Syndicus · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.88.549 18 november 1996

Zoeken

Syndicus

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-88-549-syndicus-btw-f584

Nummer
E.T.88.549
Datum
18 november 1996

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.88.549 dd. 18.11.1996

BTW-Revue nr. 129, blz. 603-604, nr. 1032

Syndicus - Verhoudingsgetal.

Ongeacht de bevoegdheid die aan de syndicus door het reglement van medeëigendom wordt toegerekend, heeft de syndicus onder meer tot opdracht het vermogen van de vereniging van medeëigenaars te beheren (z. art. 577-8, § 4, 5°, van het Burgerlijk Wetboek zoals gewijzigd door de wet van 30 juni 1994; B.S., 26 juli 1994; Err., B.S. 20 september 1994) [Z. BTW-Rev. 116/855].

In dit verband heeft het Hof van Justitie (zaak C-306/94) (2) op 11 juli 1996 beslist dat de heffing op financiële opbrengsten, door een onderneming die onroerende goederen beheert, als vergoeding voor beleggingen verricht voor eigen rekening met gelden die haar door de eigenaars of huurders worden betaald (provisie voor te verrichten uitgaven), dient te worden aangemerkt als het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van de belastbare activiteit van bovenbedoelde onderneming en aldus gedane beleggingen mogen vanaf dat moment niet worden aangemerkt als bijkomstige financiële handelingen in de zin van artikel 19, lid 2, van de Zesde Richtlijn (z. art. 13, 2°, van het KB nr. 3, van 10 december 1969).

Indien derhalve een rechtspersoon die als syndicus werd aangesteld en in die hoedanigheid heeft geopteerd om als BTW-plichtige te worden geïdentificeerd (z. aanschr. 13/1995, nr. 4) [Z. BTW-Rev. 116/889] bedoelde financiële opbrengsten verkrijgt in uitvoering van diensten die van de belasting zijn vrijgesteld op grond van artikel 44, § 3, 5° en 7°, van het BTW-wetboek, moeten die financiële opbrengsten worden aangemerkt als tegenprestatie voor verrichtingen die behoren tot een specifieke economische activiteit, zodat de betrokken rechtspersoon de hoedanigheid heeft van belastingplichtige met gedeeltelijk recht op aftrek.

Voor de berekening van het algemeen verhoudingsgetal moeten de financiële opbrengsten worden opgenomen in de noemer van de breuk (z. art. 12 en 13, 2°, van het KB nr. 3).

Hetgeen voorafgaat geldt eveneens ten aanzien van gespecialiseerde vennootschappen die maaltijdcheques uitreiken (z. besluit van 23 juli 1981, nr. E.T. 28.192, nr. 3) [Z. BTW-Rev. 51/625/771].

Het beleggen van de door die vennootschappen geïncasseerde bedragen wegens de verkoop van maaltijdcheques in afwachting van de terugbetaling van de waarde van die cheques aan restauranthouders, heeft, zoals bepaald in het derde lid hierboven, in hoofde van de gespecialiseerde vennootschappen de hoedanigheid van belastingplichtige met gedeeltelijk recht op aftrek van de voorbelasting tot gevolg.

Aangehaalde teksten

5

Administratieve doctrine

5

« … de belastingplichtige moet worden beschouwd. Er zijn echter twee uitzonderingen op dit principe: indien deze financiële verrichtingen het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van de belastbare activiteit van de onderneming vormen (vergelijk beslissing nr. E.T. 88.549 van 18.11.1996 ) indien de belastingplichtige actief betrokken is bij deze geldbeleggingen (actieve aan- en verkoop van fondsen, dagelijkse toezicht op de prijs van de verschillende geldbeleggingen en onmiddellijke interventie indien nodig, enzovoort) en aanzienlijke … »

Recht op aftrek (01.09.2025)Administratieve commentaar15.09.2025

Bekijk de 5 documenten