BESLISSING ET16214
Beslissing nr. E.T. 16214 dd. 03.08.1977.
BTW-Revue, nr. 32, blz. 497
Zie ook beslissing nr. E.T. 16.214 dd. 16.01.1974
Aftrek van voorbelasting - Omvang van het recht op aftrek
De belastingplichtigen bedoeld in artikel 8, §§ 2 en 3, van het Wetboek kunnen overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 14, van 3 juni 1970, slechts de belasting in aftrek brengen geheven van de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van het vervreemde gebouw of die betrekking hebben op de verkrijging van dat gebouw.
Ingevolge artikel 45, § 1, van het Wetboek mag iedere belastingplichtige evenwel van de belasting die hij verschuldigd is ter zake van de door hem verrichte leveringen en diensten de belasting aftrekken die geheven werd van de hem geleverde goederen en verleende diensten en van de door hem ingevoerde goederen voor zover hij die goederen en diensten onder meer gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting.
Rekening houdend met de tekst van artikel 45, § 1, is het aangewezen aan de in artikel 8, §§ 2 en 3, van het Wetboek bedoelde belastingplichtigen niet alleen het recht op aftrek te verlenen van de belasting geheven van het vervreemde gebouw, maar ook van de belasting geheven van de diensten (commissielonen, reclame, enz.) die met het oog op de belastbare overdracht werden gebruikt.
Daarentegen is de belasting geheven van de algemene onkosten van deze belastingplichtigen in geen geval aftrekbaar.
Wanneer de door een belastingplichtige bedoeld in artikel 8, §§ 2 en 3, van het Wetboek verrichte overdracht zowel betrekking heeft op een gebouw als op de grond waarop dit gebouw is opgericht, de belasting geheven van de diensten (commissielonen, reclame, enz.) die met het oog op de overdracht werden gebruikt, slechts aftrekbaar is voor het gedeelte dat verband houdt met de prijs van het gebouw (met uitsluiting van de grond). Verder mag de hierboven bedoelde belastingplichtige de belasting geheven van de diensten (commissielonen, reclame, enz.) m.b.t. de verhuur van het gebouw niet in aftrek brengen.
De beslissing van 10 april 1973, nr. E.T. 14.637, (BTW-Revue nr. 13, blz. 419, nr. 417), is ingetrokken.