Beslissing Btw nr. E.T.101.848 dd. 13.02.2002
Overdracht van gestandaardiseerde software
Volgens het antwoord van de heer Minister van Financiën op de parlementaire vraag nr. 71 van de heer senator Blanpain van 28 april 1988 (zie BTW-Revue nr. 83, blz. 478-481) wordt gestandaardiseerde software, die vooraf opgenomen gegevens bevat en als dusdanig wordt gecommercialiseerd, aangemerkt als een goed voor de toepassing van het BTW-Wetboek (in tegenstelling tot software voor specifiek gebruik die is ontworpen of aangepast ter uitvoering van een intellectueel werk dat wordt verricht om te voldoen aan de specifieke noden van een onderneming of organisatie en volgens door haar verstrekte gegevens).
De verkoop of overdracht van zulke software diende bijgevolg te worden aangemerkt als een levering van goederen in de zin van artikel 10, § 1, van het BTW-Wetboek.
Volgens het antwoord van de heer Minister van Financiën op de parlementaire vraag nr. 186 van de heer volksvertegenwoordiger Michel van 7 december 1995 (zie BTW-Revue nr. 120, blz. 355-356) wordt de overdracht van gestandaardiseerde software via internet (bij wijze van downloaden) trouwens, bij ontstentenis van een materiële drager, aangemerkt niet als een levering van goederen maar als een dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek.
Aangezien het aantal overgedragen standaardsoftwarepakketten in veel gevallen niet overeenstemt met het aantal materiële dragers dat wordt verstrekt, heeft de administratie de problematiek volledig opnieuw onderzocht.
Er werd zodoende beslist dat de overdracht van gestandaardiseerde software op een materiële drager (diskette, cd-rom, …) die gepaard gaat met de gebruikelijke licentie die kopiëring en verspreiding verbiedt en die slechts de installatie op een aantal werkposten toelaat dat overeenstemt met het aantal materiële dragers dat werd verstrekt, steeds een levering van goederen in de zin van artikel 10, § 1, van het BTW-Wetboek is.
Wanneer daarentegen een contract het verlenen van licenties inzake gestandaardiseerde software tot voorwerp heeft derwijze dat de vennootschap die de rechten op de software bezit, aan haar klant slechts één exemplaar van de materiële drager verstrekt en aan die klant de toestemming geeft de software te installeren op verschillende werkposten, wordt de prestatie in zijn geheel aangemerkt als een dienst in de zin van artikel 18, § 1, eerste lid en tweede lid, 7°, van het BTW-Wetboek, waarvan de plaats wordt bepaald overeenkomstig artikel 21, §§ 2 en 3, 7°, a), van dat Wetboek.
Hetzelfde geldt ook wanneer, overeenkomstig de specifieke noden van de onderneming van de klant, niet één maar enkele exemplaren van de materiële drager worden verstrekt (b.v. één materiële drager per dienst of per verdieping), voor zover natuurlijk het aantal materiële dragers dat aan de klant wordt verstrekt, miniem is in vergelijking met het aantal licenties dat verleend wordt.
Bijkomende licenties die betrekking hebben op de initieel ter beschikking gestelde software en die achteraf worden verleend aan betreffende klant, zonder dat de genoemde vennootschap nieuwe materiële dragers verstrekt, zijn a fortiori diensten als bedoeld in voormeld artikel 18.
Het feit dat de prestatie die initieel werd verstrekt, een dienst is overeenkomstig het zesde lid hiervoor, sluit daarentegen niet uit dat men later kan te maken hebben met een levering van goederen wanneer de terbeschikkingstelling van materiële dragers met betrekking tot dezelfde software tussen dezelfde partijen gepaard gaat met het verlenen van de gebruikelijke beperkte licenties in de zin van het vijfde lid hiervoor (d.w.z. één materiële drager voor één werkpost).