Oprichting van een BTW-compensatiefonds · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1347 27 juni 2006

Zoeken

Oprichting van een BTW-compensatiefonds

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1347-oprichting-btw-compensatiefonds-wathelet-3677

Nummer
1347
Datum
27 juni 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 129, blz. 25413-25414

Oprichting van een BTW-compensatiefonds

VRAAG

In tegenstelling tot tal van andere lidstaten van de Europese Unie beschikt ons land nog steeds niet over een BTW-compensatiefonds. Nochtans werden er reeds verscheidene wetsvoorstellen in die zin ingediend en zou de Commissie de invoering van een dergelijk systeem sterk aanbevelen.

1. Kan u ter zake meedelen waarom de oprichting van een BTW-compensatiefonds de zesde BTW-richtlijn zou schenden ?

2.

a) Werd de Europese Commissie hierover reeds gecontacteerd ?

b) Zo nee, waarom niet ?

c) Zo ja, hoe zijn die contacten verlopen ?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 11.07.2003)

Verschillende lidstaten (UK, DK, FIN, S, NL en F) hebben een systeem van terugbetaling (geheel of gedeeltelijk) op punt gezet ten voordele van publiekrechtelijke lichamen voor de niet voor teruggaaf vatbare BTW zonder dat er rechtstreekse terugbetalingen plaatsvinden volgens het BTW-systeem (hetgeen in strijd zou zijn met de zesde richtlijn).

Er is een grote verscheidenheid in de wijze waarop de compensatiefondsen in deze landen zijn georganiseerd.

In de noordelijke landen wordt het compensatiefonds gespijsd door de bijdragen van de gemeenten zelf op basis van het principe van solidariteit.

Het Nederlandse systeem dat grotendeels als voorbeeld diende voor de wetsvoorstellen die in België werden ingediend, stelt de gemeenten in staat om de door hen gedragen en niet afgetrokken BTW te compenseren door middel van een fonds dat wordt gefinancierd door de BTW-ontvangsten.

Aangezien er ter zake nog geen enkele uitspraak is van het HJEG of een ingebrekestelling door de commissie is het voorbarig om te zeggen dat de oprichting van dergelijk fonds onverenigbaar zou zijn met de Europese regels. Aangezien het evenwel een fonds betreft dat specifiek de niet aftrekbare BTW moet compenseren, zou men het toch kunnen bekritiseren.

De werking van het fonds komt erop neer dat publiekrechtelijke lichamen voor hun investeringen een nultarief inzake BTW kunnen genieten terwijl artikel 12, § 3, a), van de zesde richtlijn een normaal toe te passen BTW-tarief vaststelt dat niet lager mag zijn dan 15 pct. Het compensatiefonds zou kunnen worden beschouwd als een indirect middel om aan die lichamen het voordeel van het recht op aftrek toe te kennen voor de diensten die vallen onder hun bevoegdheid als overheid, terwijl artikel 17 van de genoemde richtlijn enkel aan belastingplichtigen het recht verleent om de BTW te recupereren voor hun belaste handelingen. Ten opzichte van de door die lichamen verrichte vrijgestelde handelingen, zou het fonds ten slotte kunnen leiden tot concurrentievervalsing tegenover operatoren uit de privé-sector die dezelfde vrijgestelde handelingen verrichten zonder recht op aftrek van de voorbelasting.

Hoe dan ook, buiten de budgettaire weerslag en de moeilijkheid om duidelijke criteria vast te leggen voor het bepalen van de investeringen die in aanmerking komen voor het fonds, is de werking van dit systeem blootgesteld aan een belangrijke kritiek, namelijk dat het in hoofdzaak de rijkste gemeenten bevoordeelt. Immers, hoe meer die gemeenten investeren, hoe meer zij beroep zullen kunnen doen op het compensatiefonds.

Ik heb reeds de gelegenheid gehad te zeggen dat er een mogelijkheid zou moeten bestaan om gemeenten in moeilijkheden te helpen door gebruik te maken van andere criteria dan die met betrekking tot de omvang van hun investeringen.

Overigens zal de herziening van artikel 6 van het BTW-Wetboek die thans in voorbereiding is, de publiek- en de privaatrechtelijke lichamen op gelijke voet van behandeling moeten plaatsen voor al hun handelingen die met elkaar in concurrentie komen.

Ten slotte is er reeds sinds jaren op communautair vlak een debat geopend over de toepassing van de BTW in relatie met de overheid, waarbij een toenemende onderwerping van de lokale overheidsdiensten aan de BTW-belastingplicht zou kunnen leiden tot een duidelijker inzicht en een grotere beheersing van de uitgaven.

Aangehaalde teksten

3