Gemengde kosten. Voordelen van alle aard. Aftrekbaar gedeelte van de btw · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

123 29 april 2008

Zoeken

Gemengde kosten. Voordelen van alle aard. Aftrekbaar gedeelte van de btw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/123-gemengde-kosten-voordelen-alle-aard-df7e

Nummer
123
Datum
29 april 2008

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 017, blz. 2921-2923

Gemengde kosten - Voordelen van alle aard - Aftrekbaar gedeelte van de btw

VRAAG

Bepaalde algemene kosten van belastingsplichtigen hebben een gemengd karakter en het beroepsgedeelte wordt best in gemeenschappelijk overleg bepaald met de fiscale ambtenaren. Bovendien benadert het ook liefst zo dicht mogelijk de economische werkelijkheid.

Die fiscale principes gelden niet alleen op het stuk van de btw maar tevens op het stuk van de inkomstenbelastingen.

In de praktijk wordt het aftrekbaar btw-bedrag meestal becijferd aan de hand van percentages en/of aan de hand van welbepaalde verhoudingen, verdeelsleutels of oppervlakte- en inhoudsmaten.

Naar aanleiding van het dagelijks elektronisch bijhouden van de boekhouding, het indienen van de periodieke btw-aangiften en vooral het uitvoeren van gezamenlijke verificaties rijzen zowel bij vennootschappen, bij natuurlijke personen als bij sommige btw-ambtenaren op heden nog steeds de volgende algemene discussiepunten.

1. Moet het totale bedrag aan btw vermeld op de aankoopfacturen bij iedere inschrijving in het aankoopdagboek telkens onmiddellijk worden uitgesplitst aan de hand van voornoemde verhoudingsgetallen of moet het aftrekbaar btw-bedrag slechts eenmalig worden «herzien » op het einde van ieder kalenderjaar bij de uiteindelijke bepaling van de voordelen van alle aard of van het privaat jaargedeelte van die kosten van gemengde aard?

2. Kunnen die btw-plichtigen voor eventueel ter zake te goeder trouw begane overtredingen administratief worden gesanctioneerd met boeten en interesten?

3. Moeten die btw-plichtigen ten belope van het privaat gedeelte van die gemengde kosten een verkoopfactuur aan zichzelf uitreiken?

4. Moet die aan zichzelf gerichte verkoopfactuur worden opgenomen in de jaarlijkse klantenlisting ?

5. Gelden, en dit inzonderheid bij polyvalente controles vanwege de administratie van de Ondernemingsen Inkomensfiscaliteit (AOIF), voor de bepaling van het beroepsgedeelte inzake btw dezelfde juridische beoordelingsprincipes als deze waarvan sprake in de artikelen 36, 49, eerste lid en 340 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het erop betrekking hebbend administratief commentaar?

6. Kan u uw algemene, pragmatische en geactualiseerde ziens- en handelwijze meedelen zowel voor rechtspersonen gelijktijdig onderworpen aan de btw, aan de wet op de jaarrekeningen en aan de vennootschapsbelasting als voor natuurlijke personen (btwplichtigen) onderworpen aan de personenbelasting?

ANTWOORD

(vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 07.05.2008)

Overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde oefent de belastingplichtige zijn recht op aftrek globaal uit door op het totaalbedrag van de belasting verschuldigd voor een aangiftetijdvak, het totaalbedrag toe te rekenen van de belasting waarvoor het recht op aftrek tijdens hetzelfde tijdvak is ontstaan en uitgeoefend kan worden krachtens artikel 3.

Wanneer een belastingplichtige met recht op aftrek bij voorbaat weet dat, volgens de normale gang van zaken in zijn onderneming, dat goed of die dienst (andere dan bedrijfsmiddelen) voor zijn privédoeleinden, voor de privédoeleinden van zijn personeel of, meer algemeen, voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit is bestemd of nog, dat het goed of de dienst om niet zal worden verstrekt, mag hij met betrekking tot dat goed of die dienst geen aftrek verrichten, tenzij het gaat om een handelsmonster of om een handelsgeschenk van geringe waarde.

Er kunnen zich evenwel toestanden voordoen waarin het voor deze belastingplichtige onmogelijk is, hetzij met zekerheid te voorzien dat de goederen of de diensten voor dergelijke doeleinden zullen worden bestemd. In die omstandigheden is de aftrek van de belasting toegestaan. Op het tijdstip waarop het goed of de dienst volledig voor de hierboven genoemde doeleinden wordt onttrokken, wordt deze onttrekking aan de btw onderworpen overeenkomstig artikel 12, § 1, 1° of 2° van het Btw-Wetboek. Er dient overeenkomstig artikel 3 van koninklijk besluit nr. 1. een stuk opgemaakt te worden dat deze handeling vaststelt en dat de vermeldingen bevat opgenomen in artikel 5, § 2 van dat koninklijk besluit Deze handelingen dienen niet opgenomen te worden op de jaarlijkse klantenlisting.

Wanneer goederen of diensten zowel voor de doeleinden van zijn economische activiteit als voor andere doeleinden worden gebruikt, mag de belasting slechts gedeeltelijk worden afgetrokken naar verhouding van de vermoedelijke bestemming voor de behoeften van de economische activiteit.

Om die verhouding te bepalen volgt de belastingplichtige in beginsel de regels die worden toegepast voor het aanvaarden van de uitgaven als bedrijfslasten voor de heffing van de inkomstenbelastingen, wanneer de bevoegde administratie door middel van een percentage, de aanvaardbare onkosten heeft vastgesteld. In het tegenovergestelde geval wordt die verhouding speciaal voor de toepassing van de btw bepaald onder controle van de administratie (zie koninklijk besluit nr. 3, artikel 1, § 2).

Na het verstrijken van het jaar waarin het recht op aftrek is ontstaan moet die voorlopige aftrek worden herzien (zie artikel 48, § 1, Wbtw). Die herziening moet geschieden in de aangifte die betrekking heeft op de periode tijdens welke de definitieve vaststelling van het aftrekbaar gedeelte plaatsheeft en uiterlijk in de aangifte die ieder jaar in april moet worden ingediend.

Spruit de herziening van de oorspronkelijke aftrek voort uit het feit dat voor de toepassing van de inkomstenbelasting bepaalde bedrijfslasten waarmee de belastingplichtige voor het bepalen van zijn aftrek rekening had gehouden, heeft verworpen, dan gebeurt de herziening, bij wijze van terugstorting van wat ten onrechte werd afgetrokken, in de aangifte die betrekking heeft op de periode tijdens welke de verwerping van die bedrijfslasten officieel aan de belastingplichtige werd genotificeerd.

Aangehaalde teksten

4
KB nr. 1 art. 31 voorkomen
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
KB nr. 3 art. 41 voorkomen
WBTW art. 121 voorkomen