Diensten van voordrachtgevers, artiesten en beroepssportbeoefenaars · Btw-commentaar

Naar de tekst
Juriel

15 juni 2021

Zoeken

Diensten van voordrachtgevers, artiesten en beroepssportbeoefenaars

https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-ea07

Datum
15 juni 2021

Over het document

Verzameling
Btw-commentaar
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

77 paragrafen

Btw-Commentaar. Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek - Diensten van voordrachtgevers, artiesten en beroepssportbeoefenaars - art. 44, § 2, 8° (15.06.2021)

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 9. Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek

Afdeling 15 - Diensten van voordrachtgevers, artiesten en beroepssportbeoefenaars (artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek)

Bijwerking 15.06.2021 - Vorige versies: [01.07.2018] [01.06.2020]

Inhoud: · 14 onderdelen

inleiding

1. Voordrachtgevers

A. Gidsen

B. Simultaan vertalen door tolken in het kader van een voordracht

C. Organisatie van congressen door bepaalde instellingen

2. Artiesten

A. Regisseurs

B. Modeshows

C. Diskjockey

D. Prestaties van een uitvoerend artiest en het verlenen van rechten op het door hem ontworpen idee van schouwspel

E. Diensten van uitvoerende artiesten aan radio- en televisiestations of aan productiemaatschappijen

F. Sociaal bureau voor kunstenaars

3. Beroepssportbeoefenaars

4. Opmerking betreffende titels 1 tot 3 , van deze afdeling

inleiding

Artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek stelt vrij ‘de diensten aan organisatoren van voordrachten verstrekt door voordrachtgevers die als zodanig handelen; de diensten aan organisatoren van schouwspelen en concerten, aan uitgevers van grammofoonplaten en van andere klankdragers en aan makers van films en van andere beelddragers verstrekt door acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten voor de uitvoering van toneelwerken, balletten, films, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen; de diensten aan organisatoren van sportwedstrijden of sportfeesten verstrekt door deelnemers aan die wedstrijden of feesten.’

De diensten van voordrachtgevers, van artiesten in het algemeen en van beroepssportlui, zijn in beginsel bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek, wanneer zij tegen vergoeding worden verricht en de betrokken dienstverrichters zelfstandig optreden.

De vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek is van toepassing op voordrachtgevers, uitvoerende artiesten en sportbeoefenaars ongeacht de juridische vorm waaronder zij optreden. Derhalve werd het standpunt van de administratie zoals bepaald in de randnummers 10 en 11 van de aanschrijving nr. 13/1997 van 19.11.1997 ingetrokken (beslissing nr. E.T. 108.828 van 30.09.2005 en Informaties en mededelingen nr. 13.04.06/1 van 13.04.2006). De toenmalige minister van Financiën heeft evenwel beslist om voorlopig de toepassing van voornoemde beslissing niet te eisen (Informaties en mededelingen nr. 18.07.2006/1 van 18.07.2006, schriftelijke vraag nr. 518 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger Veerle Wouters van 16.07.2013).

De personen van wie de diensten van de belasting worden vrijgesteld ingevolge artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, kunnen in drie groepen worden ingedeeld (zie titels 1, 2 en 3, van deze afdeling).

1. Voordrachtgevers

Artikel 44, § 2, 8°, eerste deel, van het Btw-Wetboek vormt de omzetting:

• van artikel 371 (en bijlage X, deel 9) van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en

• in ondergeschikte orde van artikel 132, lid 1, punt n), van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, waardoor de lidstaten vrijstelling kunnen verlenen voor bepaalde culturele diensten alsmede nauw daarmee samenhangende goederenleveringen, verricht door publiekrechtelijke culturele instellingen of door andere culturele instellingen die door de betrokken lidstaten worden erkend.

Onder voordrachtgever wordt verstaan, eenieder die op een bijeenkomst of op een vergadering spreekt over onderwerpen die het gehoor kunnen onderrichten.

De diensten van voordrachtgevers zijn slechts van de btw vrijgesteld indien ze aan organisatoren van voordrachten worden verstrekt.

Hieronder worden in de rubrieken A, B en C, van deze titel, een aantal specifieke gevallen grondiger besproken:

A. Gidsen

De vrijstelling van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek is eveneens van toepassing op de handelingen verricht door een persoon die optreedt als gids, wanneer ze worden verstrekt aan een organisator van geleide bezoeken aan plaatsen, musea, kastelen, kerken, steden ... (beslissing nr. E.T. 111.432 van 28.08.2006).

B. Simultaan vertalen door tolken in het kader van een voordracht

Het Btw-Wetboek bevat geen enkele specifieke vrijstellingsbepaling voor tolken. Artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek stelt de diensten die aan organisatoren van voordrachten worden verstrekt door voordrachtgevers die als zodanig handelen, vrij van btw. Wanneer, naar aanleiding van deze vrijgestelde diensten van voordrachtgevers, door tolken diensten van simultaanvertaling worden verstrekt aan de organisatoren van bedoelde voordrachten, dan zijn deze eveneens vrijgesteld op grond van voornoemd artikel.

Terechtzittingen, openbaar of niet, en gerechtelijke verhoren, achter gesloten deuren of niet, vallen niet binnen de werkingssfeer van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek. Aldus kan de vrijstelling van btw voor de simultaanvertalingen verricht door tolken tijdens deze terechtzittingen en gerechtelijke verhoren niet verantwoord worden op grond van deze bepaling. Dit standpunt geldt overigens mutatis mutandis voor het simultaan vertalen door tolken van politionele verhoren (zie in dit verband ook beslissing nr. E.T. 114.552 van 06.05.2010) evenals voor het taptolken, dit is het simultaan vertalen van afgetapte telefoongesprekken.

Om dezelfde reden kunnen de tussenkomsten van een tolk bij parlementaire vergaderingen of zittingen van gemeenteraden de betrokken vrijstelling niet genieten. De vrijstelling geldt evenmin, zoals dat in het verleden ook reeds het geval was, wanneer een tolk tussenkomst verleent tijdens congressen die worden gehouden door beroepsverenigingen en evenmin bij vergaderingen van bestuurders of aandeelhouders van een onderneming (beslissing nr. E.T. 124.252 van 30.05.2013 en beslissing nr. E.T. 124.252/2 van 29.07.2013).

Niettemin genieten de diensten van tolken de toepassing van de vrijstelling voorzien in de bepalingen van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek wanneer uit de omstandigheden waarin zij worden verricht blijkt dat zij, in feite, geheel de aard hebben van een dienst inzake gezinshulp (zie Afdeling 9, titel 3, van dit hoofdstuk).

Zo vallen bijvoorbeeld de tolkdiensten verstrekt door gebarentolken, schrijftolken en orale tolken ten behoeve van doven of slechthorenden, onder de vrijstelling voor (auditieve) gehandicaptenzorg in de zin van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek (zie Afdeling 9, titel 3, van dit hoofdstuk), ongeacht wie de opdrachtgever van de tolk is en in welke omstandigheden deze diensten worden verricht. Het is voor de toepassing van deze btw-vrijstelling evenmin van belang door wie de tolk wordt betaald, door de dove of slechthorende zelf of door een derde betaler. Uiteraard is het noodzakelijk maar ook vanzelfsprekend dat deze tolkdiensten worden verricht ten behoeve van dove personen of slechthorenden.

Gebarentolken, schrijftolken en orale tolken dienen zich voor de btw-vrijstelling van hun tolkdiensten dus niet meer te beroepen op de toepassing van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek en dienen bijgevolg ook niet meer te voldoen aan de in deze wetsbepaling gestelde toepassingsvoorwaarden (zie beslissing nr. E.T. 127.709, van 15.06.2015).

Bijgevolg heeft voornoemde beslissing nr. E.T. 124.252 van 30.05.2013 met ingang van 01.07.2015 geen betrekking meer op de dienstprestaties van gebarentolken, schrijftolken en orale tolken, aangezien dergelijke prestaties beoogd worden door artikel 44, § 2, 2° van het Btw-Wetboek mits voldoening van de in beslissing nr. E.T. 127.709, van 15.06.2015 vermelde toepassingsvoorwaarden.

C. Organisatie van congressen door bepaalde instellingen

Terzake wordt verwezen naar Afdeling 11, titel 3, rubriek B en Afdeling 16, van dit hoofdstuk.

2. Artiesten

Artikel 44, § 2, 8°, tweede deel, van het Btw-Wetboek vormt de omzetting:

• van artikel 371 (en bijlage X, deel 9) van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd en

• in ondergeschikte orde van artikel 132, lid 1, punt n), van de richtlijn 2006/112/EG, waardoor de lidstaten vrijstelling kunnen verlenen voor bepaalde culturele diensten alsmede nauw daarmee samenhangende goederenleveringen, verricht door publiekrechtelijke culturele instellingen of door andere culturele instellingen die door de betrokken lidstaten worden erkend.

Het begrip ‘artiesten’ omvat de acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten voor de uitvoering van toneelwerken, balletten, films, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen.

De diensten van deze personen zijn slechts van de btw vrijgesteld wanneer ze worden verleend aan organisatoren van schouwspelen en concerten, aan uitgevers van grammofoonplaten en van andere klankdragers en aan makers van films en andere beelddragers. Onder maker van films dient de ‘producer’ te worden verstaan, dit is, in algemene zin, degene die op het hoogste vlak instaat voor het tot stand komen van films en de leiding daarbij heeft (beslissing nr. E.T. 24.762 van 08.11.1977).

Slechts de prestaties van uitvoerende artiesten, dit wil zeggen, van personen die daadwerkelijk deelnemen aan de uitvoering van dramatiek, muzikale of choreografische werken of circus- of musicalvoorstellingen, zijn van de belasting vrijgesteld. Onder uitvoerend artiest wordt dus verstaan de acteur, de orkestleider, de muzikant, de zanger, de danser, de figurant, de cabaretier, de variétéartiest, de circusartiest, de presentator en iedere andere persoon die in een rol of een nummer van een toneelwerk, een ballet, een film, een ontspanningsprogramma…, optreedt (zie aanschrijving nr. 13/1997 van 19.11.1997).

Voor de toepassing van deze vrijstelling kunnen echter niet als uitvoerend artiest worden aangemerkt, onder meer: de decorateur, de rekwisiteur, de grimeur, de kapper, de kostuumontwerper, de pruikenmaker, de toneelmachinist, de souffleur, de cameraman, de scriptgirl, de geluidstechnicus, de sonorisator, de filmmonteur, de productieleider, de opnameleider en de medewerkers van die personen. Hetzelfde geldt voor de impresario's en de personen die hun stem verlenen bij de realisatie van reclameboodschappen voor radio en televisie.

Hieronder worden in de rubrieken A, B, C, D, E en F, van deze titel, een aantal specifieke gevallen grondiger besproken:

A. Regisseurs

Wegens hun daadwerkelijke deelneming aan de voorbereiding, de afwerking en de uitvoering van toneelwerken of films, worden regisseurs daarentegen wel als uitvoerend artiest aangemerkt. In dit opzicht wordt als filmregisseur aangemerkt, degene die in opdracht van een filmproducer handelingen verricht die uitsluitend behoren tot de regie, zoals het geven van richtlijnen aan acteurs en de filmtechnische bewerking van het gegeven (beslissing nr. E.T. 24.762 van 08.11.1977). Dit geldt eveneens voor de assistent van de filmregisseur wanneer hij door een rechtstreekse medewerking, in dezelfde hoedanigheid als de filmregisseur actief deelneemt aan het voorbereiden, het uitwerken en het uitvoeren van een cinematografisch werk (beslissing nr. E.T. 11.072 van 14.02.1973).

B. Modeshows

De diensten verleend door mannequins ter gelegenheid van modeshows alsook de prestaties van speakers bij modeshows zijn van de belasting vrijgesteld ingevolge artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek (zie beslissing nr. T. 1.968/2 van 28.10.1970 en beslissing nr. E.T. 4.664 van 17.05.1971).

C. Diskjockey

Evenzo dient een DJ oftewel ‘diskjockey’, die opgenomen muziek programmeert, mixt (ongeacht of de organisator inspraak heeft bij het samenstellen van de playlist), presenteert en ten gehore brengt ter gelegenheid van een dansavond, fuif … en waarbij hij eventueel met korte voordrachten, kwinkslagen …, voor de nodige stemming zorgt, te worden aangemerkt als een uitvoerend artiest voor de toepassing van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, zelfs wanneer hij deze diensten verricht voor een particulier die een privé-dansavond organiseert. De handelingen van de ‘diskjockey’ zijn daarentegen wel belastbaar wanneer hij zelf als organisator van dans- of ontspanningsavonden handelt of wanneer hij er zich toe beperkt materieel te verhuren, zonder dat hij zelf optreedt of deelneemt aan de uitvoering van de muziek (beslissing nr. E.T. 17.124 van 25.01.1974). De levering van een drager zoals bijvoorbeeld een CD of een plaat met opnames van de diskjockey is evenwel steeds aan de belasting onderworpen.

D. Prestaties van een uitvoerend artiest en het verlenen van rechten op het door hem ontworpen idee van schouwspel

Het gebeurt dat een uitvoerend artiest met een organisator van een schouwspel een overeenkomst sluit waarbij eerstgenoemde zich, voor een enige prijs, verbindt prestaties van uitvoerend artiest te verrichten voor een bepaald schouwspel en bovendien rechten te verlenen op het door hem ontworpen idee van dit schouwspel.

In dat geval betwist de administratie de interpretatie van de partijen niet volgens dewelke die overeenkomst in haar geheel moet worden beschouwd als een overeenkomst die het verrichten van prestaties van uitvoerend artiest tot voorwerp heeft (beslissing nr. E.T. 25.031 van 22.01.1977).

E. Diensten van uitvoerende artiesten aan radio- en televisiestations of aan productiemaatschappijen

De diensten verstrekt door uitvoerende artiesten aan radio- en televisiestations of aan productiemaatschappijen genieten de vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, ongeacht of de door de radio- en televisiestations of productiemaatschappijen gerealiseerde programma's waarin de uitvoerende artiesten optreden, voor het publiek toegankelijk zijn.

Overigens worden de realisaties in tal van gevallen vastgelegd en vermenigvuldigd op beeld- en klankdragers zodat de radio- en televisiestations of productiemaatschappijen eveneens kunnen beschouwd worden als uitgevers van grammofoonplaten en van andere klankdragers of als makers van films en van andere beelddragers (beslissing nr. E.T. 106.882 van 28.06.2004).

F. Sociaal bureau voor kunstenaars

Een sociaal bureau voor kunstenaars dat optreedt in de hoedanigheid van uitzendbureau, en aldus als werkgever van uitvoerende artiesten, verricht in principe aan zijn afnemers een dienst inzake de terbeschikkingstelling van personeel in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek die onderworpen is aan het normaal tarief.

De administratie aanvaardt evenwel de interpretatie van de partijen als zou het gaan om een aannemingscontract bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek. Dan is er geen btw verschuldigd wanneer het contract van werkaanneming betrekking heeft op handelingen die bij toepassing van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek van de btw zijn vrijgesteld.

Indien de vrijstelling niet van toepassing is (in casu indien een rechtspersoon zich op de overgangsregeling beroept om zijn prestaties te belasten) kunnen de in rubriek XXIX van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20.07.1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, beoogde diensten evenwel het verlaagde btw-tarief van 6% genieten (schriftelijke vraag nr. 518 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger Veerle Wouters van 16.07.2013).

3. Beroepssportbeoefenaars

Beroepssportbeoefenaars zijn personen die deelnemen aan sportwedstrijden of optreden bij sportfeesten.

De diensten van die personen zijn maar van de btw vrijgesteld bij toepassing van artikel 44, § 2, 8°, derde deel, van het Btw-Wetboek, indien ze worden verstrekt aan organisatoren van sportwedstrijden of sportfeesten.

Zo zijn bijvoorbeeld de diensten verstrekt door een beroepstennisspeler aan de organisatoren van sportwedstrijden of sportfeesten van de btw vrijgesteld (beslissing nr. E.T. 6.822 van 08.07.1971).

Wanneer sportbeoefenaars zich tegenover een belastingplichtige die hun sportkledij, sportartikelen of andere voorwerpen levert, verbinden om, als tegenprestatie voor deze levering, voor die belastingplichtige reclame te maken, moeten die sportbeoefenaars, als belastingplichtige, het verlenen van reclamediensten aan de belasting onderwerpen, behoudens wanneer deze diensten worden verricht door sportbeoefenaars die bedoeld zijn in artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, in welk geval die diensten op grond van deze laatste bepaling van de belasting zijn vrijgesteld. Wanneer op voornoemde sportartikelen onder een of andere vorm de naam, de handelsbenaming of het logo van de betrokken belastingplichtige is aangebracht, gaat de administratie ervan uit dat er vanwege de sportbeoefenaars de (stilzwijgende) verbintenis bestaat om voor voornoemde belastingplichtige reclame te voeren. Om praktische redenen aanvaardt administratie echter dat de niet in artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek bedoelde sportbeoefenaars niet als belastingplichtige worden geregistreerd, wanneer ze zich alleen om reden van het verlenen van de bedoelde reclamediensten zouden moeten identificeren voor btw-doeleinden (beslissing nr. E.T. 23.594 van 26.04.1977 en beslissing nr. E.T. 62.466 van 19.10.1988).

4. Opmerking betreffende titels 1 tot 3 , van deze afdeling

De aandacht wordt er nogmaals op gevestigd dat de in artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek bedoelde diensten niet van btw zijn vrijgesteld wanneer de voordrachtgevers, uitvoerende artiesten en beroepssportbeoefenaars ze niet aan organisatoren maar rechtstreeks aan de toehoorders of toeschouwers verstrekken. In dat geval is de btw dus verschuldigd, tenzij de dienst als zodanig zou vrijgesteld zijn bij toepassing van artikel 44, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek (zie Afdeling 16, van dit hoofdstuk).

[Top]

Aangehaalde teksten

3