Hof van Cassatie, arrest van 11 oktober 2002 · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.108.759 26 januari 2005

Zoeken

Hof van Cassatie, arrest van 11 oktober 2002

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-108-759-hof-cassatie-arrest-oktober-btw-abd4

Nummer
E.T.108.759
Datum
26 januari 2005

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.108.759 dd. 26.01.2005

Hof van Cassatie, arrest van 11 oktober 2002 - Overdracht van de naakte eigendom van een onroerend goed gebruikt als investeringsgoed door een belastingplichtige die zich het vruchtgebruik voorbehoudt - Gevolgen op het stuk van de BTW

1. Draagwijdte van het arrest van het Hof van Cassatie. Toepassing op de overige zakelijke rechten.

Volgens het arrest van het Hof van Cassatie van 11 oktober 2002 (Stevens Koeltechniek SA t/ Belgische Staat) geeft de overdracht van de naakte eigendom van een onroerend goed gebruikt als investeringsgoed geen aanleiding tot een herziening in de zin van artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 van de oorspronkelijk afgetrokken BTW, voor zover de vruchtgebruiker het investeringsgoed verder blijft gebruiken voor het verrichten van belastbare handelingen.

De administratie heeft middels haar beslissing nr. E.T. 105.984 van 18 oktober 2004 meegedeeld dat ze zich heeft geschikt naar dat arrest.

Hoewel de zaak die aan het oordeel van het Hof van Cassatie werd onderworpen een vruchtgebruik betrof, dient de argumentatie van het Hof, mutatis mutandis, te worden toegepast op analoge gevallen die betrekking hebben op andere zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het BTW-Wetboek (erfpacht, opstal of gebruik) die aan hun rechthebbenden een bevoegdheid verschaffen om de onroerende goederen te gebruiken.

2. Vestiging van een zakelijk recht op een gebouw in het kader van de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling

Opdat de artikelen 11 en 18, § 3, van het BTW-Wetboek van toepassing zouden zijn bij de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, is inzonderheid vereist dat deze overdracht alle elementen omvat (roerende en onroerende, lichamelijke en onlichamelijke) die het gehele patrimonium van de overdragende rechtspersoon vormen of, indien de overdrager een natuurlijk persoon is, alle elementen die deel uitmaken van zijn handelsfonds (cliëntèle, goederen, roerende zaken, materieel, merken, brevetten, enz.)

Indien de exploitatie een gebouw omvat waarvan de overdrager eigenaar is, dan moet dit gebouw dus, in principe, deel uitmaken van de overdracht. Er wordt aan herinnerd dat de administratie in twee gevallen de toepassing van voornoemde bepalingen aanvaardt, zelfs indien het gebouw niet wordt overgedragen:

· in het geval van overdracht van een handelsfonds door een natuurlijk persoon;

· in het geval van overdracht van een bedrijfsafdeling door een rechtspersoon, wanneer de overdrager dat gebouw verder zal bestemmen voor de bedrijfsafdeling die hij zal behouden en die er eveneens reeds in werd geëxploiteerd.

Rekening houdend met de argumenten van het Hof van Cassatie aanvaardt de administratie dat in het kader van de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, het vestigen van een zakelijk recht met betrekking tot een gebouw, dat deel uitmaakt van het patrimonium van de onderneming van de overdragende belastingplichtige of van zijn handelsfonds, ten gunste van de overnemer, geen beletsel is voor de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek.

Hieruit volgt dat geen enkele herziening van de aftrek van de belasting die betrekking heeft op dat gebouw moet worden verricht in hoofde van de overdragende belastingplichtige, er mee rekening houdend echter dat het aan de overnemer, gelet op het vermoeden vervat in artikel 11 van het BTW-Wetboek, toekomt de vereiste herziening te verrichten indien zich, tijdens de periode bepaald in artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969, een van de oorzaken van de herziening voorzien in artikel 10 van hetzelfde besluit zou voordoen. Dit is inzonderheid het geval indien het zakelijk recht zou verstrijken voor het einde van voornoemde periode.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 113 voorkomens
KB nr. 3 art. 102 voorkomens
WBTW art. 182 voorkomens
KB nr. 3 art. 91 voorkomen
WBTW art. 91 voorkomen

Administratieve doctrine

4

« … van goederen of van een bedrijfsafdeling bedoeld in de artikelen 11 en 18, § 3, van het Btw-Wetboek, een zakelijk recht vestigt ten voordele van de overnemer is er evenmin reden om de aftrek van de belasting die op dat gebouw betrekking heeft te herzien (zie beslissing nr. E.T. 108.759 van 26.01.2005 ). In voorkomend geval, dient de overnemer de aftrek evenwel te herzien als één van de oorzaken voorzien in artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 3, voornoemd, zich gedurende de herzieningsperiode zou voordoen (zie rubriek F, hierna). Wanneer, in het … »

Artikelen 11 en 18, § 3 van het Btw-Wetboek (01.02.2026)Administratieve commentaar01.02.2026

Bekijk de 4 documenten