Koninklijk besluit nr. 4, artikel 9bis · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 4 01.07.2021 - 30.06.2022 het artikel werd ingevoegd KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 4, artikel 9bisDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-9bis-0613/versie-2021-07-01

Artikel
AR 4
Periode
01.07.2021 - 30.06.2022
Wijziging
het artikel werd ingevoegd
Bron
KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 01.07.2021 tot 30.06.2022

§ 1

In afwijking van artikel 9 mag elke belastingplichtige die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van de Richtlijn 2006/112/EG, met uitsluiting van de belastingplichtigen gehouden tot indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, de belastingen geheven van de aan hem geleverde goederen en verstrekte diensten die verband houden met zijn onder die bijzondere regeling vallende handelingen, recupereren bij wijze van teruggaaf volgens de in dit artikel vastgestelde modaliteiten.

§ 2

lid 1Wanneer de rechthebbende op de in paragraaf 1 bedoelde teruggaaf in België is gevestigd, dient hij een aanvraag tot teruggaaf in bij de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert. De aanvraag wordt in twee exemplaren naar deze dienst toegestuurd vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.

lid 2Wanneer de rechthebbende op de in paragraaf 1 bedoelde teruggaaf niet in België maar in een andere lidstaat is gevestigd, dient hij een aanvraag tot teruggaaf in overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 56 van 9 december 2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf.

lid 3Wanneer de rechthebbende op de in paragraaf 1 bedoelde teruggaaf niet in de Gemeenschap is gevestigd, dient hij een aanvraag tot teruggaaf in bij het KMO Centrum Specifieke Materies. De aanvraag wordt in drie exemplaren naar deze dienst toegestuurd uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft. Op de aanvraag tot teruggaaf wordt niet ingegaan wanneer zij betrekking heeft op een bedrag van minder dan 50 euro.

§ 3

De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de vorm van de aanvragen tot teruggaaf, de over te leggen stukken en de modaliteiten van de teruggaven.

Opeenvolgende versies

2 versies eerste op 01.07.2021
Van krachtWijzigingBron
01.07.2022van kracht§ 2, tweede lid, werd vervangen en het derde lid opgehevenKB 10.04.2022, B.S. 19.04.2022
01.07.2021getoondhet artikel werd ingevoegdKB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021