btw-ambtenaren nog of het chassisnummer en de kilometerstand op facturen worden aangebracht die betrekking hebben op werken aan personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, lichte vrachtauto's en kampeerauto's?

c) Welke interne richtlijnen werden verstrekt met betrekking tot dit wanbedrijf en de naleving van artikel 29, eerste lid Sv. (Wetboek van Strafvordering)?

d) Hoeveel inbreuken werden de jongste vijf jaar door uw ambtenaren op dit wanbedrijf vastgesteld en meegedeeld aan de procureur des Konings?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere, Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

1. Voor btw-doeleinden zijn alleen de in artikel 226 van de Richtlijn 2006/112/EG opgenomen vermeldingen verplicht op de uitgereikte facturen. Overeenkomstig 6° van dit artikel dienen de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten vermeld te worden. In dat verband bepaalt artikel 5, § 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, dat de factuur de gegevens moet vermelden die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten. Wanneer bijgevolg motorvoertuigen op zich het voorwerp uitmaken van de overeenkomst inzake leveringen of diensten moet, met het oog op het eenduidig determineren van de handeling, het motorvoertuig zelf geïndividualiseerd worden. Dit houdt in dat het motorvoertuig altijd en duidelijk moet kunnen worden onderscheiden van andere soortgelijke goederen en dat het steeds individueel moet kunnen worden opgevolgd. De mogelijkheid dat een bepaald motorvoertuig vervangen wordt door een ander voertuig moet geheel en al worden uitgesloten. In dat opzicht bepaalt artikel 5, § 1, 7°, van voornoemd koninklijk besluit dat de in artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek bedoelde gegevens voor de leveringen van nieuwe vervoermiddelen op de factuur moeten worden vermeld, evenals het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte, het carrosseriemodel en het chassisnummer in geval van levering van nieuwe of tweedehandse personenauto's of auto's voor dubbel gebruik en, wanneer het gaat om tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, de datum waarop zij voor het eerst in het verkeer werden gebracht en, voor de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan motorvoertuigen de vermelding van de nummerplaat van het voertuig. Deze vermeldingen zijn zowel in een nationale als in een internationale context noodzakelijk om de handelingen met motorvoertuigen te determineren. Een doorgedreven individualisering van een nieuw of tweedehands motorvoertuig is trouwens eveneens een conditio sine qua non voor een efficiënte fraudebestrijding, zowel nationaal, in een intracommunautaire context als in de relaties met derde landen. Bovendien maakt die individualisering ab initio ook een permanente opvolging van het motorvoertuig mogelijk, een gegeven waarvan ook andere overheden en andere instanties (bijvoorbeeld deze bevoegd voor de inning van de verkeersbelasting en voor de autokeuring) dankbaar gebruik maken. Gelet op hetgeen voorafgaat beantwoordt artikel 5, § 1, 7°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 aan de voorwaarden van artikel 226 van de Richtlijn 2006/112/EG.

2. Voor zover een belastingplichtige een voertuig gebruikt voor de behoeften van zijn economische activiteit waarvoor hij recht op aftrek heeft, kan hij, rekening houdend uiteraard met de beperking voorzien in artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek, de belasting geheven van de kosten met betrekking tot deze wagen in aftrek brengen. Overeenkomstig artikel 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, dient de belastingplichtige om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen in het bezit te zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2, en 53octies van het Btw-Wetboek waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in artikel 5, § 1, van voornoemd koninklijk besluit nr. 1. Hoewel artikel 5, § 1, 7°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 voorziet in het vermelden op de factuur van een aantal bijkomende technische gegevens met betrekking tot het voertuig, brengt de afwezigheid van deze gegevens niet automatisch het verwerpen van het recht op aftrek met zich mee. Het is evenwel noodzakelijk dat de aard van de geleverde goederen of diensten voldoende blijkt uit de factuur en dat het voertuig dat het voorwerp uitmaakt van de handeling geïndividualiseerd kan worden, inzonderheid om de juiste toepassing van voormeld artikel 45, § 2, te kunnen nagaan. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 5, § 1, 7°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 genomen zijn om in het geval van handelingen met motorvoertuigen, het voertuig dat het voorwerp is van de levering of de dienst te kunnen individualiseren, ten einde de handeling te determineren zoals bedoeld in artikel 226, 6°, van de Richtlijn 2006/112/EG en artikel 5, § 1, 6°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 1, wordt in bijkomende orde verwezen naar de conclusie van het arrest van het Europees Hof van Justitie van 21 april 2005 houdende een prejudiciële beslissing inzake "Finanzamt Bergisch Gladbach" tegen "HE", waarin wordt gesteld "dat voor de uitoefening van het recht op aftrek evenwel slechts mag worden vereist dat de factuur nog andere vermeldingen bevat dan die van artikel 22, lid 3, sub b, van de Zesde Richtlijn (77/388) van de Raad van 17 mei 1977, voorzover die bijkomende vermeldingen noodzakelijk zijn om de inning van de belasting over de toegevoegde waarde en de controle daarvan door de belastingadministratie te verzekeren. Bovendien mogen die vermeldingen niet zo talrijk of technisch zijn, dat zij de uitoefening van het recht op aftrek nagenoeg onmogelijk of overdreven moeilijk maken (arrest van 14 juli 1988, Jeunehomme en EGI, 123/87 en 330/87)". De krachtens artikel 5, § 1, 7°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 hiervoor vereiste technische gegevens van de motorvoertuigen die worden verhandeld of waaraan wordt gewerkt, meent de Administratie, zijn noch zo talrijk, noch zo technisch dat zij de uitoefening van het recht op aftrek in het gedrang brengen.

3. Overeenkomstig artikel 70, § 4, eerste lid, van het Btw-Wetboek, worden de door het geachte lid bedoelde overtredingen bestraft met een geldboete van 25 euro tot 2.500 euro per overtreding. Het bedrag van deze geldboete wordt bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld. Overeenkomstig de bijlage van koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, Eerste afdeling, II, worden dergelijke overtredingen van artikel 5 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 bestraft met een geldboete van 50 euro per factuur. Het barema van verminderingen inzake de verschillende bedragen van de geldboeten die voorkomen in voornoemde bijlage van het koninklijk besluit nr. 44, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2002, voorziet in Titel VI, onderafdeling 2, in verdere verminderingen en kwijtscheldingen van deze geldboeten naar gelang het al dan niet gaat om zuiver toevallige onregelmatigheden of onregelmatigheden die geen enkele schade toebrengen aan de belangen van de schatkist.

4. Gelet op de onder 1 hiervoor aangehaalde redenen is het momenteel niet opportuun is om de door het geachte lid bedoelde vermeldingen te schrappen uit de lijst van verplichte factuurvermeldingen van artikel 5, § 1, van voornoemd koninklijk besluit nr. 1.

5. De opdracht van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit betreft in de eerste plaats een fiscale opdracht. De controlebevoegdheden toegekend aan de btw-ambtenaren van deze fiscale administratie hebben als doel het nazicht van iedere overtreding of elk misbruik van de bepalingen van de fiscale wetboeken of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede van de feiten die de opeisbaarheid van de belasting of een geldboete aantonen. In dit kader zal door deze ambtenaren bijvoorbeeld nagekeken worden of de facturen voldoen aan de bepalingen opgenomen in het Btw-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

6. Artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voorziet dat iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, verplicht is daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd, en aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen. Gesteld dat bepaalde feiten gekwalificeerd worden als misdaad of wanbedrijf dan hebben de agenten van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit bijgevolg de verplichting om deze ter kennis te brengen van de procureur des Konings. Interne instructies werden dienaangaande gepubliceerd. De uitwisseling van inlichtingen met andere federale overheidsdiensten valt, wat hen betreft, onder artikel 93bis van het Btw-Wetboek. De inlichtingen worden dus slechts meegedeeld in de mate dat ze noodzakelijk zijn om de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdracht te verzekeren.

7. a) en c) De antwoorden op deze vragen vindt u onder punt 6.

b) De btw-ambtenaren van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit gaan na of de facturen voldoen aan de bepalingen van artikel 5 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1.

d) Er worden geen cijfergegevens bijgehouden met betrekking tot dit onderwerp.

Aangehaalde teksten

11

Administratieve doctrine

1

« … krachtens dit artikel vereiste technische gegevens van de motorvoertuigen die worden verhandeld of waaraan wordt gewerkt, meent de administratie, zijn noch zo talrijk noch zo technisch dat zij de uitoefening van het recht op aftrek in het gedrang brengen ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 14 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger Veerle Wouters van 14.12.2011 ). 13° Voor elk tarief of elke vrijstelling, de maatstaf van heffing, de eenheidsprijs exclusief belasting, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien deze niet in de eenheidsprijs zijn begrepen artikel 5, § 1, 8°, … »

Regeling voor de voldoening van de belasting (30.06.2021)Administratieve commentaar05.05.2022

Bekijk het document