Artikel 19, Zesde richtlijn 77/388 · Europese wetgeving

Naar de tekst
Juriel

01.01.2007 19 01.01.2006

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 19, Zesde richtlijn 77/388Berekening van het pro rata voor de toepassing van de aftrek

https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-19

Opgeheven op
01.01.2007
Artikel
19
Geconsolideerde versie van
01.01.2006

Over het document

Verzameling
Europese wetgeving
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

7 paragrafen

1. Het pro rata voor de toepassing van de aftrek, als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, is de uitkomst van een breuk, waarvan:

— de teller bestaat uit het totale bedrag van de per jaar berekende omzet, exdusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de handelingen waarvoor overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, recht op aftrek bestaat, en

— de noemer bestaat uit het totale bedrag van de per jaar berekende omzet, exdusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de handelingen die in de teller zijn opgenomen, alsmede die waarvoor geen recht op aftrek bestaat. De Lid-Staten kunnen in de noemer ook het bedrag van subsidies opnemen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 11, A, lid 1, sub a).

Het pro rata wordt op jaarbasis vastgesteld, uitgedrukt in een percentage en op de hogere eenheid afgerond.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt voor de berekening van het pro rata buiten beschouwing gelaten de omzet met betrekking tot de leveringen van investeringsgoederen welke door de belastingplichtige in het kader van zijn onderneming worden gebruikt. Tevens wordt buiten beschouwing gelaten de omzet met betrekking tot de in artikel 13, B, sub d), bedoelde handelingen, wanneer deze bijkomstige handelingen zijn, alsmede tot bij komstige handelingen ter zake van onroerende goederen en bijkomstige financiële handelingen. Indien de Lid-Staten gebruik maken van de in artikel 20, lid 5, geboden mogelijkheid om geen herziening voor investeringsgoederen te eisen, mogen zij de opbrengst van de verkoop van investeringsgoederen opnemen in de berekening van het pro rata voor de toepassing van de aftrek.

3. Het voorlopige pro rata voor een bepaald jaar is gelijk aan het pro rata dat op grond van de handelingen van het voorgaande jaar werd berekend. Indien een dergelijke basis ontbreekt of niet relevant is, wordt het pro rata door de belastingplichtige onder toezicht van de belastingdiensten aan de hand van zijn eigen prognoses voorlopig geraamd. De Lid-Staten kunnen evenwel hun huidige regelingen handhaven.

De aftrek die op grond van het voorlopige pro rata heeft plaatsgevonden wordt herzien nadat voor elk jaar in het daarop volgende jaar het definitieve pro rata is vastgesteld.

Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0

Rechtspraak

67

België

7

Bekijk alle 7

Europese Unie

60

Hof van JustitieC-165/1724.01.2019

Aftrek van de voorbelasting

Hof van JustitieC-378/1514.12.2016

Werkingssfeer

Hof van JustitieC-388/1112.09.2013

Aftrek van voorbelasting

Bekijk alle 60

Administratieve doctrine

9

Bekijk de 76 documenten