BESLISSING ET16214/74
Beslissing nr. E.T. 16214 dd. 16.01.1974.
BTW-Revue, nr. 16, blz. 266
Ingetrokken door beslissing nr. E.T. 16.214 dd. 03.08.1977.
Zie ook beslissing nr. E.T. 15.697 dd. 12.07.1974.
Zie ook beslissing nr. E.T. 16.163 dd. 12.07.1974.
Goederen - Met leveringen gelijkgestelde handelingen - Aanschaf van onderdelen.
Ervan uitgaande dat op het tijdstip van aanschaffing van materialen, onderdelen en reserve-onderdelen niet steeds kan worden bepaald of ze zullen worden gebruikt voor de totstandkoming, het verbeteren of het omvormen van een bedrijfsmiddel, dan wel voor het herstellen of onderhouden ervan, neemt de administratie aan dat de BTW, voldaan bij de aanschaffing van deze materialen en onderdelen, onmiddellijk en zonder rekening te houden met de beperking van artikel 100 van het Wetboek, in aftrek mag worden gebracht (aanschr. 103/1970, § 26; BTW-Handleiding, nr. 358).
Worden deze materialen en onderdelen later gebruikt voor het herstellen of onderhouden van een bedrijfsmiddel, dan heeft dat gebruik normaal geen verschuldigdheid van BTW tot gevolg.
Maar het gebruik ervan voor de totstandkoming, het verbeteren of het omvormen van een bedrijfsmiddel, heeft de verschuldigdheid van BTW tot gevolg. De volgende toestanden kunnen zich dan voordoen.
1. Wanneer de verkrijger zelf, of met behulp van zijn werklieden, een bedrijfsmiddel bouwt, verbetert of omvormt, dan gebruikt hij die materialen en onderdelen voor het verrichten van een handeling die overeenkomstig de artikelen 12, § 1, 4° , of 19, 2° , van het Wetboek aan de BTW onderworpen is. In dat geval worden de materialen en onderdelen dus niet als zodanig belast, maar wordt de waarde ervan nochtans aan de BTW onderworpen, aangezien ze begrepen is in de maatstaf van heffing van de belasting die voor de bedoelde handeling is verschuldigd (aanschr. 103/1970, § 28, 4° en 5° ; BTW-Handleiding, nr. 360, 4° en 5° ).
2. Wanneer de verkrijger die materialen en onderdelen ter beschikking stelt van een derde, die hij met het bouwen, verbeteren of omvormen van een bedrijfsmiddel heeft belast, is artikel 12, § 1, 4° , van het Wetboek van toepassing wegens het gebruik zelf van die goederen voor het bouwen, het verbeteren, of het omvormen van het bedrijfsmiddel. In de praktijk mag worden aangenomen dat de bij de bepaling bedoelde ingebruikneming dan plaatsvindt zodra de materialen en onderdelen worden verwerkt in een roerend of onroerend bedrijfsmiddel. De BTW die dan verschuldigd is over de normale waarde van die goederen is aftrekbaar volgens de gewone regelen, meer bepaald onder voorbehoud van de beperking volgens het percentage dat, overeenkomstig artikel 100 van het Wetboek, geldt op het tijdstip van die ingebruikneming.
In dat laatste geval is genoemd artikel 100 overigens eveneens van toepassing op de handeling verricht door de derde, en wel naarmate zich in dat verband een belastbaar feit voordoet als bedoeld in de artikelen 17, § 1, of 22 van het Wetboek.