AANSCHRIJVING 78/001
Aanschrijving nr. 1 dd. 03.01.1978
Zie ook 78/001/2 - 78/001/3 - 78/001/4 - 78/001/5
Beslissingen die de aanschrijving wijzigen
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Diplomatieke regeling
Consulaire regeling
Ambassade
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Werk in onroerende staat
Invoer
Inleiding
1. Artikel 42, § 2,1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, dat de vrijstellingen regelde die worden toegekend aan diplomatieke zendingen, consulaire posten en daaraan verbonden ambtenaren, werd gewijzigd, met ingang van 1 januari 1978, door artikel 22 van de wet van 27 december 1977 tot wijziging onder meer van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977).
De hierboven bedoelde vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde maken nu het voorwerp uit van artikel 42, § 3, 1 en 2, van het Wetboek, dat luidt als volgt :
"Zijn van de belasting vrijgesteld :
1° de leveringen van goederen en de dienstverrichtingen aan, alsmede de invoer van goederen door in België gevestigde diplomatieke zendingen en consulaire posten van vreemde Staten, voor hun officieel gebruik;
2° de leveringen van roerende goederen en de dienstverrichtingen, met uitzondering van werk in onroerende staat, aan, alsmede de invoer van roerende goederen door de volgende personen, handelend voor hun persoonlijk gebruik en gehecht aan de zendingen en posten bedoeld onder 1 : de leden van het diplomatiek personeel, de leden van het administratief en technisch personeel, de consulaire beroepsambtenaren en de consulaire bedienden".
2. Het laatste lid van genoemd artikel 42 § 3, van het Wetboek preciseert dat de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde de perken en de toepassingsvoorwaarden van deze paragraaf bepalen, en dat zij inzonderheid kunnen bepalen dat de in deze paragraaf bedoelde vrijstellingen worden verleend bij wijze van teruggaaf.
3. Onderhavige aanschrijving omschrijft de voorwaarden en de beperkingen van de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, 1 en 2, van het Wetboek. Zij vervangt, vanaf 1 januari 1978 de aanschrijvingen van 28 oktober 1970, nr. 66, van 15 oktober 1971, nr. 153 en van 6 juni 1977 nr. 13, voor zover deze laatste aanschrijving betrekking heeft op de diplomatieke en consulaire regeling.
4. De draagwijdte van de vrijstellingen ingesteld door artikel 42, § 3, 1 en 2, van het Wetboek van de BTW, en de voorwaarden waaraan die vrijstellingen zijn onderworpen, werden vastgesteld rekening houdend enerzijds met de eigenheden van de wetgeving en reglementering inzake BTW, en anderzijds met de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 (goedgekeurd door de wet van 30 maart 1968 - Belgisch Staatsblad van 6 juni 1968) en het Verdrag van Wenen-inzake consulair verkeer van 24 april 1963 (goedgekeurd door de wet van 17 juli 1970 Belgisch Staatsblad van 14 november 1970). De tekst van deze Verdragen wordt gepubliceerd in de bijlagen I en II bij deze aanschrijving.
5. De aandacht wordt gevestigd op artikel 47 van het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 en op artikel 72 van het Verdrag van Wenen van 24 april 1963, die de grondslag vormen van de voorwaarde van wederkerigheid.
Die voorwaarde bestaat erin dat in de ontvangende Staat of in de verblijfstaat slechts fiscale voordelen of vrijstellingen toegekend worden in de mate waarin de zendstaat overeenkomstige fiscale voordelen verleent aan (belgische) diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen gevestigd in die zendstaat.
De voorwaarde van wederkerigheid wordt in de regel toegepast inzake de invoer van goederen. Die voorwaarde wordt tot nog toe niet opgelegd inzake handelingen verricht in het binnenland, met als enige uitzondering de levering van gebouwen waarvan sprake in nr. 13 hierna.
Deze aanschrijving bevat twee hoofdstukken.
Het eerste hoofdstuk behandelt de leveringen van goederen en de dienstverrichtingen aan, alsmede de invoer van goederen door diplomatieke zendingen en consulaire posten, voor hun officieel gebruik (vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek van de BTW) .
Het tweede hoofdstuk behandelt de leveringen van goederen en de dienstverrichtingen aan, alsmede de invoer van goederen door ambtenaren van het diplomatiek en consulair corps, voor hun persoonlijk gebruik (vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek van de BTW).
HOOFDSTUK I. LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DIENSTVERRICHTINGEN AAN, ALSMEDE INVOER VAN GOEDEREN DOOR DIPLOMATIEKE ZENDINGEN EN CONSULAIRE POSTEN, VOOR HUN OFFICIEEL GEBRUIK (artikel 42 § 3, 1 van het Wetboek van de BTW).
Bedoelde zendingen en posten.
6. Zijn bedoeld in artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek van de BTW : a) de diplomatieke zendingen (ambassades en gezantschappen) en de consulaire posten van vreemde Staten, die in België gevestigd zijn:
b) de volgende instellingen die gelijkgesteld zijn met diplomatieke zendingen :
i) de permanente vertegenwoordigingen van de Lid-Staten bij de Raad van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), met uitsluiting van de Belgische permanente vertegenwoordiging:
ii) de permanente vertegenwoordigingen van de Lid-Staten bij de Europese Gemeenschappen, met uitsluiting van de Belgische permanente vertegenwoordiging:
iii) de bij de Europese Gemeenschappen geaccrediteerde missies van derde Staten.
7. Artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek is niet toepasselijk op vreemde Staten als zodanig buiten hun diplomatieke vertegenwoordigingen of hun consulaire posten om, noch op de in België gevestigde diensten voor toerisme van vreemde Staten.
8. Die bepaling is evenmin van toepassing op de Belgische diplomatieke zendingen of consulaire posten, die in het buitenland gevestigd zijn.
Omschrijving van het begrip "officieel gebruik".
9. Voor de toepassing van artikel 42 § 3 1, van het Wetboek, moeten als goederen en diensten bestemd voor het officieel gebruik van diplomatieke zendingen en consulaire posten worden aangemerkt :
a) de gebouwen of gedeelten van gebouwen en de bijhorende terreinen, die gebruikt worden als zetel van de diplomatieke zending of de consulaire post, of als ambtswoning van het hoofd van de diplomatieke zending of van de consulaire post, indien deze laatste een consulaire beroepsambtenaar is (met uitsluiting dus van de ambtswoning van het hoofd van een consulaire post, indien dat hoofd een consulaire ere-ambtenaar is)
b) het werk in onroerende staat met betrekking tot de onder a) bedoelde gebouwen.
Onder werk in onroerende staat wordt verstaan het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen en afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed, dat het onroerend uit zijn aard wordt
c) de goederen en diensten die strikt noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van de eigenlijke functies van een diplomatieke zending of een consulaire post :
•kantoormeubelen en -materieel:
•kantoorbenodigdheden en kanselarijbenodigdheden,
•officiële wagens en andere voertuigen aangewend voor de dienst van de zending of van de post:
•minerale oliën voor de aandrijving van die voertuigen
•de diensten (herstelling, onderhoud of huur) in verband met die voertuigen;
•de leveringen van water, gas, electriciteit en minerale brandstoffen aan de zetel zelf van de zending of van de post of aan de ambtswoning van het hoofd van de zending of van de post, voor zover die post geleid wordt door een consulaire beroepsambtenaar:
d) de voedingsmiddelen en de levering van maaltijden, bestemd voor officiële recepties ter zetel zelf van de diplomatieke zending of de consulaire post, of in de ambtswoning van het hoofd van een diplomatieke zending of van een consulaire post die door een consulaire beroepsambtenaar geleid wordt.
10. Anderzijds worden voor de toepassing van artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek niet als goederen bestemd voor officieel gebruik aangemerkt, de goederen die klaarblijkelijk bestemd zijn voor huiselijk, huishoudelijk of privaat gebruik. Dat is bijvoorbeeld het geval voor koelkasten, kookfornuizen, platenspelers en andere dergelijke toestellen.
Draagwijdte van de vrijstellingen.
Invoer van goederen.
11. De invoer van goederen (uitslag uit entrepot daarin begrepen) verricht voor hun officieel gebruik door diplomatieke zendingen en consulaire posten bedoeld onder nr. 6, geniet de vrijstelling van de BTW onder de voorwaarde van wederkerigheid opgelegd inzake de vrijstelling van invoerrechten (z. de artikelen 34 en 35 van het ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake invoerrechten bijlage III bij deze aanschrijving). Deze voorwaarde is toepasselijk ongeacht of de ingevoerde goederen al dan niet aan invoerrechten onderworpen zijn.
12. De regeling betreffende de invoeren is niet toepasselijk op leveringen van goederen die uitgeslagen worden uit een aangenomen opslagplaats. Dergelijke leveringen worden beschouwd als leveringen hier te lande (z. verder nrs. 17 en volgende).
Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
A. Levering van onroerende goederen en werk in onroerende staat.
13. De levering van gebouwen (of delen van gebouwen), voor, tijdens of na hun oprichting, verricht door een belastingplichtige in de omstandigheden bedoeld in artikel 9, § 3, van het Wetboek van de BTW, aan vreemde Staten voor de vestiging van hun diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, of als ambtswoning van het hoofd van een diplomatieke zending of consulaire post geleid door een consulaire beroepsambtenaar, is van de BTW vrijgesteld. Die vrijstelling is onderworpen aan de voorwaarde dat wederkerigheid aan de Belgische Staat wordt toegekend (z. nr. 5).
14. De levering van gebouwen (of delen van gebouwen) aan vreemde Staten voor een ander doel dan dat omschreven onder nr. 13, is niet van de BTW vrijgesteld. Aldus is de levering van gebouwen (of delen van gebouwen) verricht voor rekening van diplomatieke zendingen of consulaire posten (of voor rekening van de Staten die zij vertegenwoordigen) volgens het gemeen recht aan de belasting onderworpen indien die gebouwen (of delen van gebouwen) bestemd zijn voor de behoeften van huisvesting van leden van het diplomatiek, administratief of technisch personeel van die diplomatieke zendingen, of voor consulaire ambtenaren of bedienden van die consulaire posten (z. nochtans nr. 13 inzake de levering van gebouwen bestemd om te dienen als ambtswoning van het hoofd van een diplomatieke zending of consulaire post, indien die post door een beroepsambtenaar wordt geleid).
15. De vrijstelling van de BTW is toepasselijk inzake het werk in onroerende staat (z. nr. 9, b) dat betrekking heeft op het gebouw (of gedeelten van het gebouw) dat gebruikt wordt als zetel van een diplomatieke zending of een consulaire post, of als ambtswoning van het hoofd van een diplomatieke zending of een consulaire post, indien die post door een beroepsambtenaar wordt geleid.
Deze vrijstelling is niet onderworpen aan de voorwaarde van wederkerigheid.
De vrijstelling is nochtans niet toepasselijk op werk in onroerende staat van gering belang, dit wil zeggen, het werk waarvan het bedrag kleiner is dan 5.000 F, BTW niet inbegrepen.
16. Anderzijds is de vrijstelling niet van toepassing op werk in onroerende staat verricht voor rekening van een diplomatieke zending of een consulaire post (of voor rekening van de vreemde Staat die zij vertegenwoordigen), indien dat werk betrekking heeft op gebouwen (of delen van gebouwen) die bestemd zijn of gebruikt worden voor de behoeften van huisvesting van leden van het diplomatiek, administratief of technisch personeel van die diplomatieke zending of voor consulaire beroepsambtenaren en consulaire bedienden van die consulaire post andere dan de ambtswoning van het hoofd van de diplomatieke zending of de door een beroepsambtenaar geleide consulaire post (z. nr. 15).
B. Levering van roerende goederen en dienstverrichtingen.
17. De volgende leveringen van roerende goederen en dienstverrichtingen zijn van de belasting vrijgesteld, wanneer ze rechtstreeks worden geleverd aan of verricht voor instellingen bedoeld onder nr. 6, voor hun officieel gebruik :
a) de leveringen van water, gas, electriciteit en brandstoffen voor verwarming of voor het aandrijven van voertuigen (kolen, minerale oliën, enz.) wat ook de waarde per levering weze, verricht aan de zetel zelf van de in nr. 6 bedoelde instellingen of aan de ambtswoning van het hoofd van een diplomatieke zending of een consulaire post die door een beroepsambtenaar geleid wordt;
b) de telegrafische en telefonische aansluitingen en verbindingen van de zetel zelf van de diplomatieke zendingen of consulaire posten. Er wordt tevens aangenomen dat de vrijstelling ook toepasselijk is voor de aansluiting en de verbindingen langs een enkele telefoonlijn van de ambtswoning van het hoofd van de diplomatieke zending of de consulaire post indien deze laatste door een beroepsambtenaar wordt geleid en voor zover de ambtswoning niet in de zetel zelf van de zending of van de post is gevestigd
c) de andere leveringen van goederen en diensten dan deze bedoeld onder de letters a) en b) genieten van de vrijstelling van de belasting, wanneer de waarde per levering 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen. Wanneer ze per levering dat bedrag bereiken, zijn die leveringen van goederen en diensten vrijgesteld voor het geheel. Terzake is de uitreiking (die overigens verplicht is) van één of meerdere facturen, of het tijdstip waarop die facturen worden uitgereikt, zonder enig belang voor de toepassing van deze regeling.
Er wordt aangenomen dat de facturen die uitgereikt worden door verschillende afdelingen van een zelfde firma, en die betrekking hebben op leveringen die op hetzelfde tijdstip werden verricht aan een diplomatieke zending of een consulaire post, voor de toepassing van de regel van het minimum van 5.000 F, gegroepeerd mogen worden.
18. De vrijstelling ingesteld door artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek is slechts toepasselijk op leveringen van goederen en dienstverrichtingen die kunnen aangemerkt worden als zijnde bestemd voor het officieel gebruik van de rechthebbende instellingen zoals dat officieel gebruik omschreven is onder nr. 5.
De BTW is derhalve verschuldigd voor leveringen van goederen en diensten waarvan de waarde geen 10.000 F, exclusief BTW, bereikt en die niet beantwoorden aan het begrip officieel gebruik, zelfs wanneer die leveringen verricht worden ter zetel zelf van een vreemde diplomatieke zending of van een consulaire post, of aan de ambtswoning van het hoofd van de diplomatieke zending of consulaire post die door een beroepsambtenaar geleid wordt (z. nr. 44).
Appartementsgebouwen.
19. In de regel kan geen enkele vrijstelling van de belasting verleend worden voor de leveringen van goederen of de diensten die globaal verricht worden voor de behoeften van een appartementsgebouw, waarvan een gedeelte betrokken wordt, als eigenaar of als huurder, door een diplomatieke zending, een consulaire post, het hoofd van een diplomatieke zending of het hoofd van een consulaire post die door een beroepsambtenaar geleid wordt. In die gevallen is er inderdaad geen rechtstreekse levering aan de betrokken instellingen of personen.
20. Een uitzondering op deze regel wordt nochtans gemaakt ten aanzien van diplomatieke en consulaire zendingen die, als medeëigenaars, een deel van een gebouw betrekken waarvan het beheer wordt verzekerd door een beheerder of syndicus die handelt als eenvoudige lasthebber, De leveringen van goederen die hen worden gedaan of de diensten die hen worden verstrekt in het raam van hun officiële behoeften en die begrepen zijn in een geheel dat gezamenlijk wordt gefactureerd aan de medeëigenaars van het gebouw, kunnen vrijstelling van de belasting bekomen bij wijze van teruggaaf, mits inachtneming van de beperkingen bedoeld in nr. 17. Zo blijft onder meer van toepassing het minimum van 5.000 F, BTW niet inbegrepen, per levering (in dit geval per aandeel in de prijs van een levering of een dienst en niet per afrekening van de beheerder of syndicus), voor die leveringen van goederen en diensten die niet bedoeld zijn onder de letters a) en b) van nr. 17.
21. De diplomatieke zendingen en consulaire posten die als huurder een deel van een gebouw betrekken, waarvan het beheer wordt verzekerd door een beheerder of syndicus, kunnen de teruggaaf waarvan sprake in nr. 20 niet bekomen. Inderdaad, het nakomen door de huurder van een deel van een gebouw, van de verplichting om aan de beheerder of syndicus het aandeel in de gemeenschappelijke uitgaven, dat ten laste valt van de medeëigenaar, te betalen, vormt in hoofde van de huurder een huurlast, en de sommen die hij betaalt aan de beheerder of syndicus worden door hem gestort voor rekening van de verhuurder.
Voorwaarden en formaliteiten.
Invoer van goederen.
22. Bij elke invoer en bij elke uitslag uit entrepot, van goederen bestemd voor het officieel gebruik van de zendingen en instellingen vermeld onder nr. 6, moeten deze zendingen of instellingen aan de Administratie der douane en accijnzen een document 45 A geel voorleggen dat opgesteld is op hun naam. De vrijstelling is slechts toepasselijk wanneer de bedoelde zending of instelling de hoedanigheid heeft van geadresseerde van de ingevoerde goederen in de zin van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
Het document 45 A geel moet worden opgesteld in dezelfde voorwaarden als deze voorzien voor de aangifte ten verbruik 136 F inzake douane- en accijnsrechten. Het document moet gezegeld zijn met het officieel stempel van de rechthebbende zending en het moet ondertekend zijn door het hoofd van de instelling of door de persoon die gemachtigd is, om, in naam van het hoofd van de instelling, de aangifte 136 F te ondertekenen. Het document 45 A moet daarenboven vermelden dat de invoer plaatsvindt voor het officieel gebruik van de diplomatieke zending of de consulaire post. Het moet tevens nauwkeurig het adres van de zending, de plaats van bestemming van de goederen (adres) en de hoeveelheid, aard en waarde van de ingevoerde goederen aanduiden.
In vak 14 van het document 45 A geel moet de volgende vermelding worden aangebracht : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek".
23. Het document 45 A geel dekt de vrijstelling van de BTW, terwijl de aangifte 136 F uitsluitend voorbehouden is aan de vrijstellingen van douane- en accijnsrechten. Deze aangifte mag dus in geen geval worden gebruikt om enige vrijstelling van BTW te dekken.
24. Ten aanzien van autovoertuigen ingevoerd door diplomatieke zendingen en consulaire posten, voor hun officieel gebruik, wordt een bijzondere regeling toegepast. Die voertuigen worden in beginsel toegelaten onder een stelsel van tijdelijke vrijstelling onder dekking van een certificaat Benelux 4, geldig gemaakt door de Administratie der douane en accijnzen.
Wanneer er een einde wordt gesteld aan de regeling van tijdelijke vrijstelling (bijvoorbeeld wanneer een officiële wagen hier te lande wordt verkocht) dient het betrokken voertuig te worden vertoond aan de bevoegde diensten van de douane voor de inverbruikstelling.
Die inverbruikstelling moet inzake BTW gedaan worden door het geldig maken van een document 45 A geel opgesteld op naam van de titularis van het certificaat Benelux 4. Aangezien de inverbruikstelling de BTW niet verschuldigd maakt, moet het document 45 A in vak 14 worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van BTW. Artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek".
Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
A. Levering van onroerende goederen en werk in onroerende staat.
25. De vrijstelling van de belasting inzake de levering van gebouwen of delen van gebouwen zoals bedoeld in nr. 13, is slechts van toepassing op voorwaarde dat vooraf een bijzondere machtiging werd verleend door de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen. De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat (z. Rep. R.J.W. reg. 161, 6, nr. 2) geldt terzake eveneens voor de vrijstelling van de BTW over de vervreemde gebouwen of delen van gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de verkoper gevestigd is.
De factuur die de verkoper (belastingplichtige) moet uitreiken aan de vreemde Staat de diplomatieke zending of de consulaire post, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek".
26. Het werk in onroerende staat als bedoeld in nr. 15 is van de belasting vrijgesteld onder dezelfde voorwaarden als deze die hierna voorzien zijn onder de nrs. 27 tot 29.
B. Levering van roerende goederen en dienstverrichtingen.
27. De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of aan de dienstverrichter van een bestelbon (z. model, bijlage IV bij onderhavige aanschrijving) door het hoofd van de diplomatieke zending of consulaire post. Deze bestelbon, waarop het stempel van de zending of de post is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de diplomatieke zending of de consulaire post. Op die bestelbon moet door de diplomatieke zending of de consulaire post een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of van de bestelde en verstrekte diensten.
28. Indien het hoofd van de zending of de post zijn handtekening heeft gedelegeerd aan een of meer van zijn medewerkers, wordt aangenomen dat de bestelbons geldig zijn opgemaakt wanneer ze ondertekend zijn door de persoon die daartoe gemachtigd werd, doch het is in dat geval noodzakelijk dat de handtekening van die persoon wordt voorafgegaan door de woorden : "Voor het hoofd van de zending, bij volmacht". Daarenboven moeten op de bestelbon de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar worden vermeld.
29. De bestelbon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet betalen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De belastingplichtige -leverancier van de goederen of dienstverrichter -, schrijft het bedrag van de leveringen of van de diensten, waarvoor de vrijstelling van de belasting overeenkomstig het voorgaande werd verleend, in vak 05 van zijn maandelijkse of driemaandelijkse BTW-aangifte.
30. De vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek zijn toepasselijk op leveringen van goederen verricht door belastingplichtigen die aan het stelsel van de forfaitaire belastingaanslag onderworpen zijn, dat het voorwerp uitmaakt van artikel 56, § 1, van het Wetboek van de BTW. Inderdaad, overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 2 met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de BTW wordt voor de forfaitaire vaststelling van het omzetcijfer geen rekening gehouden met de aangekochte of ingevoerde goederen die werden gebruikt voor handelingen die van de belasting vrijgesteld zijn.
31. Daarentegen laat het koninklijk besluit nr. 19 tot regeling van de toepassing van de egalisatiebelasting de belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting niet toe om leveringen te verrichten met vrijstelling van de BTW.
In dat geval wordt aangenomen dat de rechthebbenden op de vrijstelling bedoeld in dit hoofdstuk, de vrijstelling kunnen bekomen bij wijze van teruggaaf. Daartoe moeten die rechthebbenden op de vrijstelling een aanvraag om terugbetaling van de BTW indienen bij de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen, 7de Directie, Madouplein, 1, 1030 Brussel. Die aanvraag moet worden ingediend binnen de twee jaar te rekenen vanaf de datum van de factuur uitgereikt door de belastingplichtige onderworpen aan de regeling van de egalisatiebelasting. Die factuur evenals een attest dat alle gegevens bevat die de bestelbon waarvan sprake in nr. 27 moet bevatten, moeten gevoegd worden bij de aanvraag om teruggaaf.
32. De factuur die de leverancier of de dienstverrichter moet uitreiken aan de vreemde Staat, aan de diplomatieke zending of de consulaire post, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 1, van het Wetboek".
33. De voorwaarden voorzien onder de nrs. 27 tot 29 en 32 hierboven zijn toepasselijk zelfs voor leveringen van goederen van binnenlandse oorsprong die belastbaar zijn met accijnsrechten (bier, wijn, alcohol, niet alcoholische dranken, brandstoffen voor verwarming, enz.).
Er wordt aan herinnerd dat inzake voedingsmiddelen (dranken daaronder begrepen) de vrijstelling beperkt is tot de goederen bestemd voor officiële recepties ter zetel zelf van de diplomatieke zending of de consulaire post, of in de ambtswoning van het hoofd van een diplomatieke zending of van een consulaire post die door een consulaire beroepsambtenaar geleid wordt.
Appartementsgebouwen.
34. Inzake de leveringen van goederen en diensten die globaal verricht worden voor de behoeften van een appartementsgebouw onder de voorwaarden gesteld in nr. 20, wordt de terugbetaling van de BTW aan de betrokken diplomatieke zendingen of consulaire posten verleend mits naleving van de hierna volgende formaliteiten.
Overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 4, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, moeten de betrokken zendingen of posten een aanvraag om teruggaaf, in twee exemplaren, indienen bij de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen (7de Directie). Die aanvraag moet ingediend worden binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan (z. Wetboek, art. 82). In dit geval ontstaat de vordering tot teruggaaf op de datum waarop de rechthebbende aan de beheerder of syndicus de belasting heeft betaald die de leveringen van goederen en de diensten beoogd door nr. 20 hiervoor bezwaart.
35. De teruggaaf is afhankelijk van het bewijs van betaling van de belasting en van de rechtvaardiging van de oorzaak van de teruggaaf. Te dien einde moet de rechthebbende op teruggaaf tot staving van zijn aanvraag indienen :
1) de afrekening of afrekeningen van de gemeenschappelijke lasten en van de belasting opgesteld door de beheerder of syndicus, met vermelding van het aandeel dat de medeëigenaar volgens het reglement van medeëigendom gehouden is te betalen:
2) een attest of de attesten van de beheerder of syndicus die de betaling bevestigt, door de belanghebbende zendingen, van de gemeenschappelijke lasten en van de BTW, die voortvloeien uit de evenbedoelde afrekeningen;
3) een attest overeenkomstig bijgaand model (bijlage V), getekend door het hoofd van de zending en voorzien van het stempel van de zending. Eén enkel attest volstaat voor al de afrekeningen van beheer die het voorwerp uitmaken van één zelfde aanvraag om teruggaaf. Dit attest vervangt de bestelbon waarvan sprake in het nr. 27.
Op de afrekeningen van beheer zal een gedateerde en getekende vermelding worden aangebracht, die bevestigt dat de teruggaaf van de BTW werd uitgevoerd.
36. De teruggaven geschieden door overschrijving op de postrekening van de rechthebbende of per postassignatie opgesteld op zijn naam.
HOOFDSTUK II. LEVERINGEN VAN GOEDEREN EN DIENSTVERRICHTINGEN AAN, ALSMEDE INVOER VAN GOEDEREN DOOR LEDEN VAN VREEMDE DIPLOMATIEKE ZENDINGEN EN CONSULAIRE POSTEN DIE IN BELGIEGEVESTIGD ZIJN, VOOR HUN PERSOONLIJK GEBRUIK (artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek van de BTW). Bedoelde personen.
37. Zijn bedoeld in artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek, voor zover ze geen Belgische onderdanen zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen :
a) de ambtenaren die de hoedanigheid van diplomaat bezitten, zoals de ambassadeurs, de ministersraden, de raden, de secretarissen en de attachés die verbonden zijn aan de diplomatieke zendingen en aan de instellingen die met die zendingen gelijkgesteld
b) de consulaire beroepsambtenaren (consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire ambtenaren) verbonden aan de consulaire posten (z. nr. 6):
c) de leden van het administratief en technisch personeel van de diplomatieke zendingen en daarmee gelijkgestelde instellingen (z. nr. 6),
d) de consulaire bedienden (leden van het administratief en technisch personeel die deel uitmaken van het personeel der consulaire posten (z. nr. 6)
e) bepaalde leden en hoge ambtenaren van internationale organismen bedoeld in artikel 42, § 3, 3 tot 6, van het Wetboek. Terzake wordt verwezen naar de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2, en naar de hierbij gevoegde lijst (bijlage VI).
Niet bedoelde personen.
38. Zijn niet bedoeld in artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek en kunnen bijgevolg geen enkele vrijstelling van de belasting verkrijgen :
a) de consulaire ere-ambtenaren. (Deze ambtenaren zijn trouwens meestal Belgische onderdanen die ter plaatse worden aangeworven) b) de leden van het bedienend personeel van diplomatieke zendingen en consulaire posten (chauffeurs van de ambassade of het consulaat, personen die werkzaam zijn in de huishoudelijke dienst, zoals dienstboden, schoonmaaksters, enz.)
Zijn evenmin bedoeld personen die tijdelijk in België verblijven met een welbepaalde opdracht, waarmee ze door hun regering belast zijn, buiten de diplomatieke vertegenwoordiging om.
Omschrijving van het begrip persoonlijk gebruik.
39. Voor de toepassing van artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek moeten worden aangemerkt als zijnde bestemd voor persoonlijk gebruik, de handelingen (invoer, levering van goederen en dienstverrichtingen) verricht door de personen bedoeld onder nr. 37 voor hun eigen persoonlijke behoeften en voor de behoeften van hun familieleden, voor zover deze laatsten deel uitmaken van hun gezin en geen Belgische onderdanen zijn noch in België duurzaam verblijf houden noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
Draagwijdte van de vrijstellingen.
Invoer van goederen.
40. De invoer van goederen (de uitslag uit entrepot daaronder begrepen) verricht door personen bedoeld in nr. 37 voor hun persoonlijk gebruik, is vrijgesteld onder de voorwaarde van wederkerigheid die geldt inzake vrijstelling van invoerrechten (z. artikel 33 van het ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake invoerrechten - bijlage III bij deze aanschrijving). Deze voorwaarde is toepasselijk ongeacht of de ingevoerde goederen al dan niet aan invoerrecht onderworpen zijn.
41. De regeling betreffende de invoeren is niet toepasselijk op leveringen van goederen die uitgeslagen worden uit een aangenomen opslagplaats. Dergelijke leveringen worden beschouwd als leveringen hier te lande (z. verder nrs. 43 tot 45).
42. De voorwaarde van wederkerigheid is niet toepasselijk terzake van invoeren verricht door personen bedoeld onder nr. 37, letter e).
Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
43. De Verdragen van Wenen inzake diplomatiek verkeer en inzake consulair verkeer bevatten, voor wat de BTW betreft, geen enkele vrijstellingsbepaling ten aanzien van de leveringen van goederen of diensten aan de ambtenaren bedoeld in nr. 37, voor hun persoonlijk gebruik.
De vrijstelling van de BTW die wordt verleend onder de voorwaarden en beperkingen die hierna worden opgesomd, vindt zijn oorsprong en verantwoording bijgevolg uitsluitend in artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek van de BTW.
44. Onder voorbehoud van de uitzonderingen waarvan sprake onder nr. 45 zijn de leveringen van roerende goederen en diensten aan personen vermeld onder nr. 37, voor hun persoonlijk gebruik, van de belasting vrijgesteld wanneer de waarde per levering 10.000 F bedraagt, exclusief BTW. Wanneer ze per levering dat bedrag bereiken zijn die leveringen en diensten vrijgesteld voor het geheel. Terzake is de uitreiking van één of meerdere facturen, of het tijdstip waarop die facturen worden uitgereikt, zonder enig belang.
Wel wordt er aangenomen dat de facturen die uitgereikt worden door de verschillende afdelingen van een zelfde firma, en die betrekking hebben op leveringen die op hetzelfde tijdstip werden verricht aan een persoon bedoeld in nr. 37, gegroepeerd mogen worden met het oog op de toepassing van de regel van het minimum van 10.000 F.
De vrijstellingen waarvan sprake in dit hoofdstuk zijn persoonlijk, in deze zin dat de voorwaarden vervuld moeten zijn in hoofde van elke rechthebbende afzonderlijk. Er kan bijgevolg geen vrijstelling verleend worden wanneer aan verschillende rechthebbenden gezamenlijk geleverd wordt, met als enig doel het bereiken van het minimumbedrag van 10.000 F.
45. Genieten geen enkele vrijstelling :
a) de leveringen, in de omstandigheden bedoeld in artikel 9, § 3, van het Wetboek van de BTW (z. nr. 14), van gebouwen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van de personen bedoeld in nr. 37;
b) het werk in onroerende staat dat een gebouw tot voorwerp heeft, dat bestemd is of gebruikt wordt voor de behoeften van huisvesting van een persoon bedoeld in nr. 37:
c) de leveringen van water, gas en electriciteit aan de woning van de personen bedoeld in nr. 37;
d) de levering van algemene voedingswaren (alle soorten voedsel, dranken : geestrijke dranken, wijn, limonades, enz.);
e) het verschaffen van spijzen en dranken om ter plaatse te worden gebruikt, dit wil zeggen in hotels, restaurants, snack-bars, verbruiksalons, herbergen en andere dergelijke inrichtingen;
f) de kosten van verblijf in hotels of in andere inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend;
g) de telefonische aansluitingen en verbindingen met de privé-woning van de personen bedoeld in nr. 37;
h) de leveringen van goederen of de diensten die globaal worden verricht voor de behoeften van een appartementsgebouw, waarvan een gedeelte betrokken wordt, als eigenaar of als huurder, door een persoon bedoeld in nr. 37. In dat geval is er inderdaad geen rechtstreekse levering aan de betrokken personen (verg. nr. 19).
Voorwaarden en formaliteiten.
Invoer van goederen.
46. De vrijstelling van de BTW bij invoer moet gedekt worden door een document 45 A geel opgesteld, op naam van de rechthebbende bedoeld in nr. 37, onder dezelfde voorwaarden als die voorzien voor het opstellen van de aangifte ten verbruik 136 F voor de vrijstelling van invoer- en accijnsrechten.
Het document 45 A geel moet (in vak 14) worden bekleed met het zegel van de instelling waaraan de rechthebbende op de vrijstelling verbonden is, evenals met de handtekening van het hoofd van die instelling of van de persoon die gemachtigd werd om, in naam van het hoofd van de instelling, de aangiften 136 F te ondertekenen (z. nr. 22).
Het document moet de hoedanigheid van de geadresseerde van de goederen vermelden evenals de hoeveelheid, de aard en de waarde van de ingevoerde goederen.
In vak 14 van het document moet de volgende vermelding aangebracht worden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek".
47. Het document 45 A geel dekt de vrijstelling van de BTW bij invoer, terwijl de aangifte 136 F uitsluitend voorbehouden is aan de vrijstelling van douane- en accijnsrechten. Deze laatste aangifte mag derhalve in geen geval gebruikt worden om een vrijstelling van de BTW te dekken.
48. De bijzondere regeling waarvan sprake onder nr. 24 is, mutatis mutandis, toepasselijk op de invoer van autovoertuigen bestemd voor het persoonlijk gebruik van personen bedoeld in nr. 37.
Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
49. De vrijstelling is afhankelijk van :
a) het uitreiken van een factuur door de leverancier of door de dienstverrichter. Ondanks de ontheffing van de verplichting om een factuur uit te reiken, verleend door artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, is de vrijstelling van de BTW voor de leveringen van goederen of diensten bedoeld in artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek, steeds afhankelijk van het uitreiken van een factuur die opgesteld is overeenkomstig artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit;
b) de voorwaarde dat de ambtenaar geen Belgisch onderdaan is noch in België duurzaam verblijf houdt of er een eigen winstgevende activiteit uitoefent.
Deze voorwaarde dient te worden bevestigd in een getuigschrift (z. model, bijlage VII bij deze aanschrijving), af te leveren door het hoofd van de zending of van de post, of door diens gevolmachtigde (z. nr. 28), en te overhandigen aan de leverancier of de dienstverrichter, voor de levering van het goed of het verstrekken van de dienst. Dat getuigschrift, waarop het stempel van de diplomatieke zending of consulaire post is aangebracht moet vermelden dat de bestelling geschiedt voor het persoonlijk gebruik van de betrokken ambtenaar en moet op een duidelijke wijze de naam en het adres van de leverancier of dienstverrichter aanduiden, alsmede de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de te verstrekken diensten.
Dat certificaat moet door de leverancier van de goederen of door de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet betalen van de belasting.
Op de factuur die de leverancier of de dienstverrichter uitreikt, moet de volgende vermelding voorkomen : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek".
50. De leverancier of de dienstverrichter schrijft de bedragen van de leveringen of de diensten waarvoor hij, overeenkomstig het voorgaande,de vrijstelling van de BTW heeft toegepast, in vak 05 van zijn maandelijkse of driemaandelijkse BTW-aangifte.
51. Het feit dat de leverancier een belastingplichtige is die onderworpen is aan het stelsel van de forfaitaire belastingaanslag of aan het stelsel van de egalisatiebelasting (z. nrs. 30 en 31) belet de toepassing niet van de BTW vrijstelling ingesteld door artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek. Nochtans, ingeval de leverancier onderworpen is aan het stelsel van de egalisatiebelasting, wordt de vrijstelling verleend bij wijze van teruggaaf. In dat geval is de procedure van teruggaaf van de belasting aan de rechthebbende van de vrijstelling, waarvan sprake in nr. 31 mutatis mutandis toepasselijk op de vrijstellingen voorzien in artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek.
52. Er wordt aan herinnerd dat de vrijstelling van artikel 42, § 3, 2, van het Wetboek niet toepasselijk is op leveringen hier te lande van algemene voedingswaren (z. nr. 45, d), zelfs al gaat het om goederen die kunnen genieten van de vrijstelling van accijnsrechten. Dat laatste is met name het geval voor dranken van binnenlandse oorsprong die normaal met accijnsrechten belastbaar zijn (bier, wijn, alcohol, niet gealcoholiseerde dranken, enz.).
Beslissingen die de aanschrijving wijzigen :
E.T.111.417 van 1 maart 2007 : Vrijstelling van BTW : principes en formaliteiten
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
6Rechtspraak
2België
2Grondwettelijk Hof556323.01.2014
Vrijstellingen
Rechtbank van eerste aanleg te Brussel29.04.2009