Wat op die datum veranderde
45 gewijzigde passages op 21 1288 ingevoegde woorden 2159 geschrapte woordenVergeleken met de versie van 01.04.2023
Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 4, artikel 8/1, werd vervangen (Art. 9, KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024, pg. 123175, Numac: 2024009309) met ingang van 01.02.2025 (Art. 22, tweede lid, KB 29.09.2024
Op die datum geschrapt
§ 1
Wanneer volgens de gegevens van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, het eindresultaat een door de Staat verschuldigd bedrag is, wordt dat bedrag geschrapte tekst: naar het einde van de schrapping. ingevoegde tekst: op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn in artikel 55, §§ 1 of 2, bedoelde aansprakelijke vertegenwoordiger teruggegeven, onder de einde van de invoeging. volgende geschrapte tekst: aangiftetijdvak overgebracht. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: voorwaarden: einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: het door de Staat verschuldigd bedrag bereikt 50 euro; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: de belastingplichtige heeft, uiterlijk vóór het einde van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de in artikel 76, § 1, zesde lid, 2°, van het Wetboek bedoelde ordonnancering of verrichting gelijkgesteld met een betaling plaatsheeft, door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1 of 2 van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde, aan de administratie een geldig bankrekeningnummer meegedeeld op de wijze bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: alle aangiften met betrekking tot de handelingen van de zes maanden die, al naargelang van het geval, het kalenderkwartaal of de maand voorafgaan op het einde waarvan het door de Staat verschuldigde bedrag blijkt, zijn ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: de aangifte, waarvan het eindresultaat het door de Staat verschuldigd bedrag is waarvan de belastingplichtige om teruggave verzoekt, wordt ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, heeft plaats uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft. Voor een maandaangifte heeft de ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling evenwel plaats uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het tijdvak waarop de maandaangifte betrekking heeft. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De belastingplichtige vraagt de in het eerste lid bedoelde teruggaaf aan bij het verstrijken van elk tijdvak waarvoor een overschot kan worden teruggegeven door een uitdrukkelijke vermelding aan te brengen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot de handelingen van dat tijdvak. De door de belastingplichtige ingediende aangifte waarin die vermelding is aangebracht, geldt als aanvraag tot teruggaaf. einde van de invoeging.
§ 2
lid 1geschrapte tekst: Op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige zijn evenwel vatbaar voor teruggaaf: einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Onder voorbehoud van de toepassing van paragraaf 3, wordt, wanneer de voorwaarden voor teruggaaf van het in paragraaf 1 bedoelde bedrag niet vervuld zijn of wanneer dat bedrag door de belastingplichtige niet werd teruggevraagd, dat bedrag ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw binnen de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde termijn, indien het 2,50 euro bereikt. einde van de invoeging.
lid 2ingevoegde tekst: Wanneer de aangifte met als eindresultaat het op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw in te schrijven bedrag, wordt ingediend na de termijn bedoeld in artikel 17, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt, in afwijking van het eerste lid, de inschrijving op de Provisierekening btw verricht uiterlijk op het einde van de tweede of de derde maand die volgt op de maand waarin die aangifte wordt ingediend, al naargelang het een maand- of kwartaalaangifte betreft. einde van de invoeging.
§ 3
lid 1Zonder onderscheid naargelang de belastingplichtige al dan niet geopteerd heeft voor de geschrapte tekst: teruggaaf bedoeld einde van de schrapping. in geschrapte tekst: § 2, van het overschot in zijn voordeel dat blijkt op het tijdstip van het indienen van de aangifte als bedoeld in artikel 53, § einde van de schrapping. ingevoegde tekst: paragraaf einde van de invoeging. 1, eerste lid, geschrapte tekst: 2°, van het Wetboek, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: bedoelde teruggaaf, einde van de invoeging. wordt die teruggaaf steeds geacht te zijn aangevraagd tot het beloop van de belastingschuld die aan te zuiveren is, wanneer op het tijdstip van de ingevoegde tekst: in paragraaf 1 bedoelde einde van de invoeging. ordonnancering geschrapte tekst: als bedoeld in het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit einde van de schrapping. of de verrichting gelijkgesteld met een geschrapte tekst: betaling, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: betaling of op het in paragraaf 2 bedoelde tijdstip van inschrijving in de Provisierekening btw, einde van de invoeging. de belastingplichtige uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde, belasting, geldboeten, nalatigheidsinteresten of bijkomende kosten verschuldigd is die voortvloeien uit overtredingen begaan vóór het verstrijken van de periode waarop de hierboven bedoelde aangifte betrekking heeft.
lid 2Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in hoofde van de geschrapte tekst: administratie, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: administratie einde van de invoeging. een schuldvordering vormt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze niet wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een geschrapte tekst: innings- en invorderingsregister bedoeld einde van de schrapping. in artikel 85 van het geschrapte tekst: Wetboek, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, einde van de invoeging. waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door de geschrapte tekst: vordering in rechte bedoeld einde van de schrapping. in artikel 19, § 2, eerste geschrapte tekst: lid einde van de schrapping. ingevoegde tekst: lid, einde van de invoeging. van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale geschrapte tekst: schuldvorderingen, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, einde van de invoeging. wordt het geschrapte tekst: belastingkrediet einde van de schrapping. ingevoegde tekst: door de Staat verschuldigd bedrag einde van de invoeging. tot het passende beloop aangewend ter aanzuivering van de belastingschuld.
lid 3geschrapte tekst: De ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling, geschiedt uiterlijk de derde maand volgend op het tijdvak waarop de kwartaalaangifte of de aangifte van de laatste maand van dit kwartaal betrekking heeft. Ze geschiedt evenwel uiterlijk de tweede maand volgend op het tijdvak waarop de maandaangifte betrekking heeft in de gevallen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° tot 6°. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in het voordeel van de administratie geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een in artikel 85 van het Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, waarvan de tenuitvoerlegging werd gestuit door de in artikel 19, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, wordt het door de Staat verschuldigd bedrag tot het beloop van de schuldvordering van de administratie ingehouden. Deze inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot het geschil definitief wordt beëindigd op administratieve wijze of bij wijze van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest. Voor de toepassing van deze inhouding wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld. einde van de invoeging.
lid 4geschrapte tekst: Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in het voordeel van de administratie geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een innings- en invorderingsregister bedoeld in artikel 85 van het Wetboek, waarvan de tenuitvoerlegging werd gestuit door de vordering in rechte bedoeld in artikel 19, § 2, eerste lid van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, wordt het belastingkrediet tot het beloop van de schuldvordering van de administratie ingehouden. Deze inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot het geschil definitief wordt beëindigd op administratieve wijze of bij wijze van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest. Voor de toepassing van deze inhouding wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Indien ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en waarvoor de belastingplichtige al dan niet voor de teruggaaf heeft geopteerd, hetzij ernstige vermoedens, hetzij bewijzen bestaan dat de voormelde aangifte of de aangiften voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de genoemde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan geschieden, heeft de ordonnancering van dit bedrag of de inschrijving op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw niet plaats en wordt het door de Staat verschuldigd bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan. einde van de invoeging.
lid 5geschrapte tekst: Indien ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar overschot dat blijkt uit de aangifte als bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° , van het Wetboek en waarvoor de belastingplichtige al dan niet voor de teruggaaf heeft geopteerd, hetzij ernstige vermoedens, hetzij bewijzen bestaan dat de voormelde aangifte of de aangiften voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de genoemde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan geschieden, heeft de ordonnancering van dit overschot of de overbrenging ervan naar het volgend aangiftetijdvak niet plaats en wordt het belastingkrediet ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: De ernstige vermoedens of bewijzen bedoeld in het vierde lid, die de belastingschuld aantonen of helpen aantonen, dienen te worden gerechtvaardigd in processen-verbaal conform artikel 59, § 1, van het Wetboek en worden per aangetekende brief vooraf ter kennis gebracht van de belastingplichtige. einde van de invoeging.
lid 6geschrapte tekst: De ernstige vermoedens of bewijzen bedoeld in het vorige lid, die de belastingschuld aantonen of helpen aantonen, dienen te worden gerechtvaardigd in processen-verbaal conform artikel 59, § 1, van het Wetboek en worden per aangetekende brief vooraf ter kennis gebracht van de belastingplichtige. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Indien de belastingplichtige niet binnen de in artikel 62, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoelde termijn de door de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde gevraagde inlichtingen heeft verstrekt ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en die toelaten om de waarachtigheid van dat bedrag te verantwoorden, wordt dat bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van dat bedrag na te gaan. einde van de invoeging.
lid 7geschrapte tekst: De inhouding bedoeld einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de einde van de invoeging. in het geschrapte tekst: vierde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: derde einde van de invoeging. en het geschrapte tekst: vijfde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: vierde einde van de invoeging. lid geschrapte tekst: geldt einde van de schrapping. ingevoegde tekst: bedoelde inhouding einde van de invoeging. als bewarend beslag onder derden tot op het ogenblik dat het bewijs vervat in de in het geschrapte tekst: vorige einde van de schrapping. ingevoegde tekst: vijfde einde van de invoeging. lid bedoelde processen-verbaal is weerlegd, of tot op het ogenblik dat de waarachtigheid van de handelingen blijkt uit gegevens verkregen overeenkomstig de procedures van de door de Europese geschrapte tekst: Gemeenschappen einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Unie einde van de invoeging. uitgevaardigde reglementering inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de geschrapte tekst: Lid-Staten einde van de schrapping. ingevoegde tekst: lidstaten einde van de invoeging. van de geschrapte tekst: Gemeenschap. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Unie. Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de in het zesde lid bedoelde inhouding als bewarend beslag onder derden tot de administratie, op grond van door de belastingplichtige verstrekte gegevens of op grond van andere gegevens, de waarachtigheid van het bedrag heeft kunnen nagaan. einde van de invoeging. Voor de toepassing van deze geschrapte tekst: inhouding einde van de schrapping. ingevoegde tekst: inhoudingen einde van de invoeging. wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.
lid 8De ingevoegde tekst: in het derde, vierde en zesde lid bedoelde einde van de invoeging. kennisgeving van de inhouding geschrapte tekst: bedoeld in het vierde en het vijfde lid einde van de schrapping. en haar aanzegging aan de belastingplichtige binnen de geschrapte tekst: termijn voorzien einde van de schrapping. in artikel 1457 van het Gerechtelijk geschrapte tekst: Wetboek, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Wetboek voorziene termijn einde van de invoeging. gebeuren bij geschrapte tekst: een ter post einde van de schrapping. aangetekende geschrapte tekst: brief. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: zending. einde van de invoeging. De afgifte van het stuk geschrapte tekst: ter post einde van de schrapping. ingevoegde tekst: aan de universele postdienstverlener einde van de invoeging. geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag.
lid 9De geschrapte tekst: inhouding bedoeld einde van de schrapping. in het ingevoegde tekst: derde, einde van de invoeging. vierde en geschrapte tekst: het vijfde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: zesde einde van de invoeging. lid ingevoegde tekst: bedoelde inhouding einde van de invoeging. geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de met de invordering belaste ambtenaar, van een geschrapte tekst: bericht van beslag als bedoeld einde van de schrapping. in artikel 1390 van het Gerechtelijk geschrapte tekst: Wetboek. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Wetboek bedoeld bericht van beslag. einde van de invoeging.
lid 10De belastingplichtige kan enkel verzet doen tegen de geschrapte tekst: inhouding bedoeld einde van de schrapping. in het ingevoegde tekst: derde, einde van de invoeging. vierde en geschrapte tekst: het vijfde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: zesde einde van de invoeging. lid ingevoegde tekst: bedoelde inhouding einde van de invoeging. door toepassing te maken van artikel 1420 van het Gerechtelijk Wetboek. geschrapte tekst: De beslagrechter kan evenwel de opheffing van het beslag niet gelasten zolang het door de processen-verbaal, bedoeld in het zesde lid, geleverde bewijs niet is weerlegd, zolang de gegevens overeenkomstig de procedures van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap niet werden bekomen of gedurende een opsporingsonderzoek van het Parket of een gerechtelijk onderzoek van de onderzoeksrechter. einde van de schrapping.
lid 11De inhouding neemt een einde ten gevolge van de opheffing ervan door de administratie of ten gevolge van een rechterlijke beslissing. In geval van opheffing door de administratie wordt de belastingplichtige in kennis gesteld per aangetekend schrijven met vermelding van de datum van opheffing.
lid 12geschrapte tekst: Na het einde van de inhouding van het belastingkrediet wordt, in voorkomend geval, de belastingschuld, zijnde de schuldvordering in hoofde van de administratie, die zeker, opeisbaar en vaststaand is, aangezuiverd overeenkomstig het tweede lid zonder dat enige formaliteit moet worden nageleefd. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Na het einde van de inhouding van het door de Staat verschuldigd bedrag wordt, in voorkomend geval, de belastingschuld die in hoofde van de administratie een schuldvordering uitmaakt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, overeenkomstig het tweede lid aangezuiverd zonder dat enige formaliteit moet worden nageleefd. Het eventuele overschot wordt teruggegeven aan de belastingplichtige die geopteerd heeft voor de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde teruggaaf, voor zover aan de voorwaarden voor deze teruggaaf is voldaan, of wordt, bij gebrek eraan, ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw. einde van de invoeging.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
25 versies eerste op 01.01.1987| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 10.01.2026van kracht | KB 17.12.2025, B.S. 31.12.2025 | |
| 01.02.2025getoond | het artikel werd vervangen | KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024 |
| 01.04.2023 | § 2, eerste lid, 6°, werd vervangen | W 19.03.2023, B.S. 29.03.2023 |
| 01.12.2022 | § 2, eerste lid, 3°, d), gewijzigd | KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 |
| 01.04.2022 | § 2, eerste lid, 6°, werd vervangen | KB 23.03.2022, B.S. 30.03.2022 |
| 01.03.2022 | § 2, eerste lid, 6°, ingevoegd; § 2, tweede lid, vervangen; § 3, derde lid, gewijzigd; § 5, eerste lid, gewijzigd en § 5, zevende lid, gewijzigd | KB 21.02.2022, B.S. 28.02.2022 |
| 01.01.2022 | § 2, eerste lid, 3°, d), gewijzigd | KB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 |
| 01.04.2021 | § 2, eerste lid, 1°, 2°, inleidende zin onder 3° en 4°, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2021 | KB 29.03.2021, B.S. 31.03.2021 |
| 01.01.2020 | § 2, eerste lid, 4°, werd hersteld; tweede lid, werd vervangen; § 3, derde lid, werd gewijzigd; § 5, zesde lid, werd gewijzigd; § 5, achtste lid, werd vervangen en § 5 werd aangevuld met een lid | KB 29.08.2019, B.S. 05.09.2019 |
| 22.07.2019 | § 2, eerste lid, 3°, d), werd vervangen | KB 28.06.2019, B.S. 12.07.2019 |
| 01.04.2019 | § 3, eerste, tweede en vierde lid, werd gewijzigd | KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019 |
| 03.03.2016 | § 2, eerste lid, 4° werd opgeheven en de tekst van § 3, derde lid en § 5, eerste lid, werd gewijzigd | KB 15.02.2016, B.S. 22.02.2016 |
| 16.05.2014 | § 3, tweede lid, werd gewijzigd | KB 24.01.2015, B.S. 20.01.2015 |
| 01.04.2014 | § 2, eerste lid, werd aangevuld met de bepaling onder 4°; de tekst van § 3, derde lid en § 5, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2014 | KB 21.03.2014, B.S. 27.03.2014 |
| 01.07.2011 | § 2, eerste lid, 3°, d), werd vervangen | KB 05.08.2011, B.S. 11.08.2011 |
| 28.03.2011 | § 3, negende lid, laatste zin, werd opgeheven | KB 23.03.2011, B.S. 28.03.2011 |
| 01.01.2010 | § 2, eerste lid, 3°, b) en c); en § 3, derde lid, werd gewijzigd | KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009 |
| 23.02.2009 | § 2, eerste lid, 3°, werd vervangen | KB 10.02.2009, B.S. 13.02.2009 |
| 20.09.2004 | § 2, eerste lid, 3° en § 5, zesde lid, werd gewijzigd | KB 01.09.2004, B.S. 10.09.2004 |
| 01.01.2004 | het artikel werd gewijzigd | KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004 |
| 07.07.2003 | § 2, eerste lid, 3°, § 3, tweede en vierde lid en § 5, eerste, zesde en zevende lid, werd gewijzigd | KB 16.06.2003, B.S. 27.06.2003 |
| 01.01.2002 | § 2, 1° t.e.m. 3°, werd gewijzigd | 14, KB 20.07.2000 en Art. 37, 6°, KB 13.07.2001 |
| 01.01.1996 | § 2, 3°, werd gewijzigd | KB 25.02.1996 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | KB 29.12.1992; Art. 7, KB 14.04.1993 en Art.11, KB 22.11.1994 |
| 01.01.1987 | § 2, 1°, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1987 | KB 30.12.1986 |