Regels inzake opeisbaarheid van de btw voor dienstprestaties en goederenleveringen verricht · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.124.433 17 april 2014

Zoeken

Regels inzake opeisbaarheid van de btw voor dienstprestaties en goederenleveringen verricht

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-124-433-regels-opeisbaarheid-btw-dienstprestaties-goederenleveringen-ea35

Nummer
E.T.124.433
Datum
17 april 2014

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst btw

Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing Btw nr. E.T.124.433 dd. 17.04.2014

Opeisbaarheid

B2G

Regels inzake opeisbaarheid van de btw voor dienstprestaties en goederenleveringen verricht voor de overheid (B2G)

Sinds 1 januari 2013 vindt voor leveringen van goederen het belastbaar feit plaats en wordt de btw opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed wordt verricht, dit is in het algemeen het tijdstip waarop het goed ter beschikking wordt gesteld van de verkrijger of overnemer (artikel 16, § 1, van het Btw-Wetboek). Er bestaan talrijke afwijkingen op deze regel en bovendien mag zeker niet uit het oog verloren worden dat, wanneer de prijs of een deel ervan wordt ontvangen vóór het tijdstip waarop de levering wordt verricht, de btw opeisbaar wordt op het tijdstip van de ontvangst ten belope van het ontvangen bedrag (zie artikel 17 van het Btw-Wetboek).

Voor diensten vindt op grond van artikel 22, § 1, van het Btw-Wetboek het belastbaar feit plaats en wordt de btw opeisbaar op het tijdstip waarop de dienst wordt verricht. Ook op deze algemene regel bestaan er afwijkingen die worden bepaald in artikel 22, § 2, van het Btw-Wetboek, en, net zoals voor de goederenleveringen, wordt de btw opeisbaar op het tijdstip van de ontvangst tot beloop van het ontvangen bedrag als de prijs of een deel ervan wordt ontvangen vóór het tijdstip waarop de dienst wordt verricht (zie artikel 22bis van het Btw-Wetboek).

Deze regels hebben het voorwerp uitgemaakt van een uitvoerige toelichting in de circulaire AFZ nr. 02/2013 (AFZ/2011-0272) van 23 januari 2013 (zie randnummers 71 en volgende).

De concrete uitwerking van deze regels geeft niettemin in de praktijk aanleiding tot talrijke toepassingsproblemen en de administratie heeft bijgevolg voorzien in een overgangsregeling omschreven in de beslissingen nr. E.T.123.563 van 19 december 2012 en nr. E.T.124.705 van 22 november 2013.

Tijdens besprekingen die de administratie heeft gevoerd met verschillende stakeholders is het noodzakelijk gebleken om het tijdstip van opeisbaarheid van de btw te preciseren als goederenleveringen of dienstverrichtingen worden verricht voor de overheid.

Om misverstanden te vermijden en gelet op de toegeving die de administratie al heeft gedaan voor bepaalde dienstprestaties (zie meer bepaald de randnummers 69 en volgende van de circulaire AAFisc nr. 47/2013 (E.T.124.411) van 20 november 2013), heeft zij beslist om onder bepaalde voorwaarden en uitsluitend in het bijzondere kader waarbinnen handelingen worden verricht voor de overheid (B2G), het belastbaar feit zoals beoogd door voornoemde artikelen 16, § 1 en 22, § 1 te bepalen op het tijdstip waarop de bevoegde overheid het door de leverancier of dienstverrichter gefactureerde bedrag goedkeurt.

Om aanspraak te kunnen maken op deze tolerantie moet de afnemer van de dienst of de verkrijger van het goed een publiekrechtelijk lichaam zijn in de zin van artikel 6 (eerste, tweede of derde lid) van het Btw-Wetboek. Bovendien mag de overheid in geen geval krachtens geen enkele bepaling van het Btw-Wetboek de schuldenaar van de btw zijn voor die handeling.

Om precies het tijdstip te bepalen waarop de bevoegde overheid haar goedkeuring verleent, wordt geëist dat zij haar leverancier of dienstverrichter daartoe een geschrift doet toekomen (uitgereikt op papier of op elektronische wijze) met vermelding van de datum van de goedkeuring en het goedgekeurde bedrag. Beide partijen moeten er zich ook schriftelijk toe verbonden hebben een beroep te doen op deze tolerantie vooraleer de handeling wordt uitgevoerd. Als één van deze beide documenten niet ter beschikking is, dient toepassing gemaakt te worden van de gewone regels inzake opeisbaarheid van de btw.

Er wordt tenslotte benadrukt dat deze tolerantie slechts van toepassing kan zijn in het kader van de artikelen 16, § 1, en 22, § 1, van het Btw-Wetboek. Met andere woorden en bij wijze van voorbeeld: in geval van leveringen van goederen of diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen (artikelen 16, § 2, en 22, § 2, van het Btw-Wetboek) of als de prijs wordt ontvangen vóór het tijdstip waarop de goederenlevering of de dienst wordt verricht (artikelen 17, § 1, en 22bis, van het Btw-Wetboek), dan wordt de belasting opeisbaar ten belope van het ontvangen bedrag en volgens deze bepalingen.

De beslissing nr. E.T.111.392 van 13 september 2006 wordt ingetrokken. De BTW-Handleiding zal in die zin worden aangepast.

J. Marckx

Adviseur-generaal

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 224 voorkomens
WBTW art. 163 voorkomens
WBTW art. 172 voorkomens
WBTW art. 22bis2 voorkomens

Administratieve doctrine

4

« … en artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1, voornoemd (beslissing nr. E.T.122.360 van 20.03.2012). Aangezien de gemeente de schuldenaar van de belasting is, speelt de tolerantie inzake de goedkeuring van de gevorderde bedragen zoals voorzien in de beslissing nr. E.T.124.433 van 17.04.2014 geen rol. Deze tolerantie is vervallen op 01.01.2016. De werken zijn beëindigd op 10.12.2018. De factuur wordt uitgereikt op 03.01.2019. De betaling vindt plaats op 15.04.2019. Zelfs indien rekening wordt gehouden met de tolerantie die voorziet dat de … »

Circulaire 2019/C/65 inzake de opeisbaarheid van btwOmzendbrief09.07.2019

Bekijk de 4 documenten