Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 137, blz. 14522-14523
Aftrek van BTW geheven van bedrijfsmiddel - Herziening - Verkoop gebouw.
VRAAG
Een voor al haar activiteit BTW-plichtige vennootschap die het gebouw waarin haar maatschappelijke zetel moet worden ondergebracht, onder het BTW-stelsel koopt of laat optrekken (nieuwbouw), kan de aan toeleveranciers betaalde belasting met betrekking tot die investering in mindering brengen. Wanneer haar activiteiten expanderen en de vennootschap uit haar kantoorgebouw groeit, gaat ze op zoek naar een ander gebouw en stelt ze het oude te koop. Na een bepaald tijdsverloop (maar daarover gaat mijn vraag niet) kan de vennootschap het gebouw niet langer onder het BTW-stelsel verkopen maar dienen er registratierechten op de verkoop te worden betaald. Welke indirecte belasting er ook moge worden geheven, de opbrengst van die doorverkoop wordt hoe dan ook in de ontvangsten opgenomen, en de eventuele meerwaarde wordt belast.
Hoe zit het echter met de herziening van de afgetrokken belasting die aan de toeleveranciers werd betaald ?
Het lijkt me hoogst merkwaardig - op het stuk van de billijkheid dan - dat er een herziening van de BTW zou plaatsvinden, aangezien het gebouw dat verkocht wordt, gewoon door een ander gebouw zal worden vervangen en bovendien niet de belastingplichtige maar de wet bepaalt dat de doorverkoop onder een ander belastingstelsel moet gebeuren.
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 10, 4°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde is de aftrek van de belasting geheven van een bedrijfsmiddel onderworpen aan herziening wanneer het bedrijfsmiddel ophoudt in de onderneming te bestaan, tenzij wordt aangetoond dat zulks het gevolg is van een levering die recht op aftrek verleent op dat bedrijfsmiddel vernietigd of ontvreemd werd.
In het door het geacht lid beoogde geval waarbij een als bedrijfsmiddel gebruikt gebouw wordt verkocht met toepassing van het registratierecht, moet de oorspronkelijk in aftrek gebrachte BTW derhalve worden herzien, op voorwaarde dat deze verkoop plaatsvindt binnen de 10 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht op aftrek is ontstaan (zie art. 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969), ongeacht of het gebouw al dan niet door een ander wordt vervangen.
Krachtens artikel 11, § 3, van bovengenoemd koninklijk besluit nr. 3 wordt bedoelde herziening in éénmaal verricht voor het jaar waarin de oorzaak van de herziening zich heeft voorgedaan en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak tot beloop van een tiende per jaar.
Zelfs als in bepaalde omstandigheden de hierboven gegeven oplossing min of meer onbillijk kan lijken, kan in de huidige stand van de wetgeving van bovenvermelde principes niet worden afgeweken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.