Koninklijk besluit nr. 7, artikel 40 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 7 05.12.2019 - 02.01.2025 § 1, werd gewijzigd KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 7, artikel 40Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-40-edc3/versie-2019-12-05

Artikel
AR 7
Periode
05.12.2019 - 02.01.2025
Wijziging
§ 1, werd gewijzigd
Bron
KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019

Wat op die datum veranderde

1 gewijzigde passage op 4 15 ingevoegde woorden 15 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.04.1994

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 7, artikel 40, § 1, werd gewijzigd met ingang van 05.12.2019 (Art. 6, KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg. 108072

Naar de tekst van deze versie

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 05.12.2019 tot 02.01.2025

§ 1

Gehele vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de wederinvoer van goederen die werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap en waarvoor inzake invoerrecht een regeling van gehele vrijstelling bij wederinvoer is ingesteld bij geschrapte tekst: de artikelen 185 en 186 einde van de schrapping. ingevoegde tekst: artikel 259 einde van de invoeging. van de Verordening geschrapte tekst: (EEG) einde van de schrapping. ingevoegde tekst: (EU) einde van de invoeging. nr. geschrapte tekst: 2913/92 einde van de schrapping. ingevoegde tekst: 952/2013 van het Europees Parlement en einde van de invoeging. van de Raad van geschrapte tekst: de Europese Gemeenschappen van 12 einde van de schrapping. ingevoegde tekst: 9 einde van de invoeging. oktober geschrapte tekst: 1992 einde van de schrapping. ingevoegde tekst: 2013 einde van de invoeging. tot vaststelling van het geschrapte tekst: communautair douanewetboek. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: douanewetboek van de Unie. einde van de invoeging.

§ 2

lid 1De vrijstelling wordt verleend met inachtneming van de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn gesteld door de bepalingen tot regeling van de vrijstelling inzake het invoerrecht, ook al gaat het om goederen die wegens hun aard of hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrecht onderworpen zijn.

lid 2De wederingevoerde goederen moeten eigendom gebleven zijn van degene die er eigenaar van was bij de uitvoer. Ze moeten bovendien zijn onderworpen geweest aan de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat en uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing of teruggave van de belasting over de toegevoegde waarde.

§ 3

Door of vanwege de Minister van Financiën worden de modaliteiten en de formaliteiten bepaald voor de toepassing van de in dit artikel bedoelde vrijstelling.

Opeenvolgende versies

4 versies eerste op 01.01.1993
Van krachtWijzigingBron
03.01.2025van kracht§ 1, werd gewijzigdKB 15.12.2024, B.S. 24.12.2024
05.12.2019getoond§ 1, werd gewijzigdKB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019
01.04.1994§ 1, werd gewijzigdKB 20.06.1994
01.01.1993het artikel werd ingevoerdKB 29.12.1992