Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.127.709 dd. 15.06.2015
Vrijstelling van btw op grond van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek voor tolkdiensten verricht door gebarentolken, schrijftolken en orale tolken ten behoeve van doven of slechthorenden
1. Duiding van de problematiek
Deze beslissing heeft tot doel de nieuwe btw-regeling nader toe te lichten van de diensten verricht door gebarentolken, schrijftolken en orale tolken. Schrijftolken zetten het gesproken woord simultaan om in geschreven tekst. Orale tolken herhalen alles wat er gezegd wordt met een duidelijk mondbeeld en zonder stem.
In zijn antwoord op de vraag om uitleg nr. 5-4112 van 20.11.2013 van mevrouw de senator Helga Stevens betreffende "de btw-plicht voor tolken gebarentaal en schrijftolken" heeft de minister hetzelfde standpunt ingenomen als in de op Fisconetplus raadpleegbare beslissing nr. E.T.93.267 van 25.11.1999.
Eerst en vooral preciseerde de minister dat, als de ten behoeve van doven of slechthorenden verrichte diensten van zelfstandige gebarentolken, schrijftolken of orale tolken, gelet op de omstandigheden waarin ze worden verricht, fundamenteel de aard verkrijgen van diensten voor gezinshulp, zij uit dien hoofde de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek genieten. Hieruit volgde dat deze diensten rechtstreeks voor de doven of slechthorenden moeten worden verricht en aan hen dienen te worden aangerekend.
Hij preciseerde ook dat, als de diensten van zelfstandige gebarentolken, schrijftolken of orale tolken betrekking hebben op de diensten die worden verstrekt door voordrachtgevers aan de organisatoren van voordrachten, zij ook vrijgesteld zijn van btw, ditmaal op grond van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek. Het is volgens de minister dan vereist dat zowel de voordrachtgever als de tolk handelen voor rekening van de organisator van de voordracht die in de regel toegankelijk moet zijn voor een ruim publiek.
De administratie heeft de btw-regeling van zelfstandige gebarentolken, schrijftolken en orale tolken en de draagwijdte van de op hen toepasselijke vrijstelling opnieuw aan een grondig onderzoek onderworpen.
Gebarentolken, schrijftolken en orale tolken verstrekken diensten aan doven of slechthorenden en ook aan derde gebruikers die ten behoeve van doven en slechthorenden een beroep doen op de diensten van gebarentolken, schrijftolken of orale tolken om een goede en vlotte communicatie te bewerkstelligen of te vergemakkelijken.
De diensten die tegen vergoeding door een zelfstandige tolk, werkzaam als natuurlijke persoon of als rechtspersoon, op regelmatige basis worden verricht zijn diensten als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek die in de regel aan de belasting zijn onderworpen.
Gebarentolken, schrijftolken en orale tolken kunnen zich echter beroepen op de vrijstelling voor sociale dienstverlening van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek. Zij dienen zich voor de btw-vrijstelling van hun tolkdiensten niet meer te beroepen op de toepassing van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek.
2. Wetsbepaling
Op grond van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek zijn van de belasting vrijgesteld de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend.
Artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek bevat een niet-limitatieve opsomming van instellingen die de vrijstelling genieten, waaronder de instellingen voor gehandicaptenzorg. Het doel van deze vrijstelling bestaat erin bepaalde in de sociale sector verrichte diensten op het gebied van btw gunstiger te behandelen en ze aldus goedkoper en bijgevolg toegankelijker te maken voor de gebruikers die er recht op hebben.
3. Toepassingsvoorwaarden
De tolkdiensten van gebarentolken, schrijftolken en orale tolken zijn vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek, mits beide toepassingsvoorwaarden van deze wetsbepaling zijn vervuld.
3.1. Bedoelde handelingen (eerste toepassingsvoorwaarde)
De diensten die de gebarentolken, schrijftolken en orale tolken verstrekken kunnen aangemerkt worden als nauw met maatschappelijk werk samenhangende diensten van (auditieve) gehandicaptenzorg die van de btw zijn vrijgesteld op grond van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek.
Deze vrijstelling geldt zowel wanneer deze diensten rechtstreeks aan doven of slechthorenden worden verstrekt als wanneer ze op vraag van derde gebruikers worden verstrekt en tot doel hebben een goede en vlotte communicatie te bewerkstelligen of te vergemakkelijken.
Onder "derde gebruikers" worden personen, organisaties of instanties (1) verstaan die zelf, al dan niet in samenspraak met de doven of slechthorenden, eventueel rekening houdend met de anti-discriminatiewetgeving van 10.05.2007, gebarentolken, schrijftolken of orale tolken om voornoemde redenen willen voorzien bij hun activiteiten (2).
(1) Het gaat om personen, organisaties of instanties zoals bijvoorbeeld een bedrijfsleider of werkgever, een (lokale) overheid, een organisator van een event (cultuurfestival) of congres, een onderwijsinstelling, rechtbanken, politiediensten, een ziekenhuis, een parlementaire instelling, en dergelijke.
(2) Bedoeld worden activiteiten zoals festivals, opendeuractiviteiten, informatievergaderingen, wijkvergaderingen, wijkdebatten, overlegfora, persoonlijke contacten met dove of slechthorende burgers, en dergelijke.
Voor de toepassing van deze vrijstelling is het bovendien van geen belang aan wie deze diensten worden aangerekend of gefactureerd.
Bijgevolg zijn bijvoorbeeld zowel de prestaties van gebarentolken, schrijftolken en orale tolken die dove personen of slechthorenden bijstaan tijdens handelingen in de privésfeer zoals een bezoek aan een notaris of een gesprek met een advocaat, als hun tolkprestaties tijdens officiële gerechtelijke opdrachten (terechtzittingen, openbaar of niet, en gerechtelijke verhoren, achter gesloten deuren of niet) of politionele verhoren, vrijgesteld op grond van voornoemde wetsbepaling.
Ook de prestaties van gebarentolken, schrijftolken en orale tolken tijdens een parlementaire vergadering, bij zittingen van gemeenteraden, congressen van beroepsverenigingen, vergaderingen van bestuurders of aandeelhouders van een onderneming of bij contacten van doven of slechthorenden met de overheid, worden beoogd.
Hetzelfde geldt voor de vergoedingen voor opdrachten die gebarentolken vervullen voor televisiezenders, bijvoorbeeld het al dan niet live tolken van het televisiejournaal, debatprogramma’s, en dergelijke.
3.2. Hoedanigheid van de dienstverrichter (tweede toepassingsvoorwaarde)
Een tweede toepassingsvoorwaarde van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek betreft de hoedanigheid van de dienstverrichter. Het moet gaan om een belastingplichtige die de hoedanigheid heeft van "publiekrechtelijk lichaam of andere organisatie die door de bevoegde overheid als instelling van sociale aard werd erkend".
Het begrip "instelling van sociale aard" mag niet te eng worden uitgelegd. Het woord "organisatie" is in beginsel ruim genoeg om niet alleen rechtspersonen maar ook natuurlijke personen en particuliere entiteiten met winstoogmerk te omvatten.
Volgens de Belgische administratieve praktijk kunnen twee categorieën van "organisaties erkend door de bevoegde overheid" worden onderscheiden. In de gevallen waarin een formele erkenning door de bevoegde federale, regionale of gewestelijke overheid is voorzien, is vereist dat die formele erkenning werd bekomen. Daarnaast, als voornoemde formele erkenning niet is vereist, worden ook als erkende organisaties beschouwd, de instellingen waarvan de diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen worden verricht in overeenstemming met de voor die instellingen geldende reglementering (Beslissing nr. E.T.94.156 van 25.07.2005 raadpleegbaar op Fisconetplus).
Om beschouwd te kunnen worden als erkend door de bevoegde overheid moeten gebarentolken, schrijftolken en orale tolken die werkzaam zijn in leefsfeersituaties, in arbeidssituaties of in een onderwijssetting, een door de bevoegde overheid vereiste, wettelijk erkende opleiding hebben genoten en in het bezit zijn van het officieel diploma.
Als gebarentolken, schrijftolken en orale tolken voldoen aan voornoemde opleidingseisen, worden zij geacht te handelen overeenkomstig de op hen toepasselijke reglementering en dienen zij te worden aangemerkt als een organisatie of (natuurlijke) persoon erkend door de overheid in de zin van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek.
4. Slotbepalingen
De tolkdiensten verstrekt door gebarentolken, schrijftolken en orale tolken vallen onder de vrijstelling voor (auditieve) gehandicaptenzorg in de zin van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek, ongeacht wie de opdrachtgever van de tolk is en in welke omstandigheden deze diensten worden verricht. Het is voor de toepassing van deze btw-vrijstelling evenmin van belang door wie de tolk wordt betaald, door de dove of slechthorende zelf of door een derde betaler. Uiteraard is het noodzakelijk maar ook vanzelfsprekend dat deze tolkdiensten worden verricht ten behoeve van dove personen of slechthorenden.
Gebarentolken, schrijftolken en orale tolken dienen zich voor de btw-vrijstelling van hun tolkdiensten niet meer te beroepen op de toepassing van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek en dienen bijgevolg ook niet meer te voldoen aan de in deze wetsbepaling gestelde toepassingsvoorwaarden.
Het ministerieel antwoord op de vraag om uitleg nr. 5-4112 van 20.11.2013 van mevrouw de senator Helga Stevens betreffende "de btw-plicht voor tolken gebarentaal en schrijftolken" en de gepubliceerde beslissing nr. E.T.93.267 van 25.11.1999 worden ingetrokken en dienen volledig te worden vervangen door de onderhavige beslissing.
De gepubliceerde beslissing nr. E.T.124.252 van 30.05.2013 heeft geen betrekking meer op de dienstprestaties van gebarentolken, schrijftolken en orale tolken.
Deze beslissing dient verplicht toegepast te worden vanaf 01.07.2015.
J. MARCKX
Adviseur-generaal