Vervolgingen en gedingen · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.35.736 19 mei 1981

Zoeken

Vervolgingen en gedingen

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-35-736-vervolgingen-gedingen-btw-85c5

Nummer
E.T.35.736
Datum
19 mei 1981

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

6 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.35.736 dd. 19.05.1981

Vervolgingen en gedingen.

Ingevolge artikel 50, § 1, 1° van het Wetboek en artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 10, van 12 maart 1970, is elke belastingplichtige die van woonplaats verandert, die een administratieve zetel, een bedrijfszetel of een bedrijfsinrichting opricht, verplaatst of afschaft, ertoe gehouden hiervan binnen vijftien dagen aangifte te doen op het controlekantoor van de BTW waaronder hij ressorteert.

Dientengevolge voldoet de administratie aan haar bij de artikelen 1, eerste lid, en 2, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 9 van 12 maart 1970 opgelegde verplichtingen, met betrekking tot de ambtelijke aanslag, door de voorafgaande kennisgeving van ambtelijke aanslag en de kennisgeving van de beslissing waarbij die aanslag wordt opgelegd daar te zenden waar ze gerechtigd is te denken dat de geadresseerde zich bevindt, en met name naar het adres vermeld op de aangifte van aanvang van werkzaamheid nr. 604 A, zolang tenminste haar daaromtrent geen wijzigingen ter kennis werden gebracht. Het is ter zake niet relevant te weten waar de belastingplichtige in de bevolkingsregisters is ingeschreven, daar de procedure van het toezenden van voormelde kennisgevingen niet wordt beheerst door de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek (verg. Brussel, 23 mei 1961, Com. I.B. nr. 208/32; Rec. gén. nr. 21.227, notification par pli judiciaire nr. 17, A, derde lid; Cass. 23 februari 1965, Bulletin der Belastingen nr. 422, blz. 1594).

Wanneer de administratie evenwel kennis heeft van een adres waarop de belastingplichtige in de bevolkingsregisters is ingeschreven, en dit adres verschilt van datgene dat hij heeft medegedeeld aan het controlekantoor waaronder hij ressorteert, kunnen de voorafgaande kennisgeving of de kennisgeving van de beslissing geldig worden gedaan aan eerstbedoeld adres. De datum van die kennisgeving doet in voorkomend geval de termijn bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 9, ingaan, zelfs wanneer de belastingplichtige dit adres in feite reeds heeft verlaten (verg. Brussel, 15 januari 1959, Bulletin der Belastingen nr. 354, blz. 415).

Het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 10, dat aan de BTW-belastingplichtige vennootschappen gelijkaardige verplichtingen voorschrijft, legt hun mutatis mutandis dezelfde regels op, uitgezonderd natuurlijk die betreffende de inschrijving in het bevolkingsregister.

Aangehaalde teksten

3
KB nr. 9 art. 11 voorkomen
KB nr. 9 art. 21 voorkomen
WBTW art. 501 voorkomen