Voldoening van de belasting, paiement de l'impôt · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.111.392 13 september 2006

Zoeken

Voldoening van de belasting, paiement de l'impôt

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-111-392-voldoening-belasting-btw-paiement-impot-e3fa

Nummer
E.T.111.392
Datum
13 september 2006

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.111.392 dd. 13.09.2006

[deze beslissing werd ingetrokken door de beslissing E.T.124.433, dd. 17.04.2014]

Voldoening van de belasting - Tijdstip van opeisbaarheid - Werkin onroerende staat - Diensten verricht voor rekening vanoverheidslichamen

Overeenkomstig artikel 22 van hetBTW-Wetboek wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop dedienst is voltooid. Wordt de prijs of een deel ervan vóór dattijdstip gefactureerd of ontvangen, dan wordt de belasting evenwelover het gefactureerde of ontvangen bedrag opeisbaar.

Tot 1 januari 2004 werd in artikel 22van het BTW-Wetboek bepaald dat de belasting of het desbetreffendegedeelte daarvan eveneens opeisbaar werd op het tijdstip waarop deprijs of een deel ervan volgens het contract moest worden voldaan,wanneer dit tijdstip voorafgaat aan het tijdstip van voltooiing vande dienst, het tijdstip van uitreiken van de factuur of hettijdstip van de incassering.

In verband met werk in onroerendestaat verricht voor rekening van overheidslichamen werd in deaanschrijving nr. 90/1971 het standpunt ingenomen dat het tijdstipwaarop de BTW verschuldigd wordt samenvalt met het tijdstip waarophet overheidslichaam de aannemer schriftelijk in kennis stelt vande staat van de werken die voor betaling zijn aanvaard.

Vanaf 1 januari 2004 maakt decontractuele vervaldag geen oorzaak meer uit van opeisbaarheid vande BTW. Hieruit volgt dat de goedkeuring van de staat der werkendoor een overheidslichaam de belasting niet langer opeisbaar maakt.Terzake gelden voortaan de gewone regels van artikel 22 van hetBTW-Wetboek.

Rekening houdend met hetgeenvoorafgaat wordt de BTW in de regel opeisbaar op het tijdstip vanvoltooiing van de dienst, dit is het tijdstip van de voorlopigeoplevering. Dit wil zeggen vanaf het tijdstip dat de werkengebruiksklaar zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden opgericht.De BTW is dan ook op dat tijdstip verschuldigd over het saldo vande prijs zonder aftrek van het bedrag dat eventueel als waarborgwordt ingehouden tot bij de definitieve oplevering.

De aanschrijving nr. 90 van 25 mei1971 en de beslissingen van 16 september 1971, nr. E.T.8.399 envan 15 maart 1977, nr. E.T. 18.238 worden ingetrokken. De nummers72 en 430 van de handleiding evenals nummer 22/158 van deBTW-Commentaar dienen eveneens in die zin te wordenaangepast.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 221 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … of als de prijs wordt ontvangen vóór het tijdstip waarop de goederenlevering of de dienst wordt verricht (artikelen 17, § 1, en 22bis, van het Btw-Wetboek), dan wordt de belasting opeisbaar ten belope van het ontvangen bedrag en volgens deze bepalingen. De beslissing nr. E.T.111.392 van 13 september 2006 wordt ingetrokken. De BTW-Handleiding zal in die zin worden aangepast. J. Marckx Adviseur-generaal »

Regels inzake opeisbaarheid van de btw voor dienstprestaties en goederenleveringen verrichtAdministratieve beslissing17.04.2014

Bekijk het document