BESLISSING ET13943
Beslissing nr. E.T. 13943 dd. 04.12.1973.
BTW-Revue, nr. 17, blz. 336
Zie ook beslissing nr. E.T. 29.256 dd. 10.08.1978.
Minimummaatstaf van heffing - Voordelen in natura.
De voordelen in natura, die een onderneming aan personeelsleden toekent zijn aan de belasting onderworpen, wanneer die waarde door de Administratie der Directe Belastingen in aanmerking wordt genomen voor de heffing van de inkomstenbelasting in hoofde van de rechthebbende van die voordelen.
De maatstaf van heffing van de belasting verschilt naargelang de rechthebbende van de voordelen al of niet de last van die belasting draagt.
Wanneer de onderneming de BTW niet in rekening brengt aan de rechthebbende van de voordelen in natura, wat trouwens over het algemeen het geval is, wordt door de Administratie der Directe Belastingen het bedrag van deze BTW in aanmerking genomen om het voor de inkomstenbelasting belastbare bedrag vast te stellen. In die toestand worden de aldus vastgestelde voordelen bepaald inclusief BTW en dient, voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de BTW, deze belasting te worden afgetrokken van het bedrag dat voor de heffing van de inkomstenbelastingen in aanmerking wordt genomen.
In de uitzonderlijke gevallen waarin de onderneming de op de voordelen in natura betrekking hebbende BTW ten laste legt van de rechthebbende, wordt het voor de heffing van de inkomstenbelasting in aanmerking genomen bedrag van de voordelen bepaald exclusief BTW, zodat het dit bedrag is dat de maatstaf van heffing voor de BTW vormt.