Koninklijk besluit nr. 4, artikel 8^1 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 4 01.02.2025 - 09.01.2026 het artikel werd vervangen KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 4, artikel 8^1Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2025-02-01

Artikel
AR 4
Periode
01.02.2025 - 09.01.2026
Wijziging
het artikel werd vervangen
Bron
KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024

Wat op die datum veranderde

45 gewijzigde passages op 21 1288 ingevoegde woorden 2159 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.04.2023

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 4, artikel 8/1, werd vervangen (Art. 9, KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024, pg. 123175, Numac: 2024009309) met ingang van 01.02.2025 (Art. 22, tweede lid, KB 29.09.2024

Op die datum geschrapt

KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 1°geschrapte tekst: het bedrag verschuldigd door de Staat na het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar, wanneer het 50 euro bereikt; einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 2°geschrapte tekst: het bedrag verschuldigd door de Staat na het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot elk van de eerste drie kalenderkwartalen of de laatste maand van elk van die kwartalen, wanneer het 400 euro bereikt respectievelijk voor belastingplichtigen die driemaandelijks en zij die maandelijks aangifte doen, overeenkomstig artikel 18 van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 3°geschrapte tekst: het bedrag verschuldigd door de Staat na het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde maandaangifte wanneer het 50 euro bereikt, indien de andere belastingplichtige dan de in artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek bedoelde belastingplichtige tijdens het verstreken kalenderjaar een overschot in zijn voordeel had van ten minste 12.000 euro en tijdens dezelfde periode voor ten minste dertig percent van zijn omzet : einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 3°, a)geschrapte tekst: leveringen van goederen en diensten heeft verricht welke van de belasting zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 39, 39bis en 39quater van het Wetboek; einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 3°, b)geschrapte tekst: leveringen van goederen en diensten heeft verricht welke van de belasting zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 40, § 2, 1° en 2°, 41, § 1, eerste lid, 2° tot 6° en 42 van het Wetboek; einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 3°, c)geschrapte tekst: leveringen van goederen en diensten heeft verricht waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant overeenkomstig de artikelen 51, § 2, eerste lid, 5° en 51, § 4, van het Wetboek; einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 3°, d)geschrapte tekst: leveringen van goederen en diensten heeft verricht waarvoor het verlaagd btw-tarief van toepassing is overeenkomstig artikel 1quater en de rubrieken XXXI, XXXII, XXXIII, XXXVI, XXXVII en XL van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven; einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 3°, e)geschrapte tekst: leveringen van goederen en diensten heeft verricht die in het buitenland plaatsvinden voor zover het overschot voortvloeit uit de voorfinanciering van de belasting geheven op deze goederen en diensten. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 4°geschrapte tekst: het bedrag dat verschuldigd is door de Staat na het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde maandaangifte en dat betrekking heeft op een tijdvak dat valt binnen de vierentwintig maanden die volgen op de datum van aanvang van de economische activiteit bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, derde lid en 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde, wanneer dat bedrag 50 euro bereikt. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 5°geschrapte tekst: het door de Staat verschuldigde bedrag na het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde maandaangifte door een andere dan een in artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek bedoelde belastingplichtige, wanneer dat ten minste 50 euro bedraagt en wanneer het overschot in het voordeel van die belastingplichtige: einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 5°, a)geschrapte tekst: ten minste 12.000 euro bedraagt gedurende het verstreken kalenderjaar of 1.000 euro voor de betrokken aangifteperiode gedurende het eerste kalenderjaar waarin deze belastingplichtige ertoe gehouden is openbare dienstverplichtingen te vervullen; einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 5°, b)geschrapte tekst: afkomstig is van tijdens diezelfde periode in aftrek gebrachte bedragen die voor ten minste dertig procent hun oorsprong vinden in de aankopen van goederen en diensten verricht op grond van één of meer van zijn openbare dienstverplichtingen. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 6°geschrapte tekst: het bedrag dat verschuldigd is door de Staat na het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde maandaangifte wanneer het 50 euro bereikt en wanneer de economische activiteit van deze belastingplichtige bestaat uit de levering van elektriciteit, aardgas gebruikt als verwarmingsbrandstof of warmte via warmtenetten, waarvoor het verlaagd btw-tarief van toepassing is overeenkomstig de artikelen 1bis en 1bis/1 van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en de rubriek XIV van tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit. (*) einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 2, 6°, lid 1geschrapte tekst: De teruggaaf bedoeld in het eerste lid, 1°, is afhankelijk van de voorwaarde dat alle aangiften met betrekking tot de handelingen van het kalenderjaar uiterlijk op 20 januari van het volgende jaar zijn ingediend. Voor de teruggaaf bedoeld in het eerste lid, 2° tot 6°, worden alle aangiften met betrekking tot de handelingen van het lopende jaar ingediend uiterlijk de twintigste van de maand na, naargelang van het geval, het kwartaal of de maand op het einde waarvan het door de Staat verschuldigde bedrag blijkt. Voor de teruggaaf bedoeld in het eerste lid, 3° tot 6°, worden die aangiften bovendien ingediend overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 18, § 4, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 4geschrapte tekst: Om de teruggaaf bedoeld in § 2 te bekomen moet de belastingplichtige die aanvragen door een uitdrukkelijke vermelding die hij bij het verstrijken van elk tijdvak waarvoor een overschot teruggegeven kan worden, aanbrengt in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot de handelingen van dat tijdvak. De aangifte welke die vermelding bevat, geldt als aanvraag tot teruggaaf. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5geschrapte tekst: De teruggaaf bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°, 5° en 6°, kan daarenboven alleen worden verkregen als de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert daartoe vergunning verleent. Die vergunning wordt aangevraagd met een brief die alle elementen bevat en vergezeld gaat van alle stukken die kunnen aantonen dat de belastingplichtige voldoet aan de bijzondere voorwaarden die voor het verkrijgen van die teruggaaf vereist zijn. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 1geschrapte tekst: Binnen een termijn van een maand wordt de gevraagde vergunning verleend indien de daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn of wordt de aanvraag verworpen bij een met redenen omklede beslissing. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 2geschrapte tekst: In geval de aanvraag wordt ingewilligd, kan de belastingplichtige door het aanbrengen van de uitdrukkelijke vermelding bedoeld in § 4, de teruggaaf vragen in een van de aangiften die moeten worden ingediend te rekenen vanaf de dag volgend op die van de afgifte ter post van de aangetekende brief bij dewelke de administratie aan de belastingplichtige de vergunning heeft genotificeerd. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 3geschrapte tekst: De vergunning geldt voor de aanvragen tot teruggaaf in te dienen in de loop van het kalenderjaar waarvoor ze werd verleend. Ze is evenwel eveneens geldig voor de daaropvolgende jaren wanneer de belastingplichtige aan de bijzondere voorwaarden blijft voldoen; in dat geval geldt het aanbrengen van de uitdrukkelijke vermelding bedoeld in § 4, ter gelegenheid van de aanvraag tot teruggaaf, als verklaring van de belastingplichtige dat hij voldoet aan deze voorwaarden en ontslaat hem ervan een nieuwe aanvraag in te dienen. Wanneer hij niet langer aan die voorwaarden voldoet, moet hij, wanneer hij er nadien opnieuw aan voldoet, een nieuwe vergunning aanvragen. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 4geschrapte tekst: Door of namens de Minister van Financiën kan worden bepaald dat het kalenderjaar bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° en 5°, wordt vervangen door een periode van twaalf maanden die de aanvraag om vergunning voorafgaat. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 5geschrapte tekst: In geval van vestiging in België van een vaste inrichting of van identificatie voor de BTW onder een individueel nummer door van een in het buitenland gevestigde onderneming, kan door of namens de Minister van Financiën de vergunning worden verleend rekening houdend met de vooruitzichten omtrent het bedrag van de handelingen bedoeld in § 2, eerste lid, 3°, en van het jaarlijks belastingoverschot. In dat geval moet de belastingplichtige een nieuwe vergunning aanvragen in de loop van de twaalfde maand die volgt op die tijdens welke de eerste vergunning werd verleend. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 6geschrapte tekst: Indien de administratie vaststelt dat de belastingplichtige niet meer voldoet aan de in paragraaf 2, eerste lid, 3°, 5° en 6°, bedoelde voorwaarden, kan ze bij een met redenen omklede beslissing de vergunning op ieder ogenblik intrekken. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 7geschrapte tekst: Indien de vergunning, die werd afgeleverd, werd verkregen op grond van een onjuiste verklaring of indien de belastingplichtige door het Wetboek en door de besluiten genomen ter uitvoering ervan opgelegde verplichtingen niet nakomt of in het geval bedoeld in § 3, vijfde lid, kan de administratie eveneens de vergunning intrekken; in dat geval zal een nieuwe vergunning slechts kunnen worden aangevraagd na het verstrijken van het kalenderjaar dat volgt op datgene waarin de beslissing tot intrekking ter kennis werd gebracht. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 8geschrapte tekst: De administratie kan eveneens tijdelijk of definitief het recht op teruggaaf bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, intrekken indien die werd verkregen op grond van een onjuiste verklaring, indien de belastingplichtige de door het Wetboek en door de besluiten genomen ter uitvoering ervan opgelegde verplichtingen niet nakomt of in het geval bedoeld in paragraaf 3, vijfde lid. einde van de schrapping.
KB nr. 4 art. 8/1, § 5, lid 9geschrapte tekst: (*) De Koning kan artikel 8/1, § 2, eerste lid, 6°, gewijzigd bij de wet van 19.03.2023, wijzigen, opheffen of vervangen (Art. 3, W 19.03.2023, B.S. 29.03.2023, pg. 34683, Numac: 2023030776). einde van de schrapping.

Naar de tekst van deze versie

Tekst

3 paragrafen 4 punten van kracht van 01.02.2025 tot 09.01.2026

§ 1

Wanneer volgens de gegevens van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, het eindresultaat een door de Staat verschuldigd bedrag is, wordt dat bedrag geschrapte tekst: naar het einde van de schrapping. ingevoegde tekst: op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn in artikel 55, §§ 1 of 2, bedoelde aansprakelijke vertegenwoordiger teruggegeven, onder de einde van de invoeging. volgende geschrapte tekst: aangiftetijdvak overgebracht. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: voorwaarden: einde van de invoeging.

1°

ingevoegde tekst: het door de Staat verschuldigd bedrag bereikt 50 euro; einde van de invoeging.

toegevoegd
2°

ingevoegde tekst: de belastingplichtige heeft, uiterlijk vóór het einde van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de in artikel 76, § 1, zesde lid, 2°, van het Wetboek bedoelde ordonnancering of verrichting gelijkgesteld met een betaling plaatsheeft, door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1 of 2 van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde, aan de administratie een geldig bankrekeningnummer meegedeeld op de wijze bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde; einde van de invoeging.

toegevoegd
3°

ingevoegde tekst: alle aangiften met betrekking tot de handelingen van de zes maanden die, al naargelang van het geval, het kalenderkwartaal of de maand voorafgaan op het einde waarvan het door de Staat verschuldigde bedrag blijkt, zijn ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten; einde van de invoeging.

toegevoegd
4°

ingevoegde tekst: de aangifte, waarvan het eindresultaat het door de Staat verschuldigd bedrag is waarvan de belastingplichtige om teruggave verzoekt, wordt ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten. einde van de invoeging.

toegevoegd
lid 2

ingevoegde tekst: De ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, heeft plaats uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft. Voor een maandaangifte heeft de ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling evenwel plaats uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het tijdvak waarop de maandaangifte betrekking heeft. einde van de invoeging.

toegevoegd
lid 3

ingevoegde tekst: De belastingplichtige vraagt de in het eerste lid bedoelde teruggaaf aan bij het verstrijken van elk tijdvak waarvoor een overschot kan worden teruggegeven door een uitdrukkelijke vermelding aan te brengen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot de handelingen van dat tijdvak. De door de belastingplichtige ingediende aangifte waarin die vermelding is aangebracht, geldt als aanvraag tot teruggaaf. einde van de invoeging.

toegevoegd

§ 2

lid 1geschrapte tekst: Op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige zijn evenwel vatbaar voor teruggaaf: einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Onder voorbehoud van de toepassing van paragraaf 3, wordt, wanneer de voorwaarden voor teruggaaf van het in paragraaf 1 bedoelde bedrag niet vervuld zijn of wanneer dat bedrag door de belastingplichtige niet werd teruggevraagd, dat bedrag ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw binnen de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde termijn, indien het 2,50 euro bereikt. einde van de invoeging.

lid 2ingevoegde tekst: Wanneer de aangifte met als eindresultaat het op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw in te schrijven bedrag, wordt ingediend na de termijn bedoeld in artikel 17, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt, in afwijking van het eerste lid, de inschrijving op de Provisierekening btw verricht uiterlijk op het einde van de tweede of de derde maand die volgt op de maand waarin die aangifte wordt ingediend, al naargelang het een maand- of kwartaalaangifte betreft. einde van de invoeging.

toegevoegd

§ 3

lid 1Zonder onderscheid naargelang de belastingplichtige al dan niet geopteerd heeft voor de geschrapte tekst: teruggaaf bedoeld einde van de schrapping. in geschrapte tekst: § 2, van het overschot in zijn voordeel dat blijkt op het tijdstip van het indienen van de aangifte als bedoeld in artikel 53, § einde van de schrapping. ingevoegde tekst: paragraaf einde van de invoeging. 1, eerste lid, geschrapte tekst: 2°, van het Wetboek, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: bedoelde teruggaaf, einde van de invoeging. wordt die teruggaaf steeds geacht te zijn aangevraagd tot het beloop van de belastingschuld die aan te zuiveren is, wanneer op het tijdstip van de ingevoegde tekst: in paragraaf 1 bedoelde einde van de invoeging. ordonnancering geschrapte tekst: als bedoeld in het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit einde van de schrapping. of de verrichting gelijkgesteld met een geschrapte tekst: betaling, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: betaling of op het in paragraaf 2 bedoelde tijdstip van inschrijving in de Provisierekening btw, einde van de invoeging. de belastingplichtige uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde, belasting, geldboeten, nalatigheidsinteresten of bijkomende kosten verschuldigd is die voortvloeien uit overtredingen begaan vóór het verstrijken van de periode waarop de hierboven bedoelde aangifte betrekking heeft.

lid 2Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in hoofde van de geschrapte tekst: administratie, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: administratie einde van de invoeging. een schuldvordering vormt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze niet wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een geschrapte tekst: innings- en invorderingsregister bedoeld einde van de schrapping. in artikel 85 van het geschrapte tekst: Wetboek, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, einde van de invoeging. waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door de geschrapte tekst: vordering in rechte bedoeld einde van de schrapping. in artikel 19, § 2, eerste geschrapte tekst: lid einde van de schrapping. ingevoegde tekst: lid, einde van de invoeging. van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale geschrapte tekst: schuldvorderingen, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, einde van de invoeging. wordt het geschrapte tekst: belastingkrediet einde van de schrapping. ingevoegde tekst: door de Staat verschuldigd bedrag einde van de invoeging. tot het passende beloop aangewend ter aanzuivering van de belastingschuld.

gewijzigd

lid 3geschrapte tekst: De ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling, geschiedt uiterlijk de derde maand volgend op het tijdvak waarop de kwartaalaangifte of de aangifte van de laatste maand van dit kwartaal betrekking heeft. Ze geschiedt evenwel uiterlijk de tweede maand volgend op het tijdvak waarop de maandaangifte betrekking heeft in de gevallen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° tot 6°. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in het voordeel van de administratie geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een in artikel 85 van het Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, waarvan de tenuitvoerlegging werd gestuit door de in artikel 19, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, wordt het door de Staat verschuldigd bedrag tot het beloop van de schuldvordering van de administratie ingehouden. Deze inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot het geschil definitief wordt beëindigd op administratieve wijze of bij wijze van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest. Voor de toepassing van deze inhouding wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld. einde van de invoeging.

vervangen

lid 4geschrapte tekst: Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in het voordeel van de administratie geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een innings- en invorderingsregister bedoeld in artikel 85 van het Wetboek, waarvan de tenuitvoerlegging werd gestuit door de vordering in rechte bedoeld in artikel 19, § 2, eerste lid van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, wordt het belastingkrediet tot het beloop van de schuldvordering van de administratie ingehouden. Deze inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot het geschil definitief wordt beëindigd op administratieve wijze of bij wijze van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest. Voor de toepassing van deze inhouding wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Indien ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en waarvoor de belastingplichtige al dan niet voor de teruggaaf heeft geopteerd, hetzij ernstige vermoedens, hetzij bewijzen bestaan dat de voormelde aangifte of de aangiften voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de genoemde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan geschieden, heeft de ordonnancering van dit bedrag of de inschrijving op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw niet plaats en wordt het door de Staat verschuldigd bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan. einde van de invoeging.

vervangen

lid 5geschrapte tekst: Indien ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar overschot dat blijkt uit de aangifte als bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° , van het Wetboek en waarvoor de belastingplichtige al dan niet voor de teruggaaf heeft geopteerd, hetzij ernstige vermoedens, hetzij bewijzen bestaan dat de voormelde aangifte of de aangiften voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de genoemde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan geschieden, heeft de ordonnancering van dit overschot of de overbrenging ervan naar het volgend aangiftetijdvak niet plaats en wordt het belastingkrediet ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: De ernstige vermoedens of bewijzen bedoeld in het vierde lid, die de belastingschuld aantonen of helpen aantonen, dienen te worden gerechtvaardigd in processen-verbaal conform artikel 59, § 1, van het Wetboek en worden per aangetekende brief vooraf ter kennis gebracht van de belastingplichtige. einde van de invoeging.

vervangen

lid 6geschrapte tekst: De ernstige vermoedens of bewijzen bedoeld in het vorige lid, die de belastingschuld aantonen of helpen aantonen, dienen te worden gerechtvaardigd in processen-verbaal conform artikel 59, § 1, van het Wetboek en worden per aangetekende brief vooraf ter kennis gebracht van de belastingplichtige. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Indien de belastingplichtige niet binnen de in artikel 62, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoelde termijn de door de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde gevraagde inlichtingen heeft verstrekt ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en die toelaten om de waarachtigheid van dat bedrag te verantwoorden, wordt dat bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van dat bedrag na te gaan. einde van de invoeging.

vervangen

lid 7geschrapte tekst: De inhouding bedoeld einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de einde van de invoeging. in het geschrapte tekst: vierde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: derde einde van de invoeging. en het geschrapte tekst: vijfde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: vierde einde van de invoeging. lid geschrapte tekst: geldt einde van de schrapping. ingevoegde tekst: bedoelde inhouding einde van de invoeging. als bewarend beslag onder derden tot op het ogenblik dat het bewijs vervat in de in het geschrapte tekst: vorige einde van de schrapping. ingevoegde tekst: vijfde einde van de invoeging. lid bedoelde processen-verbaal is weerlegd, of tot op het ogenblik dat de waarachtigheid van de handelingen blijkt uit gegevens verkregen overeenkomstig de procedures van de door de Europese geschrapte tekst: Gemeenschappen einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Unie einde van de invoeging. uitgevaardigde reglementering inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de geschrapte tekst: Lid-Staten einde van de schrapping. ingevoegde tekst: lidstaten einde van de invoeging. van de geschrapte tekst: Gemeenschap. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Unie. Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de in het zesde lid bedoelde inhouding als bewarend beslag onder derden tot de administratie, op grond van door de belastingplichtige verstrekte gegevens of op grond van andere gegevens, de waarachtigheid van het bedrag heeft kunnen nagaan. einde van de invoeging. Voor de toepassing van deze geschrapte tekst: inhouding einde van de schrapping. ingevoegde tekst: inhoudingen einde van de invoeging. wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.

gewijzigd

lid 8De ingevoegde tekst: in het derde, vierde en zesde lid bedoelde einde van de invoeging. kennisgeving van de inhouding geschrapte tekst: bedoeld in het vierde en het vijfde lid einde van de schrapping. en haar aanzegging aan de belastingplichtige binnen de geschrapte tekst: termijn voorzien einde van de schrapping. in artikel 1457 van het Gerechtelijk geschrapte tekst: Wetboek, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Wetboek voorziene termijn einde van de invoeging. gebeuren bij geschrapte tekst: een ter post einde van de schrapping. aangetekende geschrapte tekst: brief. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: zending. einde van de invoeging. De afgifte van het stuk geschrapte tekst: ter post einde van de schrapping. ingevoegde tekst: aan de universele postdienstverlener einde van de invoeging. geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag.

gewijzigd

lid 9De geschrapte tekst: inhouding bedoeld einde van de schrapping. in het ingevoegde tekst: derde, einde van de invoeging. vierde en geschrapte tekst: het vijfde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: zesde einde van de invoeging. lid ingevoegde tekst: bedoelde inhouding einde van de invoeging. geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de met de invordering belaste ambtenaar, van een geschrapte tekst: bericht van beslag als bedoeld einde van de schrapping. in artikel 1390 van het Gerechtelijk geschrapte tekst: Wetboek. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Wetboek bedoeld bericht van beslag. einde van de invoeging.

gewijzigd

lid 10De belastingplichtige kan enkel verzet doen tegen de geschrapte tekst: inhouding bedoeld einde van de schrapping. in het ingevoegde tekst: derde, einde van de invoeging. vierde en geschrapte tekst: het vijfde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: zesde einde van de invoeging. lid ingevoegde tekst: bedoelde inhouding einde van de invoeging. door toepassing te maken van artikel 1420 van het Gerechtelijk Wetboek. geschrapte tekst: De beslagrechter kan evenwel de opheffing van het beslag niet gelasten zolang het door de processen-verbaal, bedoeld in het zesde lid, geleverde bewijs niet is weerlegd, zolang de gegevens overeenkomstig de procedures van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap niet werden bekomen of gedurende een opsporingsonderzoek van het Parket of een gerechtelijk onderzoek van de onderzoeksrechter. einde van de schrapping.

gewijzigd

lid 11De inhouding neemt een einde ten gevolge van de opheffing ervan door de administratie of ten gevolge van een rechterlijke beslissing. In geval van opheffing door de administratie wordt de belastingplichtige in kennis gesteld per aangetekend schrijven met vermelding van de datum van opheffing.

lid 12geschrapte tekst: Na het einde van de inhouding van het belastingkrediet wordt, in voorkomend geval, de belastingschuld, zijnde de schuldvordering in hoofde van de administratie, die zeker, opeisbaar en vaststaand is, aangezuiverd overeenkomstig het tweede lid zonder dat enige formaliteit moet worden nageleefd. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Na het einde van de inhouding van het door de Staat verschuldigd bedrag wordt, in voorkomend geval, de belastingschuld die in hoofde van de administratie een schuldvordering uitmaakt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, overeenkomstig het tweede lid aangezuiverd zonder dat enige formaliteit moet worden nageleefd. Het eventuele overschot wordt teruggegeven aan de belastingplichtige die geopteerd heeft voor de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde teruggaaf, voor zover aan de voorwaarden voor deze teruggaaf is voldaan, of wordt, bij gebrek eraan, ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw. einde van de invoeging.

vervangen

Opeenvolgende versies

25 versies eerste op 01.01.1987
Van krachtWijzigingBron
10.01.2026van krachtKB 17.12.2025, B.S. 31.12.2025
01.02.2025getoondhet artikel werd vervangenKB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024
01.04.2023§ 2, eerste lid, 6°, werd vervangenW 19.03.2023, B.S. 29.03.2023
01.12.2022§ 2, eerste lid, 3°, d), gewijzigdKB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022
01.04.2022§ 2, eerste lid, 6°, werd vervangenKB 23.03.2022, B.S. 30.03.2022
01.03.2022§ 2, eerste lid, 6°, ingevoegd; § 2, tweede lid, vervangen; § 3, derde lid, gewijzigd; § 5, eerste lid, gewijzigd en § 5, zevende lid, gewijzigdKB 21.02.2022, B.S. 28.02.2022
01.01.2022§ 2, eerste lid, 3°, d), gewijzigdKB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021
01.04.2021§ 2, eerste lid, 1°, 2°, inleidende zin onder 3° en 4°, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2021KB 29.03.2021, B.S. 31.03.2021
01.01.2020§ 2, eerste lid, 4°, werd hersteld; tweede lid, werd vervangen; § 3, derde lid, werd gewijzigd; § 5, zesde lid, werd gewijzigd; § 5, achtste lid, werd vervangen en § 5 werd aangevuld met een lidKB 29.08.2019, B.S. 05.09.2019
22.07.2019§ 2, eerste lid, 3°, d), werd vervangenKB 28.06.2019, B.S. 12.07.2019
01.04.2019§ 3, eerste, tweede en vierde lid, werd gewijzigdKB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019
03.03.2016§ 2, eerste lid, 4° werd opgeheven en de tekst van § 3, derde lid en § 5, eerste lid, werd gewijzigdKB 15.02.2016, B.S. 22.02.2016
16.05.2014§ 3, tweede lid, werd gewijzigdKB 24.01.2015, B.S. 20.01.2015
01.04.2014§ 2, eerste lid, werd aangevuld met de bepaling onder 4°; de tekst van § 3, derde lid en § 5, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2014KB 21.03.2014, B.S. 27.03.2014
01.07.2011§ 2, eerste lid, 3°, d), werd vervangenKB 05.08.2011, B.S. 11.08.2011
28.03.2011§ 3, negende lid, laatste zin, werd opgehevenKB 23.03.2011, B.S. 28.03.2011
01.01.2010§ 2, eerste lid, 3°, b) en c); en § 3, derde lid, werd gewijzigdKB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009
23.02.2009§ 2, eerste lid, 3°, werd vervangenKB 10.02.2009, B.S. 13.02.2009
20.09.2004§ 2, eerste lid, 3° en § 5, zesde lid, werd gewijzigdKB 01.09.2004, B.S. 10.09.2004
01.01.2004het artikel werd gewijzigdKB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004
07.07.2003§ 2, eerste lid, 3°, § 3, tweede en vierde lid en § 5, eerste, zesde en zevende lid, werd gewijzigdKB 16.06.2003, B.S. 27.06.2003
01.01.2002§ 2, 1° t.e.m. 3°, werd gewijzigd14, KB 20.07.2000 en Art. 37, 6°, KB 13.07.2001
01.01.1996§ 2, 3°, werd gewijzigdKB 25.02.1996
01.01.1993het artikel werd gewijzigdKB 29.12.1992; Art. 7, KB 14.04.1993 en Art.11, KB 22.11.1994
01.01.1987§ 2, 1°, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1987KB 30.12.1986