Dienst, Voetbalclub, Aftrek, Recht op aftrek, Loges en business-seats · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.63.540 10 juli 1989

Zoeken

Dienst, Voetbalclub, Aftrek, Recht op aftrek, Loges en business-seatsDienst,Voetbalclub,Aftrek,Recht op aftrek,Loges en business-seats,Transfer van een speler,Verkoop van een abonnement,Voetballer,Sportabonnement,Loges,Inkomkaart,Abonnement,Publiciteitskost,Receptiekost,Verschaffen van spijzen en dranken,Bijdrage door ereleden

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-63-540-dienst-voetbalclub-aftrek-recht-loges-31d7

Nummer
E.T.63.540
Datum
10 juli 1989

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

BESLISSING ET63540/2

Beslissing nr. E.T. 63540 dd. 10.07.1989

BTW-Revue, nr. 88, blz. 433

Dienst - Voetbalclub - Aftrek - Recht op aftrek - Loges en business-seats - Transfer van een speler - Verkoop van een abonnement - Voetballer - Sportabonnement - Loges - Inkomkaart - Abonnement - Publiciteitskost - Receptiekost - Verschaffen van spijzen en dranken - Bijdrage door ereleden

Behoudens in de gevallen bepaald in artikel 45, § 3, 3°, a en b, van het BTW-Wetboek sluit die bepaling het recht op aftrek uit van de belasting geheven van kosten van logies, spijzen en dranken als bedoeld in artikel 18, § 1, 10° en 11°, van hetzelfde Wetboek. Overeenkomstig 4° van hetzelfde artikel 45, § 3, geldt de uitsluiting van het recht op aftrek eveneens ten aanzien van kosten van onthaal.

Ten aanzien van het ter beschikking stellen tegen vergoeding door voetbalclubs van business-seats en loges van ondernemingen waarbij ter gelegenheid van voetbalwedstrijden aan de genodigden van laatstgenoemde eveneens spijzen en dranken worden verschaft, is het de vraag in welke mate de van die kosten geheven BTW in hoofde van bedoelde ondernemingen aftrekbaar is.

Gelet op de duidelijke bepaling van bovengenoemd artikel 45, § 3, 3° en 4°, is de BTW geheven van respectievelijk de kosten van spijzen en dranken die onder bovengenoemde omstandigheden worden verstrekt, evenals de BTW geheven van receptiekosten die bij dezelfde gelegenheid worden gemaakt, van alle recht op aftrek uitgesloten.

Daarentegen worden niet als kosten van onthaal bedoeld in bovengenoemd artikel 45, § 3, 4°, maar als publiciteitskosten aangemerkt de door ondernemingen gedane uitgaven met betrekking tot het gebruik van business-seats en loges onder één of andere vorm publiciteit voeren.


Ten aanzien van door verscheidene voetbalclubs voorgelegde problemen inzake de heffing van de BTW, heeft de administratie de hierna volgende standpunten ingenomen.

1. De definitieve of tijdelijke transfers van spelers van de ene voetbalclub naar de andere blijven buiten de toepassingssfeer van de BTW (z. besl. van 16 juni 1971, nr. E.T.4285 (1)). In dit verband heeft de administratie beslist dat :

(1) Z. Revue nr. 4, blz. 468

a) met de inkomsten uit dergelijke handelingen overeenkomstig artikel 13, 2°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW, geen rekening moet worden gehouden voor het vaststellen van, in voorkomend geval, het algemeen verhoudingsgetal;

b) de BTW geheven van de commissielonen aan een makelaar betaald voor zijn tussenkomst bij de transfer van een speler in hoofde van de club die de speler afstaat, niet aftrekbaar is. Anderzijds is de BTW geheven van het commissieloon dat aan een makelaar wordt betaald voor zijn bemiddeling bij de aankoop van een speler door een club in hoofde van laatstgenoemde wel aftrekbaar.

2. De terbeschikkingstelling door een onderneming of een vereniging van een voetbalspeler aan een voetbalclub blijft, gelet op de bijzondere omstandigheden waarin dergelijke terbeschikkingstelling gebeurt (o.m. de regeling inzake sociale zekerheid, e.d.), buiten de werkingssfeer van de BTW. De onderneming of vereniging wiens activiteit uitsluitend bestaat in het stellen van bovengenoemde handelingen heeft derhalve niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

3. Ten aanzien van de verkoop van abonnementen door voetbalclubs is de BTW over de volledige prijs van het abonnement verschuldigd op het tijdstip van de incassering van de prijs of op het tijdstip dat in voorkomend geval een factuur wordt uitgereikt (z. Wetboek, art. 22, §§ 2 en 3).

Het is bijgevolg volledig onwettelijk wanneer de over de abonnementsprijs verschuldigde BTW naar verhouding van de toegangsprijs per wedstrijd slechts wordt opgenomen in de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de wedstrijden effectief plaatsvinden of met betrekking tot de periode waarin de betaling plaatsvond van de taksen aan de Belgische voetbalbond.

4. Wanneer de door ereleden van de clubs betaalde bijdragen de prijs van het afgegeven abonnement overtreft, aanvaardt de administratie dat de BTW enkel verschuldigd is over de waarde van het afgegeven abonnement voor zover dit laatste de normale prijs vermeldt.

5. Wanneer bij een wedstrijd (b.v. in het kader van de Beker van België) de ontvangsten worden verdeeld tussen de beide clubs, dient bij toepassing van de artikelen 13 en 20 van het BTW-Wetboek de thuisspelende club de totale ontvangsten van die wedstrijd op te nemen in haar BTW-aangifte en de ten aanzien van die ontvangsten verschuldigde BTW aan de Schatkist te betalen. De bezoekende club dient op haar beurt aan de thuisspelende club of de club die het thuisvoordeel heeft verkregen een factuur uit te reiken voor haar gedeelte van de ontvangsten en de over die ontvangsten verschuldigde BTW. De door laatstbedoelde club aldus aangerekende en aan de Schatkist te betalen BTW is uiteraard in hoofde van de thuisspelende club die de factuur ontvangt, in voorkomend geval rekening houdend met de bepalingen van artikel 46 van het BTW-Wetboek, aftrekbaar. Evenwel is het onder die omstandigheden ook zo dat de thuisspelende club bij het bepalen van het algemeen verhoudingsgetal rekening houdend met de totale ontvangsten van de wedstrijd.

6. De vergoeding die in voorkomend geval door de ene club aan de andere wordt betaald hetzij voor het spelen van een wedstrijd op een andere datum dan vastgesteld door de Belgische voetbalbond, hetzij, in het kader van de Beker van België, als afkoopsom voor het thuisvoordeel, is niet de prijs voor een dienst bedoeld in artikel 18 van het BTW-Wetboek. Derhalve is deze vergoeding niet aan de BTW ondrworpen. De club die dergelijke vergoeding ontvangt moet het bedrag evenwel opnemen in de noemer van de breuk voor het bepalen van het algemeen verhoudingsgetal.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 182 voorkomens
KB nr. 3 art. 131 voorkomen
WBTW art. 131 voorkomen
WBTW art. 201 voorkomen
WBTW art. 461 voorkomen

Administratieve doctrine

2

« … als publiciteitskosten aangemerkt, de door ondernemingen gedane uitgaven met betrekking tot het gebruik van business-seats en loges voor zover bedoelde ondernemingen door middel van die business-seats en loges onder een of andere vorm publiciteit voeren ( beslissing nr. E.T. 63.540 van 07 en 10.07.1989 ). De in dit opzicht uitgewerkte regels zijn mutatis mutandis van toepassing ten aanzien van andere sportmanifestaties (tennis, volleybal …) en van culturele manifestaties (theater, bioscoop, concerten …) waarvan de organisatie onderworpen is aan de btw. 6. … »

Recht op aftrek (01.12.2022), Hoofdstuk 11Administratieve commentaar01.12.2022

Bekijk de 2 documenten