Beslissing Btw nr. E.T.29.256 dd. 10.08.1978
BTW-Revue, nr. 37, blz. 902
Zie ook beslissing nr. E.T.13.943 dd. 04.12.1973.
Omvang van het recht op aftrek - Sociale voordelen.
Ingevolge de nieuwe teksten van de artikelen 12, § 1, 3° , en 19, § 2, 2° van het BTW-Wetboek, die in dat wetboek moesten worden opgenomen ter uitvoering van de zesde BTW-richtlijn van 17 mei 1977, dient, ten aanzien van de aftrek van de BTW geheven van sociale voordelen thans volgend onderscheid te worden gemaakt.
Voor de sociale voordelen met een collectief karakter in het belang van alle personeelsleden, is de BTW die werd geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt om die voordelen kosteloos te verstrekken, volgens de gewone regels aftrekbaar, dit is met inachtneming van, in het bijzonder, artikel 45, § 3 van het Wetboek.
Tot die categorie van sociale voordelen behoren onder meer: het inrichten en instandhouden van een clubhuis, sanitaire installaties, een kinderbewaarplaats, een medische of farmaceutische dienst bestemd voor het verstrekken van medische hulp bij arbeidsongevallen, een sportterrein, de aankoop en het onderhoud van sportuitrustingen, materialen en benodigdheden die door het personeel voor het beoefenen van sport worden gebruikt en niet hun eigendom worden, het gratis uitreiken van soep of dranken (koffie, thee, melk, bier, enz.) aan de leden van het personeel, het gratis vervoer van arbeiders per autocar van de plaats waar ze wonen of van een nabijgelegen plaats naar het bedrijf en omgekeerd, goederen en diensten die bestemd zijn voor collectieve doeleinden op een receptie of een feest ter gelegenheid van een benoeming, een bekroning van arbeidslaureaten, een Sinterklaasfeest, en dergelijke.
Wanneer het echter gaat om sociale voordelen met een privatief karakter, zoals onder meer het overhandigen van geschenken of eretekens aan personeelsleden of aan leden van hun gezin naar aanleiding van een bepaalde gelegenheid, in het bijzonder op een hierboven bedoelde receptie of feest, is de BTW die werd geheven van de goederen en diensten die hiervoor worden gebruikt niet aftrekbaar als hun bestemming vooraf bekend is. In de gevallen echter waarin het onmogelijk is met zekerheid de bestemming te voorzien of deze voor elk voorwerp afzonderlijk te bepalen, of nog de omvang ervan juist vast te stellen, is de aftrek van de belasting toegestaan doch is de latere onttrekking aan de BTW onderworpen, zoals bepaald in de artikelen 12,§ 1, 3° , en 19, § 2, 2° van het BTW-Wetboek.
Uiteraard is, telkens wanneer de verstrekking van een collectief of een privatief voordeel aan een personeelslid voor de heffing van de inkomstenbelasting als een voordeel in natura wordt aangemerkt, het bedrag van dat voordeel aan de BTW onderworpen, volgens de aard ervan, als die verstrekking een levering of een dienst is in de zin van het BTW-Wetboek. De te belasten waarde omvat eventueel de prijs die het personeelslid dient te betalen.
Voor het bepalen van de maatstaf van heffing dient evenwel een onderscheid te worden gemaakt naargelang de rechthebbende van het voordeel in natura al dan niet de last van de BTW draagt. Wanneer de werkgever de BTW niet in rekening brengt aan de rechthebbende, neemt de Administratie der Directe Belastingen het bedrag van deze BTW in aanmerking om het voor de inkomstenbelasting belastbare bedrag vast te stellen. Het bedrag van het voordeel is dan inclusief BTW bepaald. Voor het berekenen van de maatstaf van heffing voor de BTW, dient deze BTW dan te worden afgetrokken van het bedrag dat voor de heffing van de inkomstenbelasting in aanmerking wordt genomen.
Wordt de BTW echter ten laste gelegd van de rechthebbende, dan wordt voor de heffing van de inkomstenbelasting, het bedrag van het voordeel bepaald exclusief BTW, zodat het dit bedrag is dat de maatstaf van heffing voor de BTW vormt (z. besl. van 4 december 1973, nr. E.T.13.943) Z. Revue nr. 17, blz. 336, nr. 484, art. 12, § 1, 3, a, B.T.W.-Wetboek. .
In beide in voorgaand lid bedoelde gevallen, wordt de eventueel door het personeelslid bij te betalen som geacht een bedrag te zijn inclusief BTW, en mag de werkgever de BTW die werd geheven van de goederen en diensten die hij gebruikt heeft om die voordelen aan zijn personeel te verschaffen, overeenkomstig de gewone regels in aftrek brengen.